Inspiratie als inktvlek

Dit jaar heb ik jubileum: ik geef vijftien jaar taalonderwijs. Persberichten schrijven, verkoopbrieven schrijven, klachtenbrieven beantwoorden, mediatraining, redigeren, storytelling… gaat het over wat taal met mensen kan doen, dan moet je mij hebben.

Van iedere klas van ongeveer 25 studenten die ik zie, zijn er een stuk of vijf die ook echt iets met taal hebben. Bij wie ik het vonkje zie overslaan. Vandaag kreeg ik een tweet van een bijna-oud-studente Communicatie, Jorieke van der Geest. Zij werd besmet met het taalliefdevirus en zoekt daarin nu haar eigen weg:

Tweet JoriekeHaar gastblog over storytelling op basis van mijn vierdejaarscolleges Creatief schrijven is zo leuk, dat ik het graag wil delen. Enjoy!

Lees hier de blogpost van Jorieke over wat een goede corporate story is en waar je die kunt vinden. Zij schreef deze post als gastblog voor Sigrid van Iersel.

Ondertussen, achter de schermen (2)

Uit de geheime toolkit van de communicatieprofessional: nudging, framing en priming (deel 2)

Als communicatieprofessional ben je er bewust of onbewust vaak op uit om het gedrag van mensen te beïnvloeden. Je bent bijvoorbeeld communicatiemedewerker bij de Belastingdienst en je werkt mee aan een campagne om belastingbetalers op tijd hun aangifte te laten doen. Je werkt als tekstschrijver voor het Zuid-Hollands Landschap en moet een commerciële relatiebrief schrijven om leden aan te moedigen een extra bijdrage over te maken. Of je bent woordvoerder van Mark Rutte en je wilt graag dat burgers de situatie rondom de MH17 zien als ramp in plaats van als aanslag.

Wat je met je communicatie ook wilt bereiken, het is lastig om mensen zo gek te krijgen dat ze doen wat jij graag wilt. Gelukkig heb je als communicatiemedewerker een geheim stuk gereedschap in je toolkit. Een gereedschap waarmee je het gedrag van je lezer kunt beïnvloeden. Een gereedschap dat gratis is. Deze week deel 2 uit de geheime toolkit van de communicatieprofessonal: framing.

4x werken met framing

Framing is een combinatie van het kiezen van een perspectief en de beeldende woorden die je daarbij gebruikt. Als Esso in 1959 de slogan ‘stop een tijger in je tank’ introduceert, triggert de oliemaatschappij daarmee het ‘tijger’-frame: je denkt onmiddellijk aan snelheid, kracht en soepele beweging. Die associaties breng je vervolgens onbewust over op de brandstof van Esso: je auto krijgt tijgerkracht als je Esso tankt. Waar moet je aan denken bij het opzetten van zo’n frame? Vier aandachtspunten.

1. Change your words, change your world: gebruik beeldende woorden

 

video1

2. Palmbomen of uitlaatgassen: denk na over welke associaties je op wilt roepen

Woorden roepen beelden op bij mensen. Als ik zeg ‘zomervakantie’, zie jij zon, zee, strand. Een palmboom. Een hangmat. Of een plaatsje op de camping, een luxe zwembad, een terrasje in de zon, een backpackershostel in India. Dat gebeurt automatisch, je kunt het niet tegenhouden.

Door hetzelfde verschijnsel met verschillende woorden te benoemen, kun je spelen met de associaties (de beelden) die mensen bij dat verschijnsel hebben. Waar zou jij liever wonen: naast de A-15-route? Of naast de Betuwelijn? Ik ga voor de Betuwelijn: groene heuvels, weilanden, fruitbomen, zelfgemaakte jam, een ronddansende Flipje (plaatje Flipje) en dat allemaal naast mijn huis. Terwijl diezelfde Betuwelijn ook de A15-route heet. Bah, A15-route: asfalt, langsrazende vrachtauto’s, zwarte wolken uitlaatgassen, hoestende kinderen. Daar mag iemand anders fijn naast gaan wonen.

Als je framet kies je je woorden zo, dat je een bepaald beeld oproept bij je lezer of luisteraar, met alle associaties en gedachtes die daarbij horen. Meldpunt? Goed idee. Kliklijn? Kinderachtig.

3. Bewonersparticipatie of gettovorming: kies een perspectief dat uitmondt in een bondig geformuleerde kijk op de zaak

Amsterdam 2012. In appartementencomplex Koningsvrouwen in Bos en Lommer wonen overwegend moslims: zo’n 85%. Woningcorporatie Eigen Haard renoveert het gebouw op basis van de woonwensen van bewoners. Het gaat hierbij om een grotere keuken, schuifdeuren tussen woonkamer en keuken, een extra kraan bij de ingang en een berghok.

Parool

De woningcorporatie en de gemeente spreken hier over ‘vraaggericht woonbeleid’, ‘de burger centraal’ en ‘multicultureel bouwen’. Kortom: Koningsvrouwen is een geslaagd voorbeeld van ‘bewonersparticipatie’. De journalistieke en partijpolitieke duiding is totaal anders. Het Parool introduceert de term ‘halalwoning’ en het regent negatieve reacties: ‘moslimenclave’, ‘apartheid’, ‘gettovorming’ – het zijn slechts een paar voorbeelden.

‘Halalwoning’ en ‘multicultureel bouwen’: we praten over hetzelfde, maar we gebruiken twee totaal verschillende bewoordingen. Je leest dus twee keer over hetzelfde Koningsvrouwen-complex, maar door de manier van formuleren denk je bij ‘de burger centraal’ en ‘multicultureel bouwen’ dat bewonersparticipatie bij renovatie een goed plan is. Maar: bij ‘halalwoning’, ‘apartheid’ en ‘gettovorming’ is het ineens een veel minder goed idee…

Dus: kies je perspectief (voor of tegen, doorgaan of niet, verhogen of verlagen, aanpassen of zo laten) en bedenk daar je frame bij.

4. Bougies, blokkentorens en biodiversiteit: weet wat mensen drijft

Ik ben lid van het Zuid-Hollands Landschap, een stichting die zich richt op aankoop, ontwikkeling en beheer van lokale natuurgebieden. Een mooi initiatief, maar lastig om aan de man te brengen – en de stichting is wel afhankelijk van geld van leden en losse bijdragen. Hoe communiceer je hoe waardevol een stuk natuur is? Zo waardevol zelfs dat je ontvanger zijn patat koud laat worden, de tv uitzet, uit zijn luie stoel omhoogkomt en geld overmaakt?

Stel: de stichting heeft de unieke mogelijkheid om een extra stuk natuur aan te kopen, waarin een grote diversiteit aan dieren en planten voorkomt. Koopt zij het stuk niet, dan wordt het verkocht aan de hoogste bieder en is de kans groot dat een projectontwikkelaar er een kantoorgebouw neerzet. Dat mag natuurlijk niet gebeuren! Daarom schrijft de stichting een brief, waarin zij leden wijst op deze prachtige kans en hun vraagt om geld over te maken.

Hieronder staan twee formuleringen die de stichting zou kunnen gebruiken. Door welke formulering komt de lezer eerder in actie?

A) Veel dier- en plantensoorten worden bedreigd. Een belangrijke reden daarvoor is het verdwijnen van de biodiversiteit. De natuur is te vergelijken met een spelletje Jenga, waarbij je om de beurt een blokje hout uit een grote toren van blokjes moet trekken. Je kunt een boel blokjes weghalen en de toren blijft staan, maar op een gegeven moment is het te veel en stort de toren in. Dit natuurgebied is een belangrijk blokje in die toren: met uw bijdrage kunnen we voorkomen dat de natuur om ons heen begint in te storten.

B) Veel dier – en plantensoorten worden bedreigd. Een belangrijke reden daarvoor is het verdwijnen van de biodiversiteit. Al die soorten zijn er echter niet voor niets: ze hebben allemaal hun eigen plekje en ze vervullen allemaal een taak. Kijk onder de motorkap van een auto en je ziet een grote verzameling verschillende onderdelen met allemaal een functie. Niets zit er voor niets. Net als een auto is de natuur een aaneenschakeling van vitale onderdelen. Dit natuurgebied is zo’n onderdeel: door geld over te maken helpt u mee de motor van de natuur nog beter te laten draaien.

De formulering die het Zuid-Hollands Landschap waarschijnlijk de meeste bijdragen op gaat leveren, is formulering A. Maar waarom? Waarom werkt dat eerste frame hier beter het tweede?

Om dat te begrijpen moet je weten wat mensen instinctief drijft. Mensen zijn geneigd weg te sturen van verlies: van nature zul je er eerder voor kiezen om geen 100 euro te verliezen, dan om 100 euro te winnen, omdat het verlies meer pijn oplevert dan de winst plezier geeft. De onderzoekers Tversky en Kahnemann hebben dit principe in 1979 vastgelegd in hun boek ‘Prospect Theory’.

Onze afkeer van verlies is zo sterk, dat de manier waarop je je boodschap formuleert (gericht op verlies of op winst) bepalend kan zijn voor de keuzes die mensen maken. Dat is het verschil tussen A en B: A framet zo dat je weg wilt sturen van verlies (‘met uw bijdrage kunnen we voorkomen dat de natuur om ons heen in gaat storten’), terwijl B focust op mogelijke winst (‘door geld over te maken helpt u mee de motor van de natuur nog beter te laten draaien’).

***Opmerking: het is niet zo dat negatieve frames (zoals verliesframes) altijd beter werken dan positieve (zoals winstframes). Meer weten? Lees dan de blogpost van taalstrateeg Sarah Gagestein over de kracht van negativiteit. Ook maakt het uit wat je precies wilt framen: een attribuut (‘vet in een hamburger’) frame je het beste positief, een doel (‘borstonderzoek doen’) beter negatief. Hierover lees je meer in deze wegwijzer van de KU Leuven.***

Met andere woorden

Taal beïnvloedt dus de manier waarop we naar de werkelijkheid kijken. Door de juiste woorden te kiezen, kun je een kiezer vóór (hypotheekrenteaftrek) of tégen (villasubsidie) een beleidsplan laten stemmen. En maken musea in Nederland zinvol gebruik van kunstsubsidiegelden? Of liggen ze aan een subsidie-infuus? En eet je liever genetisch geoptimaliseerd voedsel? Genetisch gemanipuleerd voedsel? Frankensteinfood?

Meer lezen over framing?

Van www.marjoleinschrijft.nl: ‘Stunteldiplomatie of meesterzet

Hans de Bruijn (2011): Framing, Over de macht van taal in de politiek. Atlas Contact.

De wegwijzer over framing van de KU Leuven

Het blog van taalstrateeg Sarah Gagestein

De e-course framing van het Frameworks Institute

Het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid ‘Hoe mensen keuzes maken’ (2010)

Van angstpolitiek tot aardig zooitje

Vijf fraaie frames die deze week voorbijkwamen op Twitter

1. Angstpolitiek

Twitter angstpolitiekDit frame verscheen deze week bij Rob Wijnberg van De Correspondent. Hij schreef een column over de Troonrede 2014 en twitterde hierover onder #angstpolitiek.

De Correspondent angstpolitiekEerder dit jaar verscheen dezelfde # al in een andere context: toen de Belgische politieke partij Nieuw Vlaamse Alliantie (Vlaams-nationalistisch en liberaal conservatief) in België opriep tot een sterke politie, met meer blauw op straat en strengere lik-op-stukstraffen.

Het frame zelf is al veel ouder: al in 2006 bijvoorbeeld reframede Femke Halsema de angstpolitiek van het toenmalige kabinet tot kanspolitiek in haar speech bij de campagnestart op het partijcongres in Tilburg:

kanspolitiek 2

2. Treurrede

Dezelfde Rob Wijnberg die twitterde over de Troonrede onder #angstpolitiek, kwam ook met een pakkend frame voor die rede:

Tweet TreurredeWijnberg: “Eigenlijk bestaat de koninklijke toespraak als zolang ik hem volg uit hetzelfde treurige recept. Eerst moet het Nederlandse volk er minimaal vijf alinea’s lang van worden doordrongen hoe ver-schrik-ke-lijk gevaarlijk de wereld wel niet is […] Wat de majesteit, vanaf de troon, maar zeggen wil: de grote boze buitenwereld is een teringzooi en wij moeten daar vooral heel, heel bang voor zijn.”

Wijnbergs Treurrede werd onbedoeld ook nog leuk gereframed:

terreurrede

3. Aardig Zooitje

Op 18 september twitterde tennisser en BN’er Raemon Sluiter een fraai frame voor voetbalclub AZ, toen bekend werd dat trainer Alex Pastoor per direct vertrok. Pastoor zou de taken overnemen van Marco van Basten, maar de club kwam er contractueel niet uit met de trainer.

Aardig Zooitje

4. Magnetrononderwijs

Tijdens de Algemene Beschouwingen introduceert Emile Roemer dit jaar een bijzonder pakkend beeld voor de nieuwe hogeronderwijsplannen van het kabinet: “We jagen studenten op om hun opleiding af te raffelen. Daarmee krijgen we magnetrononderwijs: snel en smakeloos.”

magnetrononderwijs5. Opjaagpremie

Uit de discussie over hoe het verder moet met het universitair en hoger onderwijs komt nog een ander opvallend frame: de opjaagpremie van D66-Kamerlid Paul van Meenen.

Tweet opjaagpremieVolgens Van Meenen leiden de prestatie- en rendementseisen die minister Jet Bussemaker van Onderwijs stelt aan het hoger onderwijs tot ‘perverse prikkelingen’. Van Meenen: “Studies worden ingericht op snelheid, en snelheid gaat altijd ten koste van de kwaliteit. […] Dat leidt niet tot verbetering van kwaliteit, maar tot verbetering van de snelheid van studeren. Dat zijn voor mij twee verschillende dingen.” Kamerlid van Meenen introduceerde het frame begin september tijdens het debat over het negatief oordeel van de NVAO over 26 studies in de geesteswetenschappen.

Meer opvallende frames uit de Algemene Beschouwingen van dit jaar lees je in dit stuk uit het NRC.

 

 

Doe mee en huiver: een supersnelle taaltest

Ik ben verliefd. Verliefd op taal. En gelukkig maar: de gemiddelde hbo-student maakt 81 taalfouten op een A4’tje, dus de taalvaardigheid van ‘mijn’ communicatiestudenten kan nog wel wat TLC gebruiken…

Typewriter-Susannah

Deze maand staat er weer een nieuwe lichting eerstejaars te trappelen voor de deuren van Hogeschool Leiden om de wondere wereld van de communicatieprofessional te betreden. Tijdens de kick-off van 27 augustus checkten we snel hoe het ervoor stond met hun spellingskennis. Slechts één student maakte maar één fout: de rest beduidend meer. Weten hoe jij het ervan afbrengt? Grijp dan nu je kans: tien taalvragen met tien antwoorden in tien minuten.  Drie-twee-een en GO!

image

Kick-off opleiding Communicatie Hogeschool Leiden 27 augustus 2014

 

1. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.hbo student

B.hbo-student

C.HBO student

D.HBO-student

 

2. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.HAVO’er

B.HAVO-er

C.havo’er

D.havoër

 

3. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.communicatie professional

B.communicatie proffesional

C.communicatieprofessional

D.communicatieproffesional

 

4. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik ga ervanuit dat…

B.Ik ga ervan uit dat…

C.Ik ga er vanuit dat…

D.Ik ga er van uit dat…

 

5. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik heb hem gewhatsappt.

B.Ik heb hem ge-whatsappd.

C.Ik heb hem gewhatsapp’t.

D.Ik heb hem gewhatsapped.

 

6. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.social media beleid

B.social media-beleid

C.social mediabeleid

D.socialmediabeleid

 

7. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.De minister wil het nieuwe beleid per direkt invoeren.

B.De minister wilt het nieuwe beleid per direkt invoeren.

C.De minister wil het nieuwe beleid per direct invoeren.

D.De minister wilt het nieuwe beleid per direct invoeren.

 

8. Wat is juist? Noteer A of B

A.Zo’n 80% van de bedrijven heeft de jaarcijfers bekendgemaakt.

B.Zo’n 80% van de bedrijven hebben de jaarcijfers bekendgemaakt.

 

9. Hoeveel spelfouten bevat deze zin? Noteer A, B, C of D

De OV chipkaart word snel verbetert, zegt een Woordvoerder van NS: Woensdag werd de bediening van de kaart automaten al vereenvoudigt om extra produkten sneller te kunnen laden.

A.3

B.5

C.7

D.9

 

10. Hoeveel huisgenoten heb ik? Noteer A, B of C

Mijn huisgenoot die te veel gedronken heeft, ligt nog op bed.

A.1

B.Meer dan 1

C.Dat kun je niet weten

 

En? Viel het mee of viel het tegen? Check snel hoe goed jij het zou doen als eerstejaars…


1. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.hbo student

B.hbo-student

C.HBO student

D.HBO-student

Hoezo dan?

‘hbo’ krijgt kleine letters, omdat het gaat om een opleidingssoort (net als bijvoorbeeld mbo, lts, havo). De hele combinatie ‘hbo-student’ noemen we Wanneer de opleiding een deel van een samenstelling is, dan schrijf je een streepje (koppelteken) tussen de afkorting en de rest. Kijk voor een uitgebreidere uitleg over samenstellingen onder vraag 3.

Heb je moeite met je taalverzorging? Download dan de gratis app van Onze Taal. Hun of hen, dan of als, d of t, er( )van( )uit, zijn/haar, (punt)komma’s, balen als een stekker: de experts van het Genootschap Onze Taal adviseren elke dag over correct taalgebruik en weten alles van spelling, grammatica, leestekens en de herkomst van woorden en uitdrukkingen. De taaladviezen van www.onzetaal.nl zijn nu te bekijken via een gratis app voor smartphones en tablets met iOS (iPhone en iPad) en Android als besturingssysteem. Ga naar http://www.onzetaal.nl/app en grijp je kans!

2. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.HAVO’er

B.HAVO-er

C.havo’er

D.havoër

Ja daaaaaag. Dat ziet er niet uit.

 Helaas, toch is dit de juiste spelling… Je vindt een goede en betrouwbare uitleg op http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1300/ . (bonustip: sla deze site direct op in je favorieten)

3. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.communicatie professional

B.communicatie proffesional

C.communicatieprofessional

D.communicatieproffesional

 

Aan elkaar dus. Hoezo dat dan?

In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, of om te voorkomen dat twee klinkers (a, e, i, o, u) op elkaar botsen kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

En waarom is ‘professional’ dan met 1 f en 2 s’en?

Veel woorden in het Nederlands zijn ‘weetwoorden’ of ‘opzoekwoorden’. Dat is de vriendelijke formulering voor ‘leer uit je hoofd’ of ‘zoek op hoe je het moet spellen’. Veel lezen helpt hierbij enorm: daarbij maakt je brein steeds een soort foto’s van de goede spelling van woorden, zonder dat je dat doorhebt. Hoe meer goede foto’s je in je hoofd hebt, hoe minder je hoeft op te zoeken. Als je wilt checken hoe je een woord spelt, kun je gebruikmaken van www.woordenlijst.org (de gratis onlineversie van het Groene Boekje). Ook ‘professional’ vind je hierin terug. http://woordenlijst.org/zoek/?q=professional&w=w

Staat het woord dat je zoekt niet de woordenlijst? Probeer dan in Google de combinatie van het woord met ‘spelling’ (dus bijvoorbeeld ‘eerstejaars student spelling’) of ‘taaladvies’ en kies dan voor de betrouwbare bronnen (kijk onder ‘Meer taaladvies’).

4. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik ga ervanuit dat…

B.Ik ga ervan uit dat…

C.Ik ga er vanuit dat…

D.Ik ga er van uit dat…

Stik, dat is toch niet logisch?

Misschien eerst niet, voor je gevoel. Maar als je eenmaal weet hoe het in elkaar zit, snap je de logica erachter. In zinnen zoals deze kijk ik zelf altijd eerst wat het grondwoord is, het hele werkwoord. Dat is in dit geval ‘uitgaan van’ (kun je snel controleren via www.woordenlijst.org, ook een fijne en betrouwbare site om op te slaan). ‘Uitgaan’ is dus 1 woord, de delen ‘uit’ en ‘gaan’ horen bij elkaar. Ze zijn als het ware getrouwd en zitten ’s avonds samen op de bank.

Als de woorden nu los van elkaar op stap gaan, zoals in de zin ‘Ik ga ervan uit’, dan blijven ze elkaar trouw: ze gaan dus niet aan andere woorden vastplakken. De woordjes ‘er’ en ‘van’ in deze zin zijn single, dus als die in een zin op stap gaan, gaan ze elkaar opzoeken (en aan elkaar vastplakken, zoals veel singles in de kroeg).  Zo krijg je dus ‘Ik ga (los, want is al getrouwd) ervan (aan elkaar, want 2 singles) uit (los, want is al getrouwd).

Een fijn overzicht van een aantal vaak voorkomende combinaties vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/ervanuitgaan

5. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik heb hem gewhatsappt.

B.Ik heb hem ge-whatsappd.

C.Ik heb hem gewhatsapp’t.

D.Ik heb hem gewhatsapped.

Hee, dan gaat eigenlijk net zoals een Nederlands werkwoord. Toch? Voltooid deelwoord krijgt stam + t, omdat de laatste letter van de stam in ’t ex-kofschip zit.

Helemaal goed! Engelse werkwoorden passen zich aan aan het Nederlands als je ze vervoegt. Geen extra, lastige, of ongewikkelde spellingsregels dus. Jieeeeehaaaa! Denk er wel aan dat je naast ’t ex-kofschip te maken krijgt met de extra Engelse sis-klanken (sj /tsj, zoals je bijvoorbeeld hoort aan het eind van de woorden push en stretch).

Een superhandige lijst van Engelse werkwoorden met hun Nederlandse vervoeging vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/engelse-werkwoorden#A .

Eindeloos oefenen met (Engelse) werkwoordspelling? Ga dan naar http://www.jufmelis.nl/werkwoordspelling .

6. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.social media beleid

B.social media-beleid

C.social mediabeleid

D.socialmediabeleid


Deze weet ik nu ook! Dat is dezelfde regel als bij 3 ! Toch?

Kijk, dat is de ware communicatieprofessional.

 

7. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.De minister wil het nieuwe beleid per direkt invoeren.

B.De minister wilt het nieuwe beleid per direkt invoeren.

C.De minister wil het nieuwe beleid per direct invoeren.

D.De minister wilt het nieuwe beleid per direct invoeren.

Volgens mij staat hier het verkeerde goede antwoord. Bij werkwoorden in de tegenwoordige tijd is het stam + t, dus wilT.

Eh… Hoe breng ik dit vriendelijk? Nee. Dat is helaas echt niet goed. Die regel gaat op voor zwakke werkwoorden (die werkwoorden die zich in het Nederlands braaf aan de regels houden). ‘Willen’ is een sterk werkwoord (eentje dat zijn eigen wil heeft en zich niet aan de regels houdt). Bij ‘willen’ is de hij-vorm (derde persoon enkelvoud) dezelfde als die voor de ik-vorm (de eerste persoon enkelvoud). ‘Hij wil’ dus, net als ‘ik wil’.

En hoe zit het dan met ‘direct’?

Dat is weer een weetwoord of een opzoekwoord. Je kunt de juiste spelling vinden in de woordenlijst http://woordenlijst.org/zoek/?q=direct&w=w Oefenen met weetwoorden/opzoekwoorden (en met alle andere soorten spelling)? Meld je dan aan voor www.beterspellen.nl en maak dagelijks gratis een korte taaltest: “De website is voor iedereen die problemen heeft bij het dagelijkse spellen.  De meest gemaakte fouten komen aan de orde. De regeltjes zijn vaak best simpel, als je ze eenmaal weet. Daar wil Beterspellen.nl graag bij helpen.”

 

8. Wat is juist? Noteer A of B

A.Zo’n 80% van de bedrijven heeft de jaarcijfers bekendgemaakt.

B.Zo’n 80% van de bedrijven hebben de jaarcijfers bekendgemaakt.

Heeft? Maar ‘bedrijven’ is toch meervoud?

‘Bedrijven’ is inderdaad een meervoud. Alleen is ‘bedrijven’ hier niet de kern van de woordgroep die het onderwerp vormt. Het onderwerp bestaat in deze zin uit ‘Zo’n 80% van de bedrijven’. De kern van deze woordgroep is ‘zo’n 80%’. Als je dat eenmaal ziet, dan hoor je ook dat je een enkelvoud nodig hebt: ‘Zo’n 80% danst, loopt, springt, fietst dagelijks naar huis.’ Geen ‘hebben’ dus, maar ‘heeft’.

9. Hoeveel spelfouten bevat deze zin? Noteer A, B, C of D

De OV chipkaart word snel verbetert, zegt een Woordvoerder van NS: Woensdag werd de bediening van de kaart automaten al vereenvoudigt om extra produkten sneller te kunnen laden.

A.3

B.5

C.7

D.9

Wát? Negen fouten in één zin?

Tja… Erger is: waarom heb je ze niet alle negen gezien? Op een rijtje:

De OV chipkaart –> ov-chipkaart (2 fouten)

De afkorting ‘ov’ spel je met kleine letters: je kunt dat snel en makkelijk checken in de woordenlijst. Het geheel ‘ov-chipkaart’ is een samenstelling (net als bij vraag 3), maar dan een samenstelling met een afkorting (het stukje ‘ov’). Samenstellingen worden in het Nederlands zo veel mogelijk aaneengeschreven. In sommige gevallen heb je echter een streepje nodig, bijvoorbeeld bij id-kaart. Als een van de delen van een samenstelling een afkorting is (zoals id en ov), dan koppel je die afkorting met een streepje (koppelteken) aan het andere deel van de samenstelling.

word snel verbetert, –> wordt snel verbeterd (2 fouten)

Moeite met werkwoordspelling? Oefen op http://www.jufmelis.nl/werkwoordspelling/ of op http://cambiumned.nl/oefeningenwerkwoordspelling.htm

zegt een Woordvoerder van NS: –> woordvoerder (1 fout)

Woordvoerder is een functienaam: die krijgen geen hoofdletter. Kijk voor meer toelichting op http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1265/hoofdletters_kleine_letters_in_functieaanduidingen/

Woensdag werd de bediening van de kaart automaten –> woensdag … kaartautomaten (2 fouten)

Na een dubbele punt komt geen hoofdletter, tenzij daar een naam komt (‘Janneke’), of een citaat (‘Hij zei: “Nu ben ik het zat, dat gedoe over spelling.”’), of een opsomming van volledige zinnen. ‘Woensdag’ krijgt hier dus een kleine letter.

En ‘kaartautomaten’ wist je al: dat is een samenstelling (kijk onder vraag 3) en die schrijf je aan elkaar.

al vereenvoudigt –> vereenvoudigd (1 fout)

om extra produkten sneller te kunnen laden. –> producten

Dit is een weetwoord/opzoekwoord dat je kunt checken in de woordenlijst

 

10. Hoeveel huisgenoten heb ik? Noteer A, B of C

Mijn huisgenoot die te veel gedronken heeft, ligt nog op bed.
A.1

B.Meer dan 1

C.Dat kun je niet weten

Maar er staat toch nergens hoeveel huisgenoten je hebt? Dus dat kun je toch niet weten?

Lees de zin eens hardop voor jezelf voor.

Nu lees je dezelfde zin nog een keer hardop, maar dan met een komma (en dus een korte pauze) na ‘huisgenoot’. Dat wordt dus:

Mijn huisgenoot, die te veel gedronken heeft, ligt nog op bed.

Hoor je dat er verschil in betekenis ontstaat? Of je wel of niet een komma plaatst, verandert de betekenis van de zin. Staat er een komma na huisgenoot, dan drukt de zin uit dat je huisgenoot (je enige huisgenoot), die toevallig te veel gedronken heeft, nog in bed ligt. Staat er geen komma na huisgenoot, dan drukt de zin uit dat je huisgenoot (een van je huisgenoten) nog in bed ligt en dat het daarbij specifiek gaat om de huisgenoot die te veel gedronken heeft. De zin ZONDER komma noem je een beperkende bijvoeglijke bijzin. De zin MET komma noem je een uitbreidende bijvoeglijke bijzin.

Meer taaldvies?

Goede, betrouwbare bronnen en sites zijn:

–       www.woordenlijst.org

–       www.jufmelis.nl

–       http://apps.nrc.nl/stijlboek/

–       www.onzetaal.nl

–       www.taaladvies.net

–       www.beterspellen.nl

 

Ondertussen, achter de schermen

Over de geheime toolkit van de communicatieprofessional: nudging, framing en priming (deel 1)

Als communicatieprofessional ben je er bewust of onbewust vaak op uit om het gedrag van mensen te beïnvloeden. Je bent bijvoorbeeld communicatiemedewerker bij de Rijksoverheid en je werkt mee aan een campagne om automobilisten zich aan de adviessnelheid te laten houden. Je werkt als stagiaire bij Natuurmonumenten en moet een commerciële relatiebrief schrijven om leden aan te moedigen een extra bijdrage over te maken. Of je bent woordvoerder bij Albert Heijn en je wilt consumenten laten spreken over ‘regulier kippenvlees’ in plaats van over ‘plofkippen’.

Wat je met je communicatie ook wilt bereiken, het is lastig om mensen zo gek te krijgen dat ze doen wat jij graag wilt. Maar: als communicatieprofessional beschik je wel over een geheime toolkit die je hiervoor kunt inzetten – je kunt gebruikmaken van nudging, framing of priming. Deze week: nudging.

Nudging?

Precies. Nudging. Nudging is een subtiel duwtje dat het gedrag van mensen verandert, zonder de keuzevrijheid te veranderen (door bijvoorbeeld mogelijkheden te verbieden) en zonder grote economische prikkels (door bijvoorbeeld de prijs te verhogen).

Fruit plaatsen op ooghoogte is een nudge. Ongezond eten wettelijk verbieden is geen nudge (want je verandert de keuzevrijheid – in dit geval door het aantal keuzes te beperken). Ook een vettaks invoeren is geen nudge (want je geeft dan een economische prikkel – in dit geval door de prijs van vet eten te verhogen). Een duwtje in de goede richting noem je een good nudge, een duwtje in de verkeerde richting een evil nudge.

Kun je wat voorbeelden van nudging uit de praktijk noemen?

  • Van Nederlandse bodem: de vliegsticker in urinoirs (nudge: in de pot plassen, niet erbuiten) –> 80% minder urine naast het urinoir
  • Lastig toegankelijke parkeerterreinen bij overheidsinstellingen (nudge: neem de trein, niet de auto)
  • Het smiley-bord langs de weg om de snelheid te beperken (nudge: houd je aan adviessnelheid, ga niet harder rijden)
  • A-merken op ooghoogte in de supermarkt (nudge: koop dit duurdere product, niet het goedkopere C-merk) –> verkoop A-merk stijgt met 25%
  • De ‘pianotrap’ van Volkswagen in een metrostation in Stockholm (nudge: neem de trap, niet de roltrap) –> 66% neemt daardoor de trap in plaats van de roltrap

Oke, helder.

Mooi, dan kun je nu zelf testen of je de nudge van de niet-nudge kunt onderscheiden. Hieronder staan acht nudges en niet-nudges door elkaar. Slechts vijf ervan zijn echte nudges… Klaar? Kijk dan snel in PS2 voor de goede antwoorden

  1. Een restaurant verkleint de grootte van de borden voor het hoofdgerecht (zodat je eerder het gevoel hebt dat je vol zit)
  2. Je krijgt als student een boete als je langer dan vier jaar over je studie doet (zodat je sneller je studie afrondt)
  3. De cateraar die het eten in de kantine verzorgt, biedt geen gefrituurde snacks meer aan (zodat je gezonder gaat eten)
  4. Een chipsfabrikant maakt elke tiende chip in de koker rood (zodat je weet hoeveel chips je al gegeten hebt – en je dus eerder stopt met chips eten)
  5. Een fabrikant van anticonceptiepillen neemt zeven placebo’s op in iedere strip om de routine van het dagelijks slikken niet te doorbreken (zodat je niet vergeet je pil te slikken)
  6. In het toilet vind je een grote en een kleine knop voor een grote en een kleine boodschap (zodat je water bespaart)
  7. Een supermarkt zet alle thee met een fairtradekeurmerk dat op de voorkant van de verpakking staat in het midden van het theeschap (zodat de consument eerder kiest voor duurzame producten)
  8. Je krijgt als ondernemer een boete van de Belastingdienst als je je aangifte omzetbelasting niet tijdig invult (zodat je dit ruim van tevoren doet)

 En het nut van nudging?

Nutging dus (vergeef het me: als taalfanaat krijg je soms een vreemd gevoel voor humor). Mensen beslissen meestal niet met hun verstand: ze nemen hun beslissingen snel, intuïtief en emotioneel. Daardoor zijn de meeste beslissingen onbewust, impulsief en irrationeel. Dat is het slechte nieuws.

Het goede nieuws is dat het beslissingsgedrag van mensen dan misschien wel irrationeel is, maar wel voorspelbaar irrationeel. En daar kun je als communicatieprofessional op inspelen. Je kunt er namelijk rekening mee houden dat mensen standaard kiezen op basis van gewoontes, impulsen en emoties (‘onbewust gewoontegedrag’). Zo kun je de kans aanzienlijk vergroten dat mensen tijdig hun snelheidsboetes betalen, dat zij de enquête die jij zorgvuldig hebt opgesteld invullen (en die niet ongelezen deleten uit hun mailbox) en dat ze maandelijks een grotere hoeveelheid geld overmaken naar het goede doel waar jij de communicatie voor verzorgt.

Thaler en Sunstein beschrijven in hoofdstuk 5 van hun boek Nudge, Improving Decisions about Health, Wealth, and Happiness (2008) zes verschillende principes om gebruik te maken van nudging. Zij kijken daarbij naar de manier waarop mensen keuzes maken en hoe je daarop in kunt spelen: “If you indirectly influence the choices other people make, you are a choice architect. And since the choices you are influencing are going to be made by Humans, you will want your architecture to reflect a good understanding of how humans behave. […] we offer some basic principles of good (and bad) choice architecture.”[1]

Zij noemen als nudge-principes: het gebruik van prikkels, het formuleren van een herkenbaar kader, het gebruik van standaardinstellingen (‘default’), het geven van feedback, het rekening houden met menselijke fouten en het structureren van complexe keuzes. Meer lezen? De pdf van het boek is gratis beschikbaar.

Oke, nudging dus. Maar dit blog gaat over taal. Sterker nog: over taal voor de communicatieprofessional. Dus wat heeft nudging daarmee te maken?

Kijk, nu wordt het echt interessant. Je kunt namelijk nudgen door vliegenstickers te plakken, bananen op ooghoogte neer te leggen en trappen om te bouwen tot muziekinstrumenten. Maar je kunt het ook simpeler doen: door bewust om te gaan met je taalgebruik.

Tips en trucs voor talige nudges

1. Voorbeeld verkeersboetes: schrijf persoonlijk en concreet 

Volgens schrijver Thijs Kleinpaste betalen mensen in Engeland hun verkeersboetes sneller. Door gebruik te maken van nudging is het ‘behavioral insight team’, “the world’s first government institution dedicated to the application of behavioural sciences” (in de volksmond: de ‘nudge unit’) er daar in geslaagd mensen ertoe te bewegen om vervelende klusjes niet uit te stellen. De truc: persoonlijk schrijven. Eigenaren van een Vauxhall Safira lezen in hun boete dat niet betalen kan leiden tot inbeslagname hun Vauxhall Safira; eigenaren van een Ford Focus lezen dat diezelfde boete kan leiden tot inbeslagname van… precies. Kortom: hoe persoonlijker je schrijft, hoe eerder mensen zich aangesproken voelen en hun gedrag veranderen. (Kleinpaste, T: Stiekem burgers manipuleren: van urinoir tot orgaandonatie. In NRC WEEKEND 20-21 juli 2013. Het artikel is op de site van NRC alleen beschikbaar voor abonnees, maar je kunt het wel lezen op dit blog)

2. Voorbeeld energiegebruik: schrijf persoonlijk en concreet

Een ander voorbeeld van persoonlijk en concreet schrijven en daardoor het gedrag van mensen te beïnvloeden, is het voorbeeld van het Engelse energiebedrijf Opower. Dat bedrijf voorziet mensen van een energierekening met begeleidende tekst, waarin concreet staat aangeven hoeveel energie zij maandelijks verbruiken t.o.v. vergelijkbare huishoudens in dezelfde wijk. Geanonimiseerd uiteraard. Door deze informatie expliciet te benoemen, gaan mensen zuiniger om met energie (2-3%). ( Kijk voor meer informatie op de website van het ‘behavioral insight team’: www.behaviouralinsights.co.uk)

3. Voorbeeld gezond voedsel: communiceer sociale normen

Onderzoeken laten steeds opnieuw zien dat communiceren over voorbeeldgedrag (‘sociale normen’) het gedrag beïnvloedt. Een onderzoekteam onder leiding van Leerstoelgroep Marktkunde en Consumentengedrag van de Universiteit van Wageningen en adviesbureau Schuttelaar & Partners heeft in 2011-2012 nudges getest in een virtuele supermarkt en in de Kiosk op het station. Het team plaatste promotiemateriaal met daarop de boodschap dat mensen uit een vergelijkbare groep voor duurzame of gezonde producten kiezen (een afbeelding van fruit gecombineerd met de woorden “Kies eens fruit: heel veel treinreizigers doen dit ook!”). Het onderzoek leverde consistent een positief beeld op: consumenten kozen op basis van deze nudge steeds vaker voor een gezond of duurzaam product.

4. Voorbeeld digitale camera: maak het tastbaar

Stel: je werkt als communicatiemedewerker bij MediaMarkt. MediaMarkt heeft een nieuwe digitale camera in het assortiment die je graag onder de aandacht wilt brengen. De camera heeft meer megapixels dan welke andere camera in het assortiment dan ook, maar kost ook behoorlijk wat meer: 100 euro. Hoe maak je het aantrekkelijk voor kopers om dat extra geld neer te tellen? Dat kun je doen door te communiceren ‘deze camera heeft heel veel megapixels’. Maar: dat zegt consumenten niet zoveel (behalve dan het algemene gevoel ‘meer is beter’). Is het het waard om 100 euro meer te betalen om van 18,2 naar 19,3 megapixels te gaan?

Megapixels zijn eigenlijk te abstract om prettig over te communiceren. Wat je wel kunt doen, is het extra aantal megapixels tastbaar maken. Stel je eens voor dat je in plaats daarvan het grootst mogelijke printformaat aangeeft. Dus in plaats van de keuze tussen 16,5, 18,2 en 19,3 megapixels geef je kopers de keuze tussen kwaliteitsfoto’s printen in maximaal 10x15cm, 15x20cm of op posterformaat. Dat kun je voor je zien…

5. Voorbeeld maandelijkse bijdrage goed doel: formuleer een goed gekozen startpunt

In een experiment kregen studenten twee vragen voorgelegd: (a) Hoe gelukkig ben je? en (b) Hoe vaak date je? Als studenten eerst vraag a kregen en daarna vraag b, was er nauwelijks samenhang tussen de antwoorden. Maar als de volgorde werd omgekeerd, dus als de date-vraag eerst kwam, dan ging de samenhang tussen de antwoorden heel sterk omhoog (van correlatie 0.11 naar 0.62). Blijkbaar leidde een positief antwoord op de date-vraag tot het gevoel ‘Hee, ik date heel veel, wat ben ik gelukkig”, of een negatief antwoord tot “Verdorie, ik kan me mijn laatste date niet herinneren, wat ben ik eigenlijk ongelukkig!”

Volgens Thaler en Sunstein kun je met je formulering van je startpunt (welke vraag eerst) het gedrag van mensen beïnvloeden (nudging): “We can influence the figure you will choose in a particular situation by ever-so-subtly suggesting a starting point for your thought process. When charities ask you for a donation, they typically offer you a range of options such as $100, $250, $1,000, $5,000, or “other.” If the charity’s fund-raisers have an idea of what they are doing, these values are not picked at random, because the options influence the amount of money people decide to donate. People will give more if the options are $100, $250, $1,000, and $5,000, than if the options are $50, $75, $100, and $150.”

PS Ben je student in het hoger onderwijs? En denk je dat dat onderwijs nudge-vrij is? Lees dan het artikel Nudging the student van Hogeschool Rotterdam en ontdek dat je wordt genudged waar je bij staat. Dat je standaard voor tentamens staat ingeschreven is bijvoorbeeld een nudge…

PS2 De niet-nudges zijn 2 (want je geeft een economische prikkel), 3 (want je beperkt de keuzevrijheid) en 8 (want je geeft een economische prikkel)

Geraadpleegde literatuur

W.L. Tiemeijer: Hoe mensen keuzes maken: de psychologie van het beslissen. (2011). Gratis beschikbaar in pdf.

Richard H. Thaler, Cass R. Sunstein: Nudge, Improving Decisions About Health, Wealth And Happiness. (2008). Gratis beschikbaar in pdf.

Academie voor Overheidscommunicatie: Een praktische kijk op gedragsverandering, Wetenschappelijke theorieën vertaald in praktische modellen. (2013). Gratis beschikbaar in pdf.

Behavioral Insights Team: Behaviour Change and Energy Use. (2011). Gratis beschikbaar in pdf.

Hogeschool Rotterdam: Nudging the student, subtiele verleiders inzetten voor studiesucces. (2013). Gratis beschikbaar in pdf.

Academie voor Overheidscommunicatie: De geest is gewillig, het vlees is zwak, Nieuw gereedschap voor de communicatieprofessional. (2013). Gratis beschikbaar in pdf.

Schuttelaar en Partners: Helpt nudgen bij een gezonde en duurzame keuze? (2012). Gratis beschikbaar in pdf.

Rathenau weblog: Nooit niet genudged. (2013)


[1] Thaler, R. H. & Sunstein, C. R.: Nudge, Improving decisions about health, wealth, and happiness. Yale University Press, New Haven, CT, 2008.

 

Ben gewoon fucking 1 minuut voor de wekker wakker geworden #likeaboss

Vijf wondere wetenswaardigheden over bytes-schrijven

Ik word oud. Ik ben 34 en na mij zagen al twee nieuwe generaties het levenslicht – eerst Generatie X en daarna een generatie die al zoveel namen heeft gehad, dat zij in een continue identiteitscrisis moet verkeren: Generatie Y, Generatie Z, Generatie Einstein, de Millennials, de strawberry generation, de prestatiegeneratie, de portfoliogeneratie…

Als je werkzaam bent in de communicatie, is oud worden gevaarlijk. Nieuwe communicatiemiddelen poppen als serpentines uit hun kokers en voor je het weet, loop je hopeloos achter. Om ‘bij te blijven’ blog ik (te weinig), twitter ik (te weinig) en houd ik lezingen en workshops op mijn vakgebied bij (genoeg, gelukkig).

19 maart was ik op Universiteit Leiden bij de Studium Generale-lezing van Tom van Hout, universitair docent Journalistiek en nieuwe media (Universiteit Leiden) en docent Professionele communicatie (Universiteit Antwerpen). Hij sprak over de informalisering van taal onder invloed van social media.

Vijf wondere wetenswaardigheden over bytes-schrijven uit de SG-lezing van Van Hout

  1. De Millennials, geboren tussen grofweg 1982 en 2004, besteden achttien (!) uur per dag aan mediagebruik. Dat mediagebruik varieert van tv-kijken, internetten en sms’en tot (online)videospelletjes spelen en het bijhouden van social media. Die uren overlappen elkaar wel: Millennials kijken tv met de laptop op schoot en de telefoon in hun hand. Dat blijkt uit gegevens van Crowdtrap, Ipsos MediaCT en Statista.
  2. De opmars van sociale media – en dan vooral sociale netwerken als Facebook en social streams als Twitter – veroorzaakt drie belangrijke bewegingen die gelijk opgaan.

Een: meer mensen schrijven. Jong, oud, ongeschoold, hoogopgeleid, uit Nederland,
Argentinië, Peru, Australië, het maakt niet uit. Vandaag de dag schrijven meer
mensen dan ooit tevoren.

Twee: mensen schrijven méér. Je stuurt snel een mailtje naar je docent in de trein op
weg naar college. Je typt op je werk een korte reactie op een opmerkelijke uitspraak
van Geert Wilders. Je twittert een foto van je broodje kapsalon tijdens het uitgaan,
voorzien van commentaar. Hoewel we in een tijdperk leven waarin mondelinge
communicatie domineert, schrijven we meer dan ooit.

Drie: wat we schrijven komt terecht in een eeuwigdurende berichtenpool op blogs,
fora, nieuwssites en sociale media. Wat we schrijven wordt dus steeds herhaald en
verdwijnt niet meer zomaar.

3. Lady Gaga heeft 41 miljoen volgers op Twitter en volgt zelf 135.000 mensen. Hoe het is om de tweets van zoveel mensen te volgen? Van Hout: ‘Ik druk me nu voorzichtig uit, maar diarree komt in de buurt.’ Hoe kun je je nog onderscheiden in die eindeloze tsunami van content op social media?

Volgens Van Hout is dat waar het in life casting op Twitter om draait: het claimen van authenticiteit. Een goed voorbeeld daarvan is #likeaboss. Uit een analyse van Van Hout op basis van 100.000 tweets met deze hashtag, blijkt dat in de slag om authenticiteit drie zaken centraal staan.

Een: Twitterberichten zijn interpersoonlijk

tweet interpersoonlijkTwee: Twitterberichten laten spontaniteit zien

tweet spontaanDrie: Twitterberichten zijn gericht op interactie, op het uitlokken van een dialoog

tweet interactie4. Twitter is, net als andere sociale media, een vorm van praten met papier ertussen. Twittertaal houdt zich niet aan schrijfregels of aan de wetten van de logica: het taalgebruik bestaat uit losse woorden, onaffe zinnen, flarden van onderwerpen, zinnen zonder duidelijk begin of eind en op het oog onsamenhangende kreten. Veel meer nog dan in andere media, waar deze beweging al vanaf de jaren vijftig en zestig zichtbaar is, informaliseert taal op social media. Je noemt dat vernacular writing.

TweetAnatomy5. Sociale media als Facebook en Twitter worden door meer dan 1/7 van de wereldbevolking regelmatig gebruikt. Hierdoor is het mogelijk om op basis van deze media grootschalig onderzoek te verrichten. Zo is in het verleden onderzoek gedaan naar de samenhang tussen humeur en seizoen en zijn sociale media gebruikt om voorspellingen te doen voor de beurs.

Een nieuw, recent uitgekomen onderzoek op basis van sociale media is dat van Plos One, een internationaal, peer-reviewed, open-access onlinetijdschrift. Plos One analyseerde 700 miljoen woorden, zinnen and topics afkomstig van Facebookberichten. Deze berichten waren afkomstig van 75.000 vrijwilligers bij wie ook een persoonlijkheidsonderzoekje werd afgenomen. De onderzoekers vonden in de Facebookteksten onder meer opvallende verschillen in taalgebruik tussen mannen en vrouwen, tussen mensen van verschillende leeftijden en tussen verschillende karakters. Kijk hier voor het volledige artikel (en een samenvatting van de belangrijkste uitkomsten).

PS Spontaniteit op Twitter kan ook te ver gaan: spontane tweets kunnen leiden tot ontslag

PS2 Zelf ontdekken of jouw schrijfstijl digiproof is? 2 april verzorg ik de workshop Praten met papier ertussen voor het LAK in Leiden.

 

So You Think You Can Spell?

Als communicatiestudent aan Hogeschool Leiden word je opgeleid tot taalexpert. Dat betekent ein-de-lo-ze aandacht voor spelling, stijl en interpunctie. Deze week starten de eerstejaars met een gloednieuw vak: Redigeren. Op maandagochtend van week 1 zitten studenten nog niet goed en wel in het lokaal, of ze worden op pad gestuurd: zoek de tien spellingsopdrachten die over de tweede verdieping verspreid hangen en maak steeds de juiste keuze.

Weten hoe jij ervoor staat? Speur en spel mee!

 1. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A.HBO’er
B.HBO-er
C.hbo’er
D.hboër
2. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. zwarte pieten discussie
B. Zwarte Pietendiscussie
C. zwartepietendiscussie
D. Zwarte-Pietendiscussie

3. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een kop capucino
B. een kop cappucino
C. een kop capuccino
D. een kop cappuccino

4. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een tweedehands boek
B. een tweede-hands boek
C. een tweedehandsboek
D. een tweede-handsboek

5. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. ik heb hem gesmst
B. ik heb hem ge-smst
C. ik heb hem ge-sms’t
D. ik heb hem ge-sms-t

6. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. social mediacampagne
B. social-mediacampagne
C. social media campagne
D. socialmediacampagne

7. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. Donald Duck abonnement
B. Donald Duck abbonnement
C. Donald Duck-abonnement
D. Donald Duck-abbonnement

8. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. mond-tot-mondreclame
B. mond tot mondreclame
C. mond-tot-mond reclame
D. mond tot mond-reclame

9. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een drankje boordevol vitamines
B. een drankje boordenvol vitamines
C. een drankje bordevol vitamines
D. een drankje bordenvol vitamines

10. Wat is goed? Kies A of B

 A. In deze oefening word je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

B. In deze oefening wordt je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

 

So, you think you can spell? Check het meteen!

 1. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A.HBO’er
B.HBO-er
C.hbo’er
D.hboër

Hè? Moet het niet D zijn? Net als in ‘havoër’?

Helaas: nee (hoewel je wel bonuspunten scoort met dat ‘havoër’). ‘hbo’ is een initiaalwoord. Dat wil zeggen dat je alle letters los van elkaar moet uitspreken: h-b-o. Als een woord een initiaalwoord is, dan is het net teflon; er blijft niets zomaar aan plakken. Wil je er iets aan vastmaken, zoals een achtervoegsel (het stukje ‘er’ in ‘hbo’er’), of wil je het onderdeel maken van een samenstelling (zoals in ‘hbo-student’), dan moet je daar een leesteken voor gebruiken. Bij een achtervoegsel gebruik je dan een apostrof (het hoge kommaatje). Vandaar dat het ‘hbo’er’ wordt.

‘Havoër’ daarentegen is een letterwoord: je kunt het woord in één keer uitspreken, zonder dat je alle letters los van elkaar moet uitspreken. Aan een letterwoord kun je wel rechtstreeks een achtervoegsel vastplakken (havo+er wordt havoer). Wel heb je een trema nodig om uitspraakverwarring te voorkomen: zo wordt ‘havoer’ ‘havoër’.

Weten waarom je geen hoofdletters gebruikt? Kijk dan op https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/gsm-gsm

2. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. zwarte pieten discussie
B. Zwarte Pietendiscussie
C. zwartepietendiscussie
D. Zwarte-Pietendiscussie

Maar… maar… maar… ‘Zwarte Piet’ schrijf je toch met twee hoofdletters? Dus dan moet het toch B zijn?

Eh… nee. Je schrijft ‘zwartepietendiscussie’ helemaal aan elkaar, zonder hoofdletters in ‘Zwarte Piet(en)’. Je gebruikt die hoofdletters wel als het gaat om de knecht van Sinterklaas (ook met hoofdletter). In ‘zwartepietendiscussie’ wordt de naam van Zwarte Piet echter gebruikt om verschillende personen aan te duiden die voor Zwarte Piet spelen. In dat geval schrijven we zwarte pieten met kleine letters. De benaming is dan een soortnaam. Een vergelijkbaar voorbeeld is kerstmannen (‘mensen die voor Kerstman spelen’).

Je schrijft het woord helemaal aan elkaar, doordat het een samenstelling is. Kijk voor de uitleg van samenstelling bij het antwoord op vraag 6.

3. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een kop capucino
B. een kop cappucino
C. een kop capuccino
D. een kop cappuccino

 Zit daar nog logica achter?

 Niet echt. Cappuccino is een weetwoord of een opzoekwoord. Vanaf nu weet je dat het met twee c’s en twee p’s is. Twijfel je, dan kun je de correcte spelling altijd opzoeken in de digitale versie van het Groene Boekje, www.woordenlijst.org.

4. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een tweedehands boek
B. een tweede-hands boek
C. een tweedehandsboek
D. een tweede-handsboek

Die C-vorm heb ik echt nog nooit ergens gezien…

Dat kan kloppen: er bestaan twee vormen van dit woord. In Van Dale staat ‘tweedehands’ niet als zelfstandig lemma, maar onder tweedehands (bn.), met als voorbeeld o.a. een tweedehands auto, en verder “ook als eerste lid in samengestelde zn. als de volgende (…)”, met als voorbeelden o.a. tweedehandsauto (!) en tweedehandsboek.

5. Wat is goed? Kies A, B, C of D

 A. ik heb hem gesmst
B. ik heb hem ge-smst
C. ik heb hem ge-sms’t
D. ik heb hem ge-sms-t

Hee, is ‘sms’ dan hetzelfde als ‘hbo’? Dus een… initiaalwoord?

 Dat klopt. Ook hier kun je dus niets rechtstreeks aan het woord vast spellen. Daarmee vallen antwoord A en B af. Blijft over C of D. Inmiddels weet je dat je een apostrof gebruikt om een achtervoegsel (hier ‘t’) vast te spellen aan een initiaalwoord. Dat betekent dat C de enige goede optie is.

6. Wat is goed? Kies A, B, C of D

 A. social mediacampagne
B. social-mediacampagne
C. social media campagne
D. socialmediacampagne

Aan elkaar dus. Hoezo dat dan?

In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

In dit geval heb je te maken met een samenstelling die bestaat uit drie delen: ‘social’, ‘media’ en ‘campagne’. Wat voor campagne is het? Een mediacampagne. Die twee horen dus sowieso aan elkaar.

Hoe weet je dan of ‘social’ eraan vast moet? Door te kijken naar wat er gebeurt als je ‘social’ los van ‘mediacampagne spelt:

  • social mediacampagne.

Nu is de mediacampagne ‘social’. Dat is natuurlijk niet de bedoeling: ‘social’ wil alleen iets zeggen over ‘media’. Je ziet dat heel goed in

  • mobiele telefoonwinkel;
  • mobieletelefoonwinkel.

Bij de eerste optie staat de winkel op wieltjes: de hele winkel is dus mobiel. Bij de tweede optie is niet de winkel mobiel, maar de telefoon. Door het eerste deel van de samenstelling los of vast te spellen, krijg je dus een andere betekenis.

En waarom mag antwoord B dan ook? Of is dat een foutje?

Niks geen foutje: antwoord B mag ook. Kijk voor een snelle, heldere uitleg op https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/engelse-woorden-in-nederlandse-samenstellingen

Let wel op: bij het Groot Dictee mag je geen facultatieve koppeltekens plaatsen (zoals in ‘vakantie-appartement’): alleen noodzakelijke koppeltekens zijn toegestaan.

7. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. Donald Duck abonnement
B. Donald Duck abbonnement
C. Donald Duck-abonnement
D. Donald Duck-abbonnement

O, dat is weer een samenstelling?

 Klopt. Hier is sprake van een bijzonder soort samenstelling, namelijk een samenstelling met een eigennaam. Met een eigennaam geef je een specifieke persoon aan (‘Marjolein’) of een specifiek ding (‘H&M’, ‘Hogeschool Leiden’, ‘Circus Renz Berlin’). Als die eigennaam iets zegt over een zelfstandig naamwoord, spel je die eigennaam aan dat woord vast.

In veruit de meeste gevallen geeft de eigennaam aan van wie of van wat het zelfstandig naamwoord is:

–       Postbus 51-campagne –> een campagne van Postbus 51

–       Hogeschool Leidenvestiging –> een vestiging van Hogeschool Leiden

–       Circus Renz Berlinvoorstelling –> een voorstelling van Circus Renz Berlin

Iedereen heeft er recht op zijn eigen naam zo te spellen zoals hij wil. ‘Marjolein’ of ‘Marjolijn’, dat mag je zelf kiezen (of dat mochten je ouders in ieder geval). Donald Duck heeft ervoor gekozen zijn naam met een spatie ertussen te spellen. Dat respecteren we in de samenstelling.

We houden nu twee opties over: ‘Donald Duck-abonnement’ (met koppelteken, zoals in de opgave hierboven) en ‘Donald Duckabonnement’ (zonder koppelteken). Voor bedrijven werkt hun naam vaak als een logo: je wilt die naam duidelijk herkenbaar weergeven. Daarom kiezen veel bedrijven voor optie D: ‘Donald Duck-abonnement’ (met koppelteken). Daardoor blijft de bedrijfsnaam makkelijk herkenbaar. In deze opgave is optie D dus de juiste.

Voor wie zich voorbereidt op het Groot Dictee: bij het Groot Dictee mag je geen facultatieve koppeltekens plaatsen (zoals in ‘vakantie-appartement’): alleen noodzakelijke koppeltekens zijn toegestaan. Bij het Groot Dictee moet je hier dus kiezen voor ‘Donald Duckabonnement’ (zonder koppelteken).

En waarom is‘abonnement’ niet met twee b’s en één n?

Ook hier zit, net als bij cappuccino, geen echte logica achter. Het is dus een weetwoord of een opzoekwoord.

8. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. mond-tot-mondreclame
B. mond tot mondreclame
C. mond-tot-mond reclame
D. mond tot mond-reclame

Dat lijkt ook een samenstelling te zijn, maar dan net even anders…

 Klopt! Dit noem je een samenkoppeling in een samenstelling. De eerste drie woorden vormen de samenkoppeling (in het wild te herkennen aan de koppeltekens). Een samenkoppeling wordt dus gevormd door twee of meer woorden die vaak samen voorkomen en daardoor een vaste uitdrukking zijn gaan vormen.

Die samenkoppeling gedraagt zich hier als een zelfstandig naamwoord, dat iets zegt over ‘reclame’ (wat voor reclame? Mond-tot-mondreclame). Daarom spel je die koppeling rechtstreeks vast aan ‘reclame’. Om aan te geven dat het om een samenkoppeling gaat, laat je de koppeltekens staan.

Kijk voor meer voorbeelden van samenkoppelingen in samenstellingen op http://woordenlijst.org/leidraad/6/6/

9. Wat is goed? Kies A, B, C of D

 A. een drankje boordevol vitamines
B. een drankje boordenvol vitamines
C. een drankje bordevol vitamines
D. een drankje bordenvol vitamines

‘Boordevol’? Waarom niet ‘bordevol’? Dat is toch veel logischer?

Dat komt door de herkomst van het woord. Die herkomst kun je opzoeken in een etymologisch woordenboek, bijvoorbeeld het (betaalde) Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN). Voor een gratis toelichting kun je spieken op  https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/tjokvol-zitten

En dan nog een puntje van aandacht: waarom schrijf je hier geen ‘n’ (‘boordenvol’)?

 Omdat je hier te maken hebt met een bijvoeglijk naamwoord, waarvan het eerste deel (‘boorde’) het tweede deel (‘vol’) versterkt: niet zomaar vol, maar boordevol. In dat geval spel je het eerste deel zonder tussen-n. Andere voorbeelden zijn ‘beregoed’, ‘reuzeleuk’, ‘reteslim’.

10. Wat is goed? Kies A of B

 A. In deze oefening word je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

B. In deze oefening wordt je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

Die zwartepietendiscussie, oké, maar dit? Als ‘je’ na de persoonsvorm komt, dan spel je die persoonsvorm toch zonder ‘t’?

 Op zich is er niets mis met die regel. Maar: je moet wel weten wanneer je hem toepast. De ‘t’ vervalt namelijk alleen als de ‘je’ na de persoonsvorm het onderwerp is. Hoe weet je dat?

  • Je kunt ‘je’ vervangen door ‘jij’: ‘je’ = onderwerp, dus geen ‘t’
  • Je kunt ‘je’ vervangen door ‘jou’: ‘je’ = meewerkend voorwerp, dus wel een ‘t’

Hier wordt de zin: ‘In deze oefening wordt (aan) jou gevraagd steeds de juiste keuze te maken.’ ‘Je’ is hier dus geen onderwerp, maar meewerkend voorwerp. De ‘t’ blijft dus staan.

Wat is dan wel het onderwerp?

Het zinsdeel ‘steeds de juiste keuze te maken’. Dat wordt gevraagd aan jou.

 

 

 

 


 

Write it yourself: show, don’t tell

Een minicursus met maxi-effect: leer meeslepend schrijven in 5 stappen

STAP 1 De kunst van het liegen

Lees het volgende fragment uit ‘De kunst van het liegen’ van Alan Bradley en beantwoord daarna de vragen. De ‘ik’ is de 11-jarige Flavia.

Het was een vierkant gebouwtje, met bakstenen muren voor de begane grond en hout voor de bovenverdieping. De ramen waren bedekt met een ondoorschijnende laag die getuigde van verwaarlozing en spinnenwebben; dat soort ramen lijkt je aan te kijken.
De deur was ooit geverfd geweest, maar de verf was afgebladderd. Het kale grijze hout was net zo verweerd als dat van de bovenverdieping.
Ik wikkelde de zakdoek weer om mijn hand en probeerde de deurknop. De deur zat op slot.
De ramen op de bovenverdieping zaten te hoog om erdoor naar binnen te kunnen klimmen, en de dunne houtjes van het met klimop begroeide latwerk zouden mijn gewicht nooit houden. Een gammele ladder leunde vermoeid tegen een muur, maar was te gevaarlijk om er gebruik van te maken. Ik besloot naar de achterkant te lopen.
Ik moest voorzichtig zijn. Alleen een verzakte schutting en een smal pad scheidden de achterkant van het koetshuis van miss Mountjoy’s treurwilg; ik zou diepgebukt moeten rennen, als een commando op het strand.

Oefening
Beantwoord nu de volgende twee vragen:

  1. Als je de locatie waar dit fragment zich afspeelt in je eigen woorden samenvat, wat wordt dat dan? Gebruik maximaal vier woorden.
  2. Wat wil je als lezer graag te weten komen in dit fragment? Wat wil je kunnen zien?

Benieuwd naar de antwoorden? Kijk snel in PS1

Yes, die vragen had ik goed. Maar hoe helpt dit me om meeslepend te schrijven?

Lees snel stap 2!

 bradley

STAP 2 Pas op: spinnenwebben

Het principe dat Bradley hier toepast, heet ‘show, don’t tell’ (in het vervolg afgekort tot SDT). In het Nederlands: vertonen, niet vertellen. Dat betekent dat je je lezer allerlei impliciete informatie geeft, die hij gebruikt om zelf een conclusie trekken. Zo staat er in het fragment nergens letterlijk dat dit een verlaten huis is. Toch weet je dat: die conclusie heb je zelf getrokken op basis van de tekst. Ook staat er nergens dat het gebouw een tikkeltje eng of naargeestig is. Als lezer heb je dat zelf vastgesteld op basis van de blinde ramen die je aan lijken te kijken, de spinnenwebben, de deur die op slot zit en die je niet aan wilt raken, de gevaarlijke ladder en het feit dat je voorzichtig zult moeten zijn.

Dat ik voorzichtig zal moeten zijn? Dat Flavia voorzichtig moet zijn, bedoel je.
Eigenlijk bedoel ik allebei. Door SDT toe te passen, zie je als lezer wat Flavia ziet, voel je wat zij voelt, beleef je wat zij beleeft. Dat is ook precies de bedoeling van de techniek: je raakt betrokken bij het verhaal, wilt weten hoe het verder gaat, wat er binnen in dat huis te zien is.

Dat wil ik nu eigenlijk ook best wel weten… Zit er een eng beest binnen? Een monster? Een pedofiel? Een gevangene? Een moordenaar? Een…
Kijk, dat is wat het verhaal graag wil. Dat jij je dat af gaat vragen, dat je actief deel wordt van het verhaal. Nog even geduld…

verlaten huis

Oefening
De kunst is om je lezer zoveel (en zo weinig!) informatie te geven, dat hijzelf de goede conclusies trekt. Jij geeft 50% en op basis daarvan vult je lezer de andere 50% zelf in. Hij pikt als het ware alle hints op die jij geeft en interpreteert die, tot hij precies die conclusies trekt die je als schrijver wilt dat hij trekt. Dat zie je bijvoorbeeld in dit promotiefilmpje voor de luchtmacht. De beelden die je ziet laten geen ruimte voor andere interpretaties.

Kijk nu nog eens naar het Flavia-fragment. Welke stukjes tekst bepalen dat je weet dat het om een verwaarloosd huis gaat? Noteer die stukjes voor jezelf. Dat kun je doen in steekwoorden, maar je kunt de tekst ook even printen en dan onderstrepen. Dat werkt voor het vervolg van de oefening wel zo fijn. Klaar? Check je antwoord in PS2!

Oefening
Om jou bij het verhaal te betrekken, mikt Alan Bradley, de schrijver van dit fragment, op je zintuigen. Mensen zijn heel zintuiglijk ingesteld: door in je tekst informatie te geven die die zintuigen prikkelt, sleur je je lezer het verhaal in.

Bekijk de stukjes tekst die je geselecteerd hebt. Welk(e) zintuig(en) spreekt Bradley aan? Klaar? Check je antwoord in PS3!

Oefening
Bradley mikt dus op één zintuig. Om je lezer volledig mee te kunnen slepen, is het echter belangrijk dat je leert om alle zintuigen aan te spreken. Dan kan jouw lezer meekijken, meeluisteren, meevoelen, meeruiken, meeproeven, kortom: hij kan meebeleven wat er in jouw tekst gebeurt, alsof hij er echt bij is.

Keer nu terug naar het fragment over het naargeestige, verwaarloosde huis. Welke stukjes tekst kun je zelf toevoegen, zodat je alle zintuigen aanspreekt? Laat je fantasie de vrije loop. Hoe voelt (tastzin!) zo’n huis als je er met je vingertoppen langs strijkt? Hoe klinkt zo’n huis aan de buitenkant – welke omgevingsgeluiden hoor je? Wat voor geur hangt er? Ga los!

Stap 3 Waarom al die moeite?
Best leuk om zulke dingen te verzinnen. Maar – sorry – waarom zou ik al die moeite doen? Waarom kan ik niet gewoon schrijven dat het een eng, verwaarloosd huis is? Dat kan mijn lezer toch gewoon van me aannemen? Wel zo efficiënt…

Hmmmm. Tja, dat zou je kunnen doen. Dat heeft hetzelfde effect als wanneer de fabrikant van een nieuw dieetmiddel zegt dat zijn product fantastisch werkt. Geloof je dat? Of wil je het met eigen ogen zien?

pillen 2Ooo, ja, dat snap ik wel. Mijn lezer moet iets dus zelf kunnen beleven wil ik dat hij iets van mij aanneemt. Dus: hoe pak ik dat concreet aan, dat ‘meebeleven’?
Om je lezer echt te laten mee(be)leven, is het belangrijk dat je niet te veel ‘vertelt’ (‘Het was een eng, verwaarloosd huis.’), maar dat je ‘vertoont’ (zoals in het fragment van Bradley). Je vermijdt dus de woorden waarmee je letterlijk vertelt wat je wilt dat de lezer weet, maar je geeft hints (details, beschrijvingen) waarmee je vertoont (laat zien) wat de lezer moet weten.

Oefening
Kies een van de opties hieronder om uit te werken tot een verhaalfragment, zoals dat van Bradley. Je mag verder werken met Flavia als hoofdpersoon, of je mag zelf een hoofdpersoon kiezen. Gebruik de techniek SDT om de door jou gewenste foto/film in het hoofd van je lezer te projecteren. Let op: de woorden uit de optie die je kiest zijn strikt verboden (dus niet “De bevlogen leider sprak zijn soldaten enthousiast toe.”). Gebruik ongeveer acht zinnen (je mag er een meer of minder hebben). Succes!

  • Een regenachtige herfstdag
  • Een snelle auto
  • Een prachtig kasteel
  • Een dwarse puber

Niveautje hoger? Probeer dan eens

  • Een bevlogen leider
  • Een eigenwijze peuter
  • Een gierige man

Stap 4 Tijd om te amputeren

Klaar. En nu?
Nu begint het echte werk eigenlijk pas. Bedenk vooral dat het tot nu toe vrij goed tussen ons ging, dat je de oefeningen leuk vond en dat je de SDT-techniek straks goed kunt gebruiken in je werk als communicatieprofessional. Oké? Dan gaan we door naar de laatste oefening.

typemachinebloem

Oefening
Pak het fragment erbij dat je net zelf geschreven hebt.

1. Zintuigen, zintuigen en nog meer zintuigen

Lees je fragment door. Welke zintuigen heb je aangesproken? Maak voor jezelf een rijtje. Heb je voornamelijk de ogen van je lezer aangesproken? Dat is niet erg: de meeste mensen zijn sterk visueel ingesteld. Maar hoe zit het met de andere vier zintuigen? Kan je lezer niet alleen meekijken, maar ook meeluisteren, meevoelen, meeruiken en meeproeven? Zorg ervoor dat alle zintuigen minimaal één keer aan bod komen. Het zintuig ‘ogen’ mag voor deze oefening uiteindelijk slechts 2/3 van je tekst beslaan.

2. Concreet schrijven

Als je wilt dat je lezer de juiste conclusies trekt, moet je ervoor zorgen dat je zo concreet mogelijk schrijft. Hoe weet jouw lezer dat het om een kasteel gaat, als je het woord ‘kasteel’ niet gebruikt? ‘Gebouw’ is niet genoeg, dat kan van alles zijn, van torenflat tot boswachtershutje. Jouw bevlogen leider draagt een pak om overwicht uit te stralen. Maar wat voor pak is dat? Een confectiepak? Maatpak? Van Hugo Boss? Armani? V&D? Is het blauw met een krijtstreepje? Of groen en gemaakt van corduroy? Zijn de vouwen er superstrak ingeperst? Zit het misschien een tikje te ruim bij de schouders? En: wat zeggen al die details over jouw leider? Check je fragment: ben je concreet genoeg geweest? Ziet je lezer wat hij moet zien? Vul aan en herschrijf waar nodig.

3. Kill your darlings
Je wilt de juiste film in het hoofd van jouw lezer projecteren. Daarom heb je ervoor gekozen om al zijn zintuigen aan te spreken en om veel details in je tekst op te nemen. Sommige zinnen zijn van werkelijk geniaal niveau. Al met al ben je bovendien uitgekomen op zo’n vijftien tot twintig zinnen. Wat ik je nu ga vragen, gaat dus pijn doen. Je gaat me niet leuk vinden. Maar het moet toch. Kill your darlings: schrap alles wat niet absoluut noodzakelijk is. Alsof je je eigen arm amputeert. Doet het te veel pijn? Vraag het aan iemand anders. Maar eraf zal-ie. Je mag maximaal zeven zinnen overhouden. Nee, dat meen ik niet. Zes. Maximaal.


Stap 5 Communicatieprofessional of romanschrijver?
Het nut van SDT is dus dat je lezer bij je verhaal betrokken raakt. Doordat de lezer zelf actief aan de slag moet, blijft hij langer geconcentreerd en is hij dus eerder geneigd je tekst uit te lezen. Bovendien zijn de conclusies die je zelf trekt (‘hee, dit werkt echt’) veel geloofwaardiger dan conclusies die je krijgt aangereikt (‘dit product is echt fantastisch. Echt waar!’) Maar: jij bent communicatieprofessional, geen romanschrijver. Wat moet je hier dan mee?

Drie voorzetjes:

  • De direct mail
    Stel. Jij werkt als communicatiemedewerker bij een bedrijf dat elektronische kattenluikjes verkoopt. De consument plaatst zo’n luikje in zijn keukendeur (eerst stond hier ‘woning’, maar dat was niet concreet genoeg) en een chip in zijn kat en voila – het luikje herkent de kat en die loopt vrij in en uit. Superhandig! Dat kun je natuurlijk in een direct mail vertellen aan je klanten: ‘superhandig nieuw kattenluik!’ Gevolg: de brief belandt ongelezen in de prullenbak. Of: je laat aan de hand van concrete voorbeelden zien hoe handig het ding is, zodat de lezer zelf die conclusie trekt. Gevolg: driekwart van de brieven belandt nog steeds ongelezen in de prullenbak, maar dat laatste kwart leidt tot een bezoekje aan de website – en hopelijk tot meer…
  • De corporate story
    Voor Ashraf Ramzy begon het allemaal met een kopje koffie. In 1990 las hij als junior strateeg bij FHV BBDO een dossier over de pogingen van Douwe Egberts om de internationale koffiemarkt op te gaan. Ramzy – geboren in Egypte, man van de wereld – zag wel wat in het onderwerp en besloot zijn tanden erin te zetten. Dagenlang deed hij in de bibliotheek onderzoek naar het wezen van koffie. De hamvraag: hoe sloeg hij een brug tussen het Hollandse bakkie troost en de opwindende drank die koffie in veel andere landen was? Tot hij stuitte op een tekst van de achttiende-eeuwse Franse diplomaat Talleyrand:

    Zo heet als de hel,
    zo zwart als de duivel,
    zo zuiver als een engel en
    zo zoet als de liefde.
    Zo moet koffie zijn.

    Hier was zijn verhaal, besefte Ashraf, die filmwetenschap had gestudeerd en was afgestudeerd op de narratologie van de Hollywoodfilm. Geïnspireerd begon hij te schrijven aan een paper dat ‘The Soul of Coffee’ zou gaan heten. Daarin benadrukte hij zowel het gezellige als het passievolle karakter van koffie. Een jaar later introduceerde Douwe Egberts Cafuego, een koffiemerk gebaseerd op zijn verhaal. (PS4)

    En: zag je het voor je? Die jongeman, in het donker van de bibliotheek, diep weggedoken achter slordige stapels vergeelde boeken, een papieren bekertje met een restje opgedroogde koffie op de hoek van zijn tafel? Dat is de kracht van verhalen vertellen. Wij kunnen ons dingen voorstellen die we niet zelf hebben meegemaakt en dan het gevoel hebben dat we erbij waren, dat we het gezien hebben, dat we deel waren van het verhaal. Door SDT in te zetten binnen je corporate story, kun je mensen meeslepen in het verhaal van jouw bedrijf of organisatie. Daardoor bouw je band op en dat leidt weer tot consumententrouw.

  • De productpresentatie
    Stel, je moet als communicatiemedewerker een nieuw product presenteren. Laten we zeggen: een ‘flavour halogen oven’. Je kunt een gortdroog overzicht geven in een standaardpowerpoint van de eigenschappen van de mini-oven. Of… Of je neemt afbeeldingen op van iemand die de oven gebruikt en laat zien hoe makkelijk deze in gebruik is en dat hij een zelfreinigende stand heeft, zodat je noooooit meer met een pijnlijke rug giftige gassen in hoeft te ademen tijdens het schoonmaken. Terwijl je de afbeeldingen laat zien, vertel je een gebruikersverhaal dat de afbeeldingen ondersteunt.

Meer lezen?

  • Bradley, A. (2011): De kunst van het liegen, Een Flavia de Luce roman. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff B.V..
  • Burger, P. & Jong, J. De (2002): Handboek Stijl, Adviezen voor aantrekkelijk schrijven.  Den Haag: Sdu Uitgevers. Pp. 61-74.

PS1 Het antwoord op vraag 1 is iets in de trant van ‘een (eng/naargeestig) verwaarloosd gebouw’. Het antwoord op vraag 2 is dat je graag wilt weten wat zich binnen in het gebouw bevindt, dat je wilt kunnen zien wat er zich achter de blinde ramen bevindt.

PS2 Dat gaat om de volgende stukjes tekst:

  • Het was een vierkant gebouwtje, met bakstenen muren voor de begane grond en hout voor de bovenverdieping.
  • De ramen waren bedekt met een ondoorschijnende laag die getuigde van (verwaarlozing à expliciet!) en spinnenwebben
  • De deur was ooit geverfd geweest, maar de verf was afgebladderd. Het kale grijze hout was net zo verweerd als dat van de bovenverdieping.
  • de dunne houtjes van het met klimop begroeide latwerk
  • Een gammele ladder leunde vermoeid tegen een muur
  • een verzakte schutting

PS3 Bradley mikt vooral op het zintuig ‘ogen’, dat wat je ziet dus. De andere zintuigen komen niet aan bod in deze stukjes.

PS4 Dit fragment komt uit het artikel ‘Er was eens…’ (geen auteur) uit het blad ‘Communicatie’ (mei 2013).

PS5 Wat zat er nu eigenlijk in dat huis? Het gebouw doet dienst als opslagruimte voor vreemde voorwerpen: gebeeldhouwde kasten, haardijzers, Perzische tapijten, opgezette dieren… Weten welk gruwelijk mysterie Flavia oplost? Lees dan ‘De kunst van het liegen’. Veel plezier!


Stunteldiplomatie of meesterzet

Over framing, kangoeroewoningen en plofkippen

Stel. Er is een raket met een nucleaire bom op Nederland afgevuurd. Naar verwachting zullen 1 miljoen mensen sterven in het gebied waar de bom ontploft. De minister van Veiligheid en Justitie heeft een mogelijkheid bedacht om de schade te beperken. Jij zit in de Tweede Kamer en moet meebeslissen. Stel dat de overheid het volgende voorstel presenteert. Ga je akkoord?

“We beïnvloeden de koers van de raket zodanig, dat deze in een dunbevolkt natuurgebied landt. Daarmee redden we 500.000 mensenlevens.”

Dezelfde situatie. Een ander voorstel. Ga je akkoord?

“We beïnvloeden de koers van de raket zodanig, dat deze neerstort in een uniek natuurgebied. Een half miljoen mensen zal sterven.”

De hamvraag
Het is dinsdagavond half acht en ik kijk met een half oog naar DWDD. Matthijs bespreekt de persconferentie in Londen van een dag eerder, waar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, een opvallende uitspraak deed over de mogelijke Amerikaanse aanval op Syrië. Op de vraag wat de regering van Assad nog kan doen om een aanval te stoppen, antwoordt Kerry dat een aanval kan worden afgewend als Syrië zijn chemische wapens overdraagt. De hamvraag waar Matthijs en zijn tafelheren zich over buigen: is dit stunteldiplomatie, of een meesterzet?

Wat veel kijkers niet merken, is dat Matthijs met de woorden waarmee hij zijn vraag stelt de manier beïnvloedt waarop wij kijkers de wereld zien. Hij heeft het niet zomaar over ‘een uitspraak’ van Kerry, hij laat ons ook geen keuze tussen ‘bewuste verspreking’ en ‘onbewuste verspreking’, nee, hij plaatst – samen met tafelheren Prem en Sjoerd – de uitspraak van Kerry direct in een bepaald kader: het was ‘een politieke meesterzet’, ‘een briljant meesterstukje’, ‘politiek van het allerhoogste, allerslimste, allergeraffineerdste niveau’. Of: het was ‘een blunder die goed uitpakt’, ‘toeval’, ‘misschien niet al te slim’, ‘gewoon een blunder’. Wat de heren hier doen heet framen.

 Framen is het gebruiken van beeldende taal om iemand ergens van te overtuigen. Je ziet dit niet alleen gebeuren in de vraag van Matthijs, maar ook in het voorstel van de minister om de bom aan te pakken. Beide opties presenteren dezelfde aanpak. Door de wijze waarop het voorstel geformuleerd is, ben je echter geneigd om bij het eerste voorstel (‘dunbevolkt’, ‘landen’, ‘mensenlevens redden’) akkoord te geven en bij het tweede voorstel (‘uniek natuurgebied’, ‘neerstorten’, ‘sterven’) niet. Taal beïnvloedt dus de manier waarop we naar de werkelijkheid kijken.

Frame of ik schiet!
In 2011 verscheen een artikel van twee onderzoekers van Stanford University. Bij een experiment kregen twee groepen de opdracht om de misdaadcijfers van een fictieve stad te bestuderen. Op basis van die cijfers beslisten zij vervolgens wat de overheid moest doen om de veiligheid te verhogen. De cijfers waren voor beide groepen precies hetzelfde, maar de introductie bij de opdracht verschilde: de ene groep las dat misdaad een roofdier is, sluipend door de straten, altijd klaar om toe te slaan. De andere groep las dat misdaad een virus is, dat steeds verder om zich heen grijpt.

Toen hen gevraagd werd naar hun advies voor de beste aanpak van de misdaadbestrijding, koos de eerste groep voor strengere handhaving. Voor hen was de misdaad een roofdier – en dus moet je op jacht. De tweede groep koos voor een harde aanpak van armoede en slecht onderwijs: wanneer misdaad een virus is, moet je immers de oorzaak aanpakken. Beide groepen kregen bovendien de vraag waarop zij hun keuze baseerden. Zij antwoordden hetzelfde: puur en alleen op de cijfers.

 Opa in de garage
Kortom: met taal kun je de werkelijkheid beïnvloeden, zonder dat je lezers of toehoorders dat in de gaten hebben. Je kijkt als het ware door een taalbril, zonder dat je zelf weet dat je die op hebt. Wanneer je framet, maak je bewust van deze wetenschap gebruik. Je gebruikt beeldende woorden die bepaalde gedachtepatronen oproepen, vaak met als doel de ideeën van de ander (de ‘tegenpartij’) in een slecht daglicht te stellen.

Een paar jaar geleden bijvoorbeeld stond een bepaald type zorgwoning in de publieke belangstelling: een bestaande woning kreeg dan een extra min of meer zelfstandige wooneenheid, waarin degene die zorg nodig had – meestal opa of oma – een eigen huishouden voerde. De overheid, voorstander van dit type woning, gebruikte voor deze omschrijving (te lang, te omslachtig) het begrip ‘kangoeroewoning’. Associaties: warmte, betrokkenheid, veiligheid, verzorging. In de pers kwam deze constructie terecht als ‘opa in de garage’. Associaties: wegmoffelen, koud, armoedige huisvesting, weinig aandacht, nauwelijks zorg.

Framen voor de communicatieprofessional: 3 voorzetjes
Framing gaat dus om het beïnvloeden van (de houding van) mensen door gebruik te maken van beeldende taal. Daar kun je als communicatieprofessional goed je voordeel mee doen. Drie voorzetjes.

1.   Gebruik framing om aandacht te vermijden
Stel je werkt als woordvoerder voor familiepretpark Walibi. Je wordt geconfronteerd met een drama: een tienjarig meisje is dusdanig gewond geraakt in de wildwaterbaan El Rio Grande, dat haar voet in het ziekenhuis moet worden afgezet. In je persbericht kun je het hebben over ‘het slachtoffertje’, wiens voet ‘geamputeerd moest worden’ na ‘een dramatisch ongeluk’. De koppen in de media kun je voorspellen…

Of je framet het verhaal met verhullende taal: ‘Tot onze grote spijt heeft het medisch team de voet van het meisje niet kunnen redden.’ En: ‘het incident op dinsdag 23 juli’. Je verstrekt dezelfde informatie, maar door je woordkeuze te veranderen, verander je ook de manier waarop lezers de werkelijkheid waarnemen. Hierdoor kun je ongewenste of negatieve aandacht vermijden.

Het complete geframede persbericht lezen? Kijk dan hier

2.   Gebruik framing om aandacht te trekken
Met framing activeer je bepaalde bestaande gedachtepatronen bij je lezers. Bij voorkeur zijn die patronen natuurlijk positief als het om jouw bedrijf, product, dienst of politieke programma gaat. En negatief wanneer het je concurrent of tegenstander betreft. Bovendien zoek je naar een beeld dat aanspreekt, blijft hangen en makkelijk door anderen (je doelgroep, de media) herhaald kan worden. Hier kan framing je helpen.

Stel: je werkt als communicatiemedewerker voor Spotify. Je kunt jezelf natuurlijk een ‘streamingdienst’ noemen. Nadeel: dat zie je niet voor je. En: dat heeft geen positieve of negatieve associaties… Wat wil je dat mensen voor zich zien als ze het over jouw dienst hebben? Welke gedachtepatronen, welke associaties wil je triggeren? In dit geval zijn dat bijvoorbeeld ‘online’, ‘internet’, ‘ruime keuze’, ‘persoonlijke selectie’, ‘gezelligheid’, ‘samen van muziek genieten’, ‘onbekende artiesten ontdekken’. Als frame kun je dan denken aan een woord als ‘internetjukebox’. Dat geeft al deze positieve associaties, is beeldend, spreekt daardoor aan, blijft hangen en kan gemakkelijk herhaald worden. Bovendien pak je ook gelijk de wat oudere doelgroep mee.

 3.   Gebruik framing om het oordeel van mensen te beïnvloeden
Stel, je werkt bij de consumentenservice van het hoofdkantoor van AH. Jouw afdeling verkeert in zwaar weer sinds de campagne van Wakker Dier over de plofkip, waardoor AH veel negatieve publiciteit heeft gekregen. Niet alleen de pers hangt regelmatig aan de lijn, ook bezorgde klanten bellen veelvuldig met vragen over of plofkip werkelijk zo slecht is en waarom AH die dan toch blijft verkopen.

Hoe ga je hiermee om? Het frame van Wakker Dier is duidelijk – het woord plofkip met alle beeldende taal die daarbij hoort:

–       “Volgens wetenschappers is het welzijn van deze dieren beneden de maat

–       “De plofkip is ontstaan door jarenlang doorfokken op steeds goedkoper vlees. In 6 weken tijd wordt een kuikentje van 50 gram vetgemest tot een vleeshomp van ruim 2 kilo. Deze snelle groei zorgt voor veel welzijnsproblemen.”

–       “Daar komt nog bij dat de dieren met 20 anderen op een vierkante meter in een dichte stal wonen.”

–       “Deze nieuwe kip mag bovendien maar 3 dagen langer leven dan de huidige plofkip en krijgt vanaf uiterlijk 2015 slechts een handje stro en een smartphone meer aan ruimte. De supermarkten spreken over de ‘Kip van Morgen’; Wakker Dier is zeer teleurgesteld over de armzalige verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn en spreekt over ‘plofkip in flauwekulsaus’.”

Wakker Dier zet duidelijk in op een dierenwelzijnsframe. Krijg je als AH-medewerker een vraag over de plofkip, dan is het verleidelijk om je te gaan verdedigen. Nee hoor, die kip heeft het helemaal niet slecht, Wakker Dier overdrijft, we bieden die dieren heus een dierwaardig bestaan. Doe je dat, dan stap je automatisch in het frame van Wakker Dier – en speel je dus een uitwedstrijd. Bovendien krijgt het frame van Wakker Dier gratis ‘zendtijd’. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij deze reactie van een AH-woordvoerder op vragen van RTL Nieuws over hoe je de plofkip kunt herkennen: “Alleen sommige topkoks zeggen dat je het verschil kunt proeven. Er komt wel wat meer water uit een plofkip.”

Slimmer is het om te kiezen voor je eigen frame: zo verander je het speelveld en heb je kans op een thuiswedstrijd – namelijk wanneer je tegenstander (in dit geval Wakker Dier) in jouw frame stapt. Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) laat dit zien in hetzelfde stuk van RTL Nieuws. “”Wakker Dier focust op het dierenwelzijn”, vertelt Liselotte Hamelink van het CBL. “Wij zeggen dat er een balans moet zijn tussen de belangen van het milieu, het dierenwelzijn en de gezondheid”. Ook moet het voor de consument betaalbaar zijn.”

CBL voegt hiermee aan het dierenwelzijnsframe van Wakker Dier drie nieuwe, eigen frames toe: milieu, gezondheid en toegankelijkheid. Wil Wakker Dier hierop reageren, dan zal de stichting in ieder geval iets met deze drie nieuwe frames moeten doen. Je kunt immers niet zeggen: we interesseren ons alleen voor dierenwelzijn, niet voor milieu en gezondheid. Door die nieuwe frames te introduceren, activeer je bovendien nieuwe gedachtepatronen bij je publiek – dat daarmee de mogelijkheid heeft om zijn oordeel bij te stellen.

Kortom: framing kun je inzetten om onbewuste gedachtepatronen op te roepen bij je publiek. Daarmee kun je aandacht afstoten of juist aantrekken, of het oordeel van mensen beïnvloeden. Het gaat dus beslist niet alleen om wat je inhoudelijk zegt, maar vooral ook om wat je publiek hoort. En daar kun je gebruik van maken. Veel plezier met framen!

Meer weten over framing?

  • Over framing binnen de politiek: Hans de Bruijn: ‘Framing, over de macht van taal in de politiek.’
  • Communicatieadviesbureau Hendrikx van der Spek heeft een gloednieuwe en inspirerende training waarin je leert framen. Deze blogpost werd mede mogelijk gemaakt door de zomerworkshop Framing waaraan Marjolein deze zomer heeft deelgenomen!

3-2-1 GO

Bijna september. Bijna tijd voor een nieuw collegejaar op de opleiding Communicatie. Bijna. Tweehonderd eerstejaars staan in de startblokken om klaargestoomd te worden tot communicatieprofessional. Om eens te kijken hoe het ervoor staat met hun taalvaardigheid, starten we met een bliksemdictee.

Veertien taalvragen, in een hoog tempo. Let’s go.

1. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.hbo student

B.hbo-student

C.HBO student

D.HBO-student

 

2. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.HAVO’er

B.HAVO-er

C.havo’er

D.havoër

 

3. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.communicatie professional

B.communicatie proffesional

C.communicatieprofessional

D.communicatieproffesional

 

4. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.marketingcommunicatiestrategie

B.marketing-communicatiestrategie

C.marketing communicatiestrategie

D.marketing communicatie strategie

 

5. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik ga ervanuit dat…

B.Ik ga ervan uit dat…

C.Ik ga er vanuit dat…

D.Ik ga er van uit dat…

 

6. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik heb hem gewhatsappt.

B.Ik heb hem ge-whatsappd.

C.Ik heb hem gewhatsapp’t.

D.Ik heb hem gewhatsapped.

 

7. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.A4’tje

B.A4-tje

C.a4’tje

D.a4-tje

 

8. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.social media beleid

B.social media-beleid

C.social mediabeleid

D.socialmediabeleid

 

9. Wat is juist? Noteer A of B

A.Ik heb hen gevraagd de campagne beter uit te werken.

B.Ik heb hun gevraagd de campagne beter uit te werken.

 

10. Wat is juist? Noteer A of B

A.De minister wil het nieuwe beleid per direct invoeren.

B.De minister wilt het nieuwe beleid per direct invoeren.

 

11. Wat is juist? Noteer A of B

A.Zo’n 80% van de bedrijven heeft de jaarcijfers bekendgemaakt.

B.Zo’n 80% van de bedrijven hebben de jaarcijfers bekendgemaakt.

 

12. Wat is juist? Noteer A of B

A.Het bestuur heeft haar plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

B.Het bestuur heeft zijn plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

 

13. Wat is juist? Noteer A of B

 A.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar ze bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedachten.

B.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar het bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedacht.

 

14. Hoeveel broers heb ik? Noteer A, B of C

Mijn broer die in Amsterdam woont, komt op bezoek.

A.1

B.Meer dan 1

C.Dat kun je niet weten

Oke, dat was zwoegen. En dan nu… de goede antwoorden. Met uitleg, handige (en betrouwbare!) sites en een gratis taal-app!

 

1. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.hbo student

B.hbo-student

C.HBO student

D.HBO-student

Hoezo dan?

‘hbo’ krijgt kleine letters, omdat het gaat om een opleidingssoort (net als bijvoorbeeld mbo, lts, havo). De hele combinatie ‘hbo-student’ noemen we Wanneer de opleiding een deel van een samenstelling is, dan schrijf je een streepje (koppelteken) tussen de afkorting en de rest. Kijk voor een uitgebreidere uitleg over samenstellingen onder vraag 3.

Heb je moeite met je taalverzorging? Download dan de gratis app van Onze Taal. Hun of hen, dan of als, d of t, er( )van( )uit, zijn/haar, (punt)komma’s, balen als een stekker: de experts van het Genootschap Onze Taal adviseren elke dag over correct taalgebruik en weten alles van spelling, grammatica, leestekens en de herkomst van woorden en uitdrukkingen. De taaladviezen van www.onzetaal.nl zijn nu te bekijken via een gratis app voor smartphones en tablets met iOS (iPhone en iPad) en Android als besturingssysteem. Ga naar http://www.onzetaal.nl/app en grijp je kans!

 

2.   Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.HAVO’er

B.HAVO-er

C.havo’er

D.havoër

 Ja daaaaaag. Dat ziet er niet uit.

 Helaas, toch is dit de juiste spelling… Je vindt een goede en betrouwbare uitleg op http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1300/ . (bonustip: sla deze site direct op in je favorieten)

 

3. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

 A.communicatie professional

B.communicatie proffesional

C.communicatieprofessional

D.communicatieproffesional

Aan elkaar dus. Hoezo dat dan?

In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, of om te voorkomen dat twee klinkers (a, e, i, o, u) op elkaar botsen kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

 

4. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.marketingcommunicatiestrategie

B.marketing-communicatiestrategie

C.marketing communicatiestrategie

D.marketing communicatie strategie

O, deze snap ik. Die is hetzelfde als hierboven…

Klopt!

 

5. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik ga ervanuit dat…

B.Ik ga ervan uit dat…

C.Ik ga er vanuit dat…

D.Ik ga er van uit dat…

Stik, dat is toch niet logisch?

 Misschien eerst niet, voor je gevoel. Maar als je eenmaal weet hoe het in elkaar zit, snap je de logica erachter. In zinnen zoals deze kijk ik zelf altijd eerst wat het grondwoord is, het hele werkwoord. Dat is in dit geval ‘uitgaan van’ (kun je snel controleren via www.woordenlijst.org, ook een fijne en betrouwbare site om op te slaan). ‘Uitgaan’ is dus 1 woord, de delen ‘uit’ en ‘gaan’ horen bij elkaar. Ze zijn als het ware getrouwd en zitten ’s avonds samen op de bank.

Als de woorden nu los van elkaar op stap gaan, zoals in de zin ‘Ik ga ervan uit’, dan blijven ze elkaar trouw: ze gaan dus niet aan andere woorden vastplakken. De woordjes ‘er’ en ‘van’ in deze zin zijn single, dus als die in een zin op stap gaan, gaan ze elkaar opzoeken (en aan elkaar vastplakken, zoals veel singles in de kroeg).  Zo krijg je dus ‘Ik ga (los, want is al getrouwd) ervan (aan elkaar, want 2 singles) uit (los, want is al getrouwd).

Een fijn overzicht van een aantal vaak voorkomende combinaties vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/ervanuitgaan

 

6. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik heb hem gewhatsappt.

B.Ik heb hem ge-whatsappd.

C.Ik heb hem gewhatsapp’t.

D.Ik heb hem gewhatsapped.

 Hee, dan gaat eigenlijk net zoals een Nederlands werkwoord. Toch? Voltooid deelwoord krijgt stam + t, omdat de laatste letter van de stam in ’t ex-kofschip zit.

Helemaal goed! Engelse werkwoorden passen zich aan aan het Nederlands als je ze vervoegt. Geen extra, lastige, of ongewikkelde spellingsregels dus. Jieeeeehaaaa! Denk er wel aan dat je naast ’t ex-kofschip te maken krijgt met de extra Engelse sis-klanken (sj /tsj, zoals je bijvoorbeeld hoort aan het eind van de woorden push en stretch).

Een superhandige lijst van Engelse werkwoorden met hun Nederlandse vervoeging vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/engelse-werkwoorden#A .

Eindeloos oefenen met (Engelse) werkwoordspelling? Ga dan naar http://www.jufmelis.nl/werkwoordspelling .

 

7. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.A4’tje

B.A4-tje

C.a4’tje

D.a4-tje

Huh?

Kijk voor een snelle, duidelijke uitleg op http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/6/

 

8. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.social media beleid

B.social media-beleid

C.social mediabeleid

D.socialmediabeleid

Deze weet ik nu ook! Dat is dezelfde regel als bij 3 en 4.

 Kijk, dat is de ware communicatieprofessional.

 

9. Wat is juist? Noteer A of B

A.Ik heb hen gevraagd de campagne beter uit te werken.

B.Ik heb hun gevraagd de campagne beter uit te werken.

O, ik wist niet eens dat er een verschil was. Maakt het uit dan?

Ja, dat maakt uit. Als je dit één keer goed weet, doe je het nooit meer fout. De standaarduitleg van de regel vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/hun-hen .

De meeste mensen onthouden vrij snel dat ze na een voorzetsel ‘hen’ moeten gebruiken. Om te onthouden wat er bij het lijdend en meewerkend voorwerp hoort, gebruik ik zelf het volgende ezelsbruggetje (anders vergeet ik het ook steeds…):

Lijdend voorwerp –> hen

Meewerkend voorwerp –> hun

De ‘l’ van lijdend voorwerp komt eerder in het alfabet dan de ‘m’ van meewerkend voorwerp. De ‘e’ van ‘hen’ komt ook eerder in het alfabet dan de ‘u’ van ‘hun’. Zo kun je makkelijk onthouden wat bij elkaar hoort: ‘l’ komt eerst, ‘e’ ook, dus als lijdend voorwerp krijg je ‘hen’. Idem voor meewerkend voorwerp en ‘hun’.

 

10. Wat is juist? Noteer A of B

A.De minister wil het nieuwe beleid per direct invoeren.

B.De minister wilt het nieuwe beleid per direct invoeren.

 Volgens mij staat hier het verkeerde goede antwoord. Bij werkwoorden in de tegenwoordige tijd is het stam + t, dus wilT.

Eh… Hoe breng ik dit vriendelijk? Nee. Dat is helaas echt niet goed. Die regel gaat op voor zwakke werkwoorden (die werkwoorden die zich in het Nederlands braaf aan de regels houden). ‘Willen’ is een sterk werkwoord (eentje dat zijn eigen wil heeft en zich niet aan de regels houdt). Bij ‘willen’ is de hij-vorm (derde persoon enkelvoud) dezelfde als die voor de ik-vorm (de eerste persoon enkelvoud). ‘Hij wil’ dus, net als ‘ik wil’.

 

11. Wat is juist? Noteer A of B

 A.Zo’n 80% van de bedrijven heeft de jaarcijfers bekendgemaakt.

B.Zo’n 80% van de bedrijven hebben de jaarcijfers bekendgemaakt.

Heeft? Maar ‘bedrijven’ is toch meervoud?

‘Bedrijven’ is inderdaad een meervoud. Alleen is ‘bedrijven’ hier niet de kern van de woordgroep die het onderwerp vormt. Het onderwerp bestaat in deze zin uit ‘Zo’n 80% van de bedrijven’. De kern van deze woordgroep is ‘zo’n 80%’. Als je dat eenmaal ziet, dan hoor je ook dat je een enkelvoud nodig hebt: ‘Zo’n 80% danst, loopt, springt, fietst dagelijks naar huis.’ Geen ‘hebben’ dus, maar ‘heeft’.

 

12. Wat is juist? Noteer A of B

A.Het bestuur heeft haar plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

B.Het bestuur heeft zijn plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

 Maar dat klinkt lelijk!

Helaas is dat geen criterium om te bepalen of je ‘zijn’ of ‘haar’ moet gebruiken. In deze zin verwijs je met ‘zijn’ naar ‘het bestuur’. Als een woord onzijdig is (het-woorden), verwijs je met ‘zijn’ (of ‘dit’/’dat’/’het’, afhankelijk van de zinsbouw).

 

13. Wat is juist? Noteer A of B

 A.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar ze bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedachten.

 B.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar het bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedacht.

Hoezo?

‘Reclamebureau’ is enkelvoud. Dat hoor je als je er een werkwoord achter zet: het reclamebureau springt, danst, lacht. Je hoort niet: springen, dansen, lachen. In het eerste deel van zin hierboven doet de schrijver dat goed: ‘Reclamebureau Being There werkt…’. In het tweede deel van de zin gaat het mis. Daar gaat het nog steeds over het reclamebureau, maar hier gebruikt de schrijver ineens een meervoud: ‘ze … bedachten’. We noemen dat incongruentie.

Incongruwattes?

Incongruentie. Dat wil zeggen dat onderwerp en persoonsvorm niet matchen qua hoeveelheid. Bijvoorbeeld ‘de auto (onderwerp = enkelvoud) rijden (persoonsvorm = meervoud)’ en ‘de auto’s (onderwerp = meervoud) rijdt (persoonsvorm = enkelvoud)’. Vandaar dat het goede antwoord B is: ‘Het (reclamebureau) bedacht’.

 

14. Wat is juist? Noteer A, B of C

Mijn broer die in Amsterdam woont, komt op bezoek.

A.1

B.Meer dan 1

C.Dat kun je niet weten

Maar er staat toch nergens hoeveel broers je hebt? Dus dat kun je toch niet weten?

 Lees de zin eens hardop voor jezelf voor.

Nu lees je dezelfde zin nog een keer hardop, maar dan met een komma na ‘broer’. Dat wordt dus:

Mijn broer, die in Amsterdam woont, komt op bezoek.

Hoor je dat er verschil in betekenis onstaat? Of je wel of niet een komma plaatst, verandert de betekenis van de zin. Staat er een komma na broer, dan drukt de zin uit dat je broer (je enige broer), die toevallig in Amsterdam woont, langskomt. Staat er geen komma na broer, dan drukt de zin uit dat je broer (een van je broers) langskomt en dat het daarbij specifiek gaat om de broer die in Amsterdam woont. De zin ZONDER komma noem je een beperkende bijvoeglijke bijzin. De zin MET komma noem je een uitbreidende bijvoeglijke bijzin.