Over schoonmoeders, wildplassers en rondzwevende bierflesjes

Zaterdagavond, karaokeavond in buurtcafé Mijn schoonmoeder in de sprankelende gemeente Leerum. De ene na de andere oer-Hollandse hit knalt uit de speakers. Het is warm binnen en veel cafégangers zoeken met een biertje buiten op straat tijdelijk verkoeling. Daar gaat het feest vrolijk verder: luide stemmen, brekend glaswerk, voortuinen worden gebruikt als instant urinoir. Kortom: reuzeleuk voor de cafébezoekers, niet zo reuzeleuk voor de omwonenden…

Buurtbewoners protesteren: ‘Ik kan mezelf niet meer horen denken, laat staan mijn tv verstaan…’ ‘Bierflesjes in mijn portiek, urine tussen mijn prijswinnende dahlia’s… Dit kan zo niet!’ Burgemeester en gemeente grijpen in. In overleg met Koos Bonte, uitbater van het café, komen zij tot maatregelen die de overlast moeten terugdringen.

Dit was de casus die 110 eerstejaarsstudenten Communicatie moesten uitwerken. Binnen de beroepsvaardigheid ‘zakelijk corresponderen’ vroegen we hun om in een tentamensetting in 300 woorden een zakelijke brief op te stellen namens de burgemeester (studentvarianten: ‘burgermeester’ en ‘burgersmeester’). In die brief aan omwonenden zetten zij de getroffen maatregelen (studentvarianten: ‘maatregels’ en ‘maatregelingen’) op een rijtje.

Hieronder vind je de fraaiste uitglijders uit zes klassen.

–       ‘Om het geluidsniveau te controleren wordt er een meetinstrument geplaatst in Mijn
schoonmoeder.’

–       ‘De uitbuiter van buurtcafé Mijn schoonmoeder is naar mij toegekomen […]’

–       De gemeente heeft een onderlinge regeling getroffen met de politie.’

–       ‘We pakken wildplassers voortaan rechtstreeks aan.’

–       ‘Ik wens u een overlast vrije tijd tegemoet.’

–       ‘Er komt een vaste medewerker bij de deur om glaswerk binnen en wildplassers
buiten te houden.’

–       ‘Het andere punt betreft de dronken cafégangers die glaswerk en urine lozen op
daarvoor niet bestemde plaatsen.’

–       ‘Wildplassers worden weggestuurd uit het plaatsje Leerum.’

–       ‘Het is de taak van de gemeente om burgers tegen loszwevende bierflesjes te
beschermen.’

–       ‘Wij hopen samen met u de stank te verdrijven.’

–       ‘Bezoekers die ervoor kiezen op straat hun behoefte te doen, worden
aangesproken.’

–       ‘Wij hopen u te treffen met deze maatregelen.’

–       ‘Mocht u nog vragen hebben, schuwd u zich dan niet om contact met ons op te
nemen.’

–       ‘Wildplassen is niet meer toegestaan buiten het café.’

–       ‘wilplassers’

 

 

Over een eigennaam in een samenstelling

Heb je een Donald Duckabonnement? Of een Donald Duck-abonnement? Of toch een Donald Duck abonnement?

Even snel testen: wat is goed?

1A Postbus 51 campagne

1B Postbus-51-campagne

1C Postbus-51 campagne

1D Postbus 51-campagne

 

2A Twitteraccount

2B Twitter account

2C Twitter-account

 

3A Albert Heijn filiaal

3B Albert Heijnfiliaal

3C Albert-Heijnfiliaal

3D Albertheijnfiliaal

 

4A H&M-medewerker

4B H&M medewerker

 

5A Circus Renz Berlinvoorstelling

5B Circus-Renz-Berlin-voorstelling

5C Circus-Renz-Berlinvoorstelling

En? En? En? Hoeveel heb ik er goed?

 Kijk snel onderaan in de PS, dan weet je het…

Oke, ik heb de antwoorden gezien. Ik geef het op – Nederlands is gewoon geen logische taal…

Eigenlijk is het precies het tegenovergestelde: het Nederlands is (in dit geval) juist wel heel logisch.

Zucht. Hoezo dan? (En weet dat ik me hiertegen ga verzetten…)

 In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, of om te voorkomen dat twee klinkers (a, e, i, o, u) op elkaar botsen kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

Maar wat heeft dat te maken met dat testje aan het begin? Het is toch niet ‘de Twitter’ of ‘de Postbus 51’…

Klopt. In het testje hierboven is sprake van een bijzonder soort samenstelling, namelijk een samenstelling met een eigennaam. Met een eigennaam geef je een specifieke persoon aan (‘Marjolein’) of een specifiek ding (‘H&M’, ‘Twitter’, ‘Circus Renz Berlin’). Als die eigennaam iets zegt over een zelfstandig naamwoord, spel je die eigennaam aan dat woord vast.

In veruit de meeste gevallen geeft de eigennaam aan van wie of van wat het zelfstandig naamwoord is:

–       Postbus 51-campagne –> een campagne van Postbus 51

–       Twitter-account/Twitteraccount –> een account van Twitter

–       Albert Heijnfiliaal –> een filiaal van Albert Heijn

–       H&M-medewerker –> een medewerker van H&M

–       Circus Renz Berlinvoorstelling –> een voorstelling van Circus Renz Berlin

Dan snap ik ‘Twitteraccount’. Maar de rest dan?

 Iedereen heeft er recht op zijn eigen naam zo te spellen zoals hij wil. ‘Marjolein’ of ‘Marjolijn’, dat mag je zelf kiezen (of dat mochten je ouders in ieder geval).

–       ‘Albert Heijn’ heeft ervoor gekozen de bedrijfsnaam met een spatie ertussen te spellen. Dat respecteren we in de samenstelling. Het wordt dus ‘Albert Heijnfiliaal’. Hetzelfde geldt voor ‘Circus Renz Berlin’.

–       Ook voor ‘Postbus 51’ geldt hetzelfde principe. Door die ‘51’ (een getal) aan het einde kun je het tweede deel van de samenstelling (campagne) echter niet rechtstreeks aan het woord vast spellen. Om te laten zien dat de woorden bij elkaar horen, gebruik je een koppelteken. Het wordt dus ‘Postbus 51-campagne’.

–       ‘Hennes & Mauritz’ kiest ervoor de bedrijfsnaam met hoofdletters te spellen wanneer we de naam afkorten. Dat respecteren we dus in de samenstelling. Net als bij ‘Postbus 51’ kun je de afkorting niet rechtstreeks aan het tweede deel van de samenstelling (‘medewerker’) schrijven. Ook hier zetten we dus een koppelteken in: ‘H&M-medewerker’.

En hoezo mag het dan ook ‘Twitter-account’ zijn?

Voor veel bedrijven is de herkenbaarheid van hun naam belangrijk. Die naam is bijna een soort logo, hij roept een directe herkenning op bij de lezer. Vandaar dat veel bedrijven ervoor kiezen om in een samenstelling achter hun naam en koppelteken te plaatsen. Daarmee zet je de bedrijfsnaam apart en vergroot je de herkenbaarheid.

Dat mag, maar het hoeft niet. Kijk in geval van twijfel altijd op de website van het bedrijf: wat staat daar? Zo heeft Twitter het over ‘Twitteractiviteiten’ (de eigennaam volledig vast aan het tweede deel van de samenstelling) en heeft Facebook het over ‘Facebook-advertentieaccount’ (de eigennaam met een koppelteken aan het tweede deel van de samenstelling).

En als ik meer wil lezen?

PS Wat zijn de goede antwoorden?

1D, 2A en C, 3B, 4A, 5A

PS2 Je hebt dus een Donald Duckabonnement OF een Donald Duck-abonnement. Kijk snel op de site of Donald goed spelt…

 

Hordelopen tussen de regels

Over het helpen in plaats van hinderen van je lezer

Stel je voor. Je zit middenin een hardloopwedstrijd. Hoorbaar houdt het duizendkoppige publiek zijn adem in. De spanning in het volle stadion hangt als warme, vloeibare honing tussen de tribunes. Op de baan ren je je de benen uit je lijf. Zweet vormt een klamme laag op je voorhoofd. Honderden ogen volgen iedere beweging. Plotseling staat er midden op de uitgestrekte baan een horde. In volle vaart ren je door, springt, blijft haken, struikelt, weet jezelf net op tijd te herstellen en rent nog twee passen door. Een nieuwe horde. Je aarzelt een seconde tijdens je aanloop, springt, valt – je tempo is niet hoog genoeg meer om jezelf te herstellen. Verslagen blijf je liggen.

Dit is het effect van een passieve zin op een lezer. Hij leest op een hoog tempo, hapert, struikelt, verliest zijn vaart, pakt zichzelf net op tijd weer op  – om dan zijn nek te breken over de volgende onverwachte horde.

Het effect van wát voor zin?

Een passieve zin. We noemen dat ook wel een lijdende vorm.

En hoe herken ik die als ik die in het wild tegenkom?

Die herken je aan de combinatie van de werkwoorden ‘worden’ of ‘zijn’ met een voltooid deelwoord (‘geslagen’, ‘aangepast’, ‘bijgewerkt’, ‘gevonden’).

Heb je wat voorbeelden?

a.    In deze bestuursperiode wordt daarom 30 miljoen euro geïnvesteerd in leefbare dorpen.

b.    Tevens is aangegeven meer in te zetten op digitale informatie en voorlichting over shortstay, aan zowel aanbieders als vragers.

c.    In dit hoofdstuk wordt beschreven welke maatregelen noodzakelijk zijn.

d.    De formulieren worden ingevuld door de gebruikers, waarna ze verwerkt worden door de administratieafdeling.

e.    Door de gemeente is besloten dat de uitbreiding van de horecavergunning geen doorgang vindt.

f.     Achter de schermen wordt hard gewerkt aan een betere dienstverlening op het station.

De onderstreepte stukken zin zijn de passieve formuleringen. Je merkt dat het niet alleen gaat om de hele werkwoorden ‘worden’ en ‘zijn’, maar ook om vervoegingen daarvan. Die vind je bijvoorbeeld in zin a (‘wordt’) en zin b (’is’).

Een kenmerk van dit soort zinnen is dat je steeds een bepaling met ‘door’ kunt toevoegen. Let op: dat kan, het hoeft niet. Je vindt zo’n door-bepaling bijvoorbeeld in zin d (‘door de gebruikers’ / ‘door de administratieafdeling’) en in zin e (‘door de gemeente’). Aan de andere zinnen kun je zo’n door-bepaling toevoegen, bijvoorbeeld in zin a (‘’wordt daarom door de Provincie 30 miljoen geïnvesteerd’) en in zin b (‘is aangegeven door de gemeente’).

Oké, lezers struikelen dus over passieve zinnen. Maar wat moet ik dan?

Actief schrijven. Het belangrijkste verschil tussen actieve en passieve zinnen is dat een actieve zin de handelende persoon in de spotlights zet, terwijl de passieve zin degene centraal stelt die de handeling ondergaat, of de handeling zelf.

Actief dus in plaats van passief. Maar hoe dan?

Je hebt een aantal opties.

Optie 1: je voegt een handelend persoon toe

Passieve zinnen zetten de handeling in de spotlights, actieve zinnen degene die de handeling verricht. Wil je actief schrijven, dan heb je dus iemand nodig die de handeling verricht.

Soms kun je die iemand halen uit de door-bepaling. Dat kan bijvoorbeeld in zin d en e.

  • Zin d: ‘De gebruikers vullen de formulieren in, waarna de administratieafdeling deze verwerkt.’
  • Zin e: ‘De gemeente heeft besloten dat de uitbreiding van de horecavergunning geen doorgang vindt.

Het kan ook zijn dat je wel iemand nodig hebt die de handeling verricht, maar dat die iemand niet in de zin staat. In dat geval kun je vaak uit de rest van de tekst opmaken wie de handelende persoon is, of je kunt het navragen. Dat is bijvoorbeeld zo in zin a en f.

  • Zin a: deze zin komt uit een beleidsnotitie van de Provincie Brabant. In dit geval kun je de Provincie toevoegen als handelend persoon: ‘In deze bestuursperiode investeert de Provincie daarom 30 miljoen euro in leefbare dorpen.
  • Zin f: deze zin komt van een informatiebulletin van de NS. In dit geval kun je de NS toevoegen als handelend persoon: ‘Achter de schermen werkt NS hard aan een betere dienstverlening op het station.’

Optie 2: je maakt van een tekstsoort een handelend persoon

Soms voelt het prettig om jezelf als schrijver onzichtbaar te maken. In een rapport bijvoorbeeld, of in een ambtelijke tekst, willen schrijvers hun tekst vaak onpersoonlijker maken. Dat is bijvoorbeeld het geval in zin c. Als je dat wilt doen, is een passieve zin niet de enige optie. Je kunt ook van de tekst zelf een handelend ‘persoon’ maken.

  • Zin c: ‘Dit hoofdstuk beschrijft welke maatregelen noodzakelijk zijn.’

Optie 3: je verbouwt de zin

Met optie 1 en 2 kun je veel passieve zinnen tackelen en omzetten naar een actieve zin. Maar: er blijven altijd zinnen over waarbij dat niet gaat. In dat geval kun je kiezen voor optie 3: verbouwen die handel. Dat kan bijvoorbeeld bij zin b.

  • Zin b: ‘Digitale informatie en voorlichting over shortstay krijgen voorrang in de communicatie met zowel aanbieders als vragers.’

Dus ik mag helemaal nooit een passieve zin gebruiken?

Eén zo’n passieve zin is prima. De lezer heeft dan voldoende vaart om de horde te nemen. Twee van die zinnen achter elkaar is al lastiger: de eerste passieve vorm haalt de vaart uit je tekst, de tweede brengt de lezer bijna tot stilstand. Het vraagt om doorzettingsvermogen van je lezer om vanuit die positie van bijna stilstand verder te gaan en het tempo weer op te pakken.

Drie passieve zinnen achter elkaar is dodelijk: je lezer is dan zo vaak gestruikeld, dat hij languit op de grond ligt met zijn gezicht in het zand. In zo’n geval staat hij op, klopt het zand van zijn kleren en gaat naar huis om op de bank patat te eten en de herhaling van Grey’s anatomy te kijken. Jouw tekst blijft eenzaam en ongelezen achter.

In welke gevallen is het dan slim om passief te schrijven?

De actieve vorm is je uitgangspunt, de lijdende of passieve vorm de uitzondering. Je kunt die uitzondering best gebruiken, maar alleen als je daar een goede reden voor hebt.

  •  Je wilt de handeling centraal zetten, niet degene die de handeling verricht. Bijvoorbeeld: ‘In dat lokaal wordt college gegeven: je kunt daar dus nu niet naar binnen.’ In een actieve zin zou je schrijven ‘Een docent geeft college in dat lokaal […]’. Dat er college wordt gegeven is hier als reden belangrijk: daarom mag je niet naar binnen. Het gaat er niet om wie er college geeft. De handeling (college geven) staat dus centraal, niet degene die de handeling verricht (de docent).

 

  • Je wilt degene die de handeling verricht niet noemen. Bijvoorbeeld omdat dat onbeleefd of pijnlijk zou kunnen zijn (‘ De machine is verkeerd aangesloten’ versus ‘U heeft de machine verkeerd aangesloten’). Of omdat je bewust in het midden wilt laten wie ergens verantwoordelijk voor is (‘Er is melding gemaakt van fraude’ versus “Jan de Groot heeft melding gemaakt van fraude’). Of omdat je jezelf als schrijver onzichtbaar wilt maken (‘In de volgende paragraaf wordt de theorie van Jansen vergeleken met die van Abels’ versus ‘In de volgende paragraaf vergelijk ik…).
  • Je wilt twee zinnen fraai op elkaar aan laten sluiten. Bijvoorbeeld:’Annabel en Leonie stelden in januari samen een nieuw taalbeleidsplan op. Het werd direct goedgekeurd.’ ‘Het’ verwijst naar ‘taalbeleidsplan’. Door de passieve zin te gebruiken, staat dat verwijswoord heel dicht bij het woord waar het naar verwijst (het antecedent – in dit geval ‘een nieuw taalbeleidsplan’).

En als ik meer wil lezen?

  • Www.taaladvies.net, de website van Taalunieversum, onder vraag 502