[DIY] Schrijf je eigen AH-advertentie in slechts 6 stappen

Write it yourself: een minicursus wervend schrijven

DIY is hip, hot en happening. Daarom deze week: write it yourself – een minicursus wervend schrijven. Schrijf je eigen Albert Heijnadvertentie in 6 stappen: kijk de tips en trucs af uit de Allerhande, hamster wat taalfouten en zet de puntjes op de i met de AH-bonustip. Verkoop gegarandeerd!

Allerhande 1

Stap 1 Lekker lui lezen

Faciliteer de luie lezer. Maak een top 2 of 3 van de belangrijkste kenmerken van je product en gebruik die in je kop, slogan en eerste zin. Haakt de lezer daarna af, dan heeft hij in ieder geval de kern van het aanbod meegekregen.

Voorbeelden uit de Allerhande:

  • Duurzaam gevangen haring. Kenmerken: Hollands, haring, verantwoord
  • Kop: ‘Hollandse nieuwe die je kunt blijven eten.’
  • Slogan: ‘Makkelijk kiezen voor verantwoord. Gewoon bij Albert Heijn.’
  • Eerste zin: ‘Nederlanders zijn dol op haring.’
  • Verse pasta. Kenmerken: vers, pasta, Italiaans
  • Kop: ‘Verse pasta. En daarmee basta.’
  • Slogan: ‘Heerlijke verse pasta. Gewoon bij Albert Heijn.’
  • Eerste zin: ‘Pasta fresca, oftewel verse pasta.’
  • Wilde spinazie. Kenmerken: vers, wild, spinazie, makkelijk om te wokken
  • Kop: ‘Onze wilde spinazie gedraagt zich voorbeeldig in de wok.’
  • Slogan: ‘Verse wilde spinazie. Gewoon bij Albert Heijn.’
  • Eerste zin: ‘Wilde spinazie wordt als volgroeid blad geoogst.’

Laten we dat principe nu eens toepassen op een willekeurig product. Een schaar bijvoorbeeld.

  • Keukenschaar: schaar, voordelig geprijsd, handige keukenhulp
  •  Kop: ‘Geknipt voor de keuken.’
  • Slogan: ‘Scherp geprijsde keukenhulpjes. Gewoon bij Albert Heijn.’
  • Eerste zin: ‘Een goede schaar is onmisbaar in iedere keuken.’

AH scan 1

Stap 2 Jongleer met woorden

Tweederde van de Allerhande-advertentiekoppen bevat een woordspeling. Slim, want daarmee trek je de aandacht. Dat kun jij ook: goochel, jongleer en knutsel net zolang met je kernwoorden van stap 1, totdat je een aansprekende woordspeling als kop hebt gevonden.

Voorbeelden uit de Allerhande:

  • ‘Onze wilde spinazie gedraagt zich voorbeeldig in de wok.’ à woordspel met de de betekenis van tegenstelling ‘wild zijn’ en de tegenstelling daarvan met ‘zich voorbeeldig gedragen’ (wilde spinazie)
  • ‘Onze scharrel beefburger heeft nu ook de Oosterse smaak te pakken.’ à woordspel met ‘smaken naar’ en ‘de smaak te pakken hebben’ (scharrelbeefburger)
  • ‘Als het om kwaliteit gaat, kennen onze slagers geen grenzen’ à woordspel met de betekenis van ‘geen grenzen kennen’ (biefstuk en filetlapje)

Toegepast op de kop voor de advertentie voor onze eigen schaar:

  • ‘Geknipt voor ieder huishouden.’ Of ‘Vlijmscherpe prijzen.’

AH scan 2

Stap 3 Kort, korter, kortst. Gewoon bij Albert Heijn

Een Allerhande-advertentie bevat vijf of zes zinnen. Die zinnen bevatten gemiddeld 10,5 woorden. De kortste zin is vier woorden (‘’), de langste zin zeventien (‘’). Buiten wervend taalgebruik zijn zinnen meestal zo rond de 20-25 woorden. De Allerhande-zinnen zijn dus kort, korter, kortst.

Hoe doe je dat zelf? Copywriter en expert wervend formuleren Mark van Bogaert:

  • “Staan er veel komma’s in uw tekst? Dat is een signaal dat zinnen te lang worden. Kijk eens welke komma’s u net zo goed kunt vervangen door een punt. Om van een lange, twee of meer korte zinnen te maken.”
  • “Beperk u tot één idee per zin. Dus tot één vervoegd werkwoord per zin. Daar wordt uw zin – zonder bijzinnen – vanzelf korter van.”
  • “Zorg ook voor afwisseling tussen korte en lange zinnen. Begin uw tekst eerder met een heel korte zin: dan begint de lezer er gemakkelijker aan (opnieuw: faciliteer de luie lezer, trek hem de tekst in, MP).”
  • Maak gebruik van elliptische zinnen (zie stap 4)

Voor onze eigen schaar:

  • Lange zinnen: ‘Voor veel taken in de keuken is een schaar een goed alternatief voor het mes, want deze keukenhulp is gemakkelijk in gebruik en zeker zo veilig. Denk maar aan taken als het versnipperen van kruiden, zoals verse tijm en heerlijk geurende rozemarijn, het onttoppen van artisjokken of het versnijden van stukjes kip.’ (26 + 26)
  • Korte zinnen: ‘Een schaar is in de keuken een goed alternatief voor het mes. Want de schaar is makkelijk in gebruik en zeker zo veilig. Denk maar eens aan het versnipperen van kruiden, zoals verse tijm en heerlijk geurende rozemarijn. Of aan het onttoppen van artisjokken. Of het versnijden van stukjes kip.’ (12 + 11 + 15 + 6 + 6)

AH scan 3

Stap 4 Geen vierkante, geen ronde, maar een elliptische zin

Een watte? Een elliptische zin. Dat is een zin die essentiële onderdelen (zoals een werkwoord, of een onderwerp) mist. Alle koppen in de krant zijn bijvoorbeeld elliptische zinnen: iedere vorm van ruis (zoals lidwoorden) is weggelaten.

Voorbeelden uit de Allerhande-advertenties:

  • ‘Heel lekker als tussendoortje of als bijgerecht bij uw diner.’ (rauwkost compleet)
  • ‘Altijd met de vertrouwde smaak.’ (Perla koffie)
  • ‘Met haring van AH puur&eerlijk duurzame vangst.’ (haring)
  • ‘Pasta fresca, oftewel verse pasta.’ (tagliatelle all uovo)

Voorbeelden van onze eigen schaar heb je al gezien: als het goed is herken je ze nu in eerder gegeven voorbeelden… Als je zelf elliptische zinnen wilt bouwen, kun je beginnen met een volledige zin en daaruit steeds meer woorden weglaten, tot je alleen de kern overhoudt. Mik op zinnen van vijf woorden.

Stap 5 Mix je eigen cocktail…

… en begin je zin eens niet op de standaardmanier, maar met een voegwoord (en/of/maar/want/dus). Dat mag in het echte leven niet (voegwoorden zijn er om twee zinnen aan elkaar te voegen, dus je vindt ze niet aan het begin van een zin), maar bij wervend schrijven (eigenlijk: spreektaal op papier) heb je veel meer speelruimte.

Voorbeelden uit de Allerhande:

  • ‘Dus perfect om mee te wokken.’ (wilde spinazie)
  • ‘En dat proef je.’ (wilde spinazie)
  • ‘En dat betekent lekker vers en gegarandeerde kwaliteit.’ (kabeljauwfilet)
  • ‘Maar wel zo handig, natuurlijk.’ (tomatensoep uit blik)

Van onze eigen schaar heb je onder stap 3 al twee voorbeelden gezien:

  • ‘Want de schaar is makkelijk in gebruik en zeker zo veilig.’
  •  ‘Of aan het onttoppen van artisjokken. Of het versnijden van stukjes kip.’

hamster

Stap 6 Hamstereeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeen!

Verzamel zoveel mogelijk positieve bijvoeglijke naamwoorden. Kies voor woorden die de kenmerken van jouw product extra naar voren brengen en die in hetzelfde taalregister vallen. Mik die vervolgens in je zin om je zelfstandige naamwoorden mee aan te kleden et voilà – een wervende zin.

Voorbeelden uit de Allerhande:

  • ‘volle smaak’ / ‘handig’ / ‘bliksemsnel’ (tomatensoep uit blik)
  • ‘pesto fantastico’ / ‘Autentico Italiano’ / ‘Italiaanse keuken’ / ‘authentieke ingredienten’ (pesto)
  • ‘lekker vers’ / ‘verrassend lekker’ / ‘juiste balans’ / ‘heerlijke natuurlijke dressings’ / ‘allerlekkerst’ (maaltijdsalades)

In de BONUS

 In de langloopbonus heeft AH… de taalfout. Geen grote fouten, maar vooral slordig omspringen met taal. Vijf van de zestien Allerhande-advertenties bevatten een taalfout. Spaar ze allemaal!

  • ‘Er zitten vijf soorten groenten in. Gesneden en gewassen in ijswater, zodat ze (‘ze’ verwijst naar ‘groenten’, MP) lekker vers en knapperig blijven. En dat voor een prijs waar u het (‘het’ verwijst nog steeds naar groenten, zou dus ‘ze’ moeten zijn, MP) zelf niet voor kunt snijden.’ (Italiaanse roerbakmix)
  • ‘En omdat de spinazie direct van het land wordt ingevroren, smaakt deze net zo lekker als vers.’ (verkeerde zinsafbreking. In gedachten kun je aanvullen: ‘…smaakt deze net zo lekker als verse spinazie’. Het zou dus ‘verse’ moeten zijn, MP) (wilde spinazie)
  • ‘Onze puur&eerlijk kabeljauwfilet is niet alleen heel erg lekker, maar ook nog eens duurzaam gevangen. Het heeft daarmee het MSC-keurmerk.’ (‘het verwijst naar ‘kabeljauw’. Het is ‘de kabeljauw’, dus hier zou moeten staan ‘Deze heeft…’, MP) (kabeljauwfilet)
  • ‘Onze scharrel beefburger heeft nu ook de oosterse smaak te pakken.’ (‘scharrel’ spel je aan het zelfstandig naamwoord vast, zoals verderop in dezelfde advertentie gebeurt: ‘scharrelvlees’, MP) (scharrelbeefburger)
  • ‘U kunt zelf uw bonen malen of kiezen voor het gemak van een snelfilterkoffie. Altijd met de vertrouwde smaak en het is nog voordelig ook.’ (Het eerste deel van zin 2 vraagt van de lezer om in gedachten aan te vullen ‘koffie met altijd…’. Het woordje ‘het’ van het tweede deel van zin 2 slaat daardoor ook in eerste instantie terug op ‘koffie’ en daarnaar kun je niet verwijzen met ‘het’. Je zou de zin om kunnen bouwen naar ‘Altijd met de vetrouwde smaak en nog voordelig ook’, MP) (Perla koffie)

En dan nu… Write it yourself!

 Probeer het zelf eens: kies een product (zonnebril, theedoek, doosje paperclips, ijsbergsla, je kleine broertje, de kat van de overburen), volg de zes stappen en schrijf je eigen AH-advertentie. Write it yourself. Gewoon bij Albert Heijn.

Literatuur:

  • Geraadpleegde Allerhandes: 07-2012, 02-2013, 05-2013, 06-2013, 08-2013
  • Mark van Bogaert: ‘Met woorden verleiden, Schrijftips voor uw mailings, presentaties & andere wervende teksten.’ LANNOO 2010
  • Peter Burger en Jaap de Jong: ‘Handboek stijl, Adviezen voor aantrekkelijk schrijven.’ NOORDHOFF UITGEVERS 2009

Dat hoge doel kan ook wel even wachten

blog 12Opruimen en zwemmen
dat is alles wat er moet vandaag.

Ik ga geen beroep doen op de vriendschap –
die hoeft mij niet te zien om er te zijn.

Dat ga ik vandaag geloven.

Dat hoge doel kan ook wel even wachten.
Hoge doelen staan bekend om hun geduld.

Ik hoef vandaag niet op een dak te zingen,
Geen ongevraagde engel van de stad te zijn.

Ik ga wat aan mijn moeder denken
hoeveel zij houdt van mij.

Dat ga ik vandaag geloven.

Ik weet dat er een hond is
met oren als omgevouwen beukenbladeren.

Ik weet dat er een gans is
met een hals als de stam van een oude eik -in een van de gaatjes in zijn snavel zat een pluisje.

Ergens ligt een witte pauw op een veld vol madeliefjes.
Ergens bloedt een zon leeg.

Ik hoef het niet te zien vandaag.

Uit: Tjitske Jansen, Het moest maar eens gaan sneeuwen. Podium, 12e druk.

Marjolein gaat genieten van de zomer. Dat hoge doel kan ook wel even wachten. Tot 25 augustus!

 

Over ambachtelijk taalgebruik en de inhoudt van beleidt

Juli 2013. Studenten uit het tweede jaar Communicatie zuchten en steunen, puffen en blazen, hijgen en zwoegen. Tentamenweek is niet makkelijk als het buiten warm is en je al met anderhalf been in de vakantie staat. En het wordt er ook niet makkelijker op als je tentamen hebt van half zeven tot half negen ’s avonds. Het ergste wat ze je dan nog aan kunnen doen, is dat je voor dat tentamen een gruwelijke beleidstekst van acht kantjes moet ‘vertalen’ naar normalemensentaal.

De beleidstekst is er eentje van de gemeente Amsterdam: een voorstel voor een aangepast shortstay-beleid. Sorry – shortstay? Dat is een vorm van verblijven in Amsterdam, waarbij je langer dan vijf nachten en korter dan zes maanden in een zelfstandige woning vertoeft. Studenten kregen de opdracht dit beleid toe te lichten in een burgerbrief aan potentiële shortstay-aanbieders.

Dit zijn de fraaiste zeker-goed-bedoelde-maar-net-niet-goed-uitgepakte-zinnen uit meer dan honderd brieven:

–       ‘Shortstay zet de gastvrijheid van Amsterdam goed op de kaard.’

–       ‘Daarom is handhaving gericht op illegale deelname aan het beleid.’

–       ‘Het doel is om beleidt te creëren…’

–       Het beleid wordt gexeëcuteerd door de gemeente.’

–       ‘Misschien heeft u moeite met het ambachtelijke taalgebruik van de beleidsnota.’ (bedoeld: ‘ambtelijke’)

–       De gastvrijheid van Amsterdam staat in een hoge vaandel.’

–       ‘De inhoudt van deze brief…’

–       ‘Het gaat om de intensie van de verhuurder.’

–       ‘Het is verplicht een vergunning te hebben. Heeft u die niet, dan kan dat opgemerkt worden.’

–       ‘Wanneer een persoon zich voordoet als huurder…’

 

Over schoonmoeders, wildplassers en rondzwevende bierflesjes

Zaterdagavond, karaokeavond in buurtcafé Mijn schoonmoeder in de sprankelende gemeente Leerum. De ene na de andere oer-Hollandse hit knalt uit de speakers. Het is warm binnen en veel cafégangers zoeken met een biertje buiten op straat tijdelijk verkoeling. Daar gaat het feest vrolijk verder: luide stemmen, brekend glaswerk, voortuinen worden gebruikt als instant urinoir. Kortom: reuzeleuk voor de cafébezoekers, niet zo reuzeleuk voor de omwonenden…

Buurtbewoners protesteren: ‘Ik kan mezelf niet meer horen denken, laat staan mijn tv verstaan…’ ‘Bierflesjes in mijn portiek, urine tussen mijn prijswinnende dahlia’s… Dit kan zo niet!’ Burgemeester en gemeente grijpen in. In overleg met Koos Bonte, uitbater van het café, komen zij tot maatregelen die de overlast moeten terugdringen.

Dit was de casus die 110 eerstejaarsstudenten Communicatie moesten uitwerken. Binnen de beroepsvaardigheid ‘zakelijk corresponderen’ vroegen we hun om in een tentamensetting in 300 woorden een zakelijke brief op te stellen namens de burgemeester (studentvarianten: ‘burgermeester’ en ‘burgersmeester’). In die brief aan omwonenden zetten zij de getroffen maatregelen (studentvarianten: ‘maatregels’ en ‘maatregelingen’) op een rijtje.

Hieronder vind je de fraaiste uitglijders uit zes klassen.

–       ‘Om het geluidsniveau te controleren wordt er een meetinstrument geplaatst in Mijn
schoonmoeder.’

–       ‘De uitbuiter van buurtcafé Mijn schoonmoeder is naar mij toegekomen […]’

–       De gemeente heeft een onderlinge regeling getroffen met de politie.’

–       ‘We pakken wildplassers voortaan rechtstreeks aan.’

–       ‘Ik wens u een overlast vrije tijd tegemoet.’

–       ‘Er komt een vaste medewerker bij de deur om glaswerk binnen en wildplassers
buiten te houden.’

–       ‘Het andere punt betreft de dronken cafégangers die glaswerk en urine lozen op
daarvoor niet bestemde plaatsen.’

–       ‘Wildplassers worden weggestuurd uit het plaatsje Leerum.’

–       ‘Het is de taak van de gemeente om burgers tegen loszwevende bierflesjes te
beschermen.’

–       ‘Wij hopen samen met u de stank te verdrijven.’

–       ‘Bezoekers die ervoor kiezen op straat hun behoefte te doen, worden
aangesproken.’

–       ‘Wij hopen u te treffen met deze maatregelen.’

–       ‘Mocht u nog vragen hebben, schuwd u zich dan niet om contact met ons op te
nemen.’

–       ‘Wildplassen is niet meer toegestaan buiten het café.’

–       ‘wilplassers’

 

 

Over een eigennaam in een samenstelling

Heb je een Donald Duckabonnement? Of een Donald Duck-abonnement? Of toch een Donald Duck abonnement?

Even snel testen: wat is goed?

1A Postbus 51 campagne

1B Postbus-51-campagne

1C Postbus-51 campagne

1D Postbus 51-campagne

 

2A Twitteraccount

2B Twitter account

2C Twitter-account

 

3A Albert Heijn filiaal

3B Albert Heijnfiliaal

3C Albert-Heijnfiliaal

3D Albertheijnfiliaal

 

4A H&M-medewerker

4B H&M medewerker

 

5A Circus Renz Berlinvoorstelling

5B Circus-Renz-Berlin-voorstelling

5C Circus-Renz-Berlinvoorstelling

En? En? En? Hoeveel heb ik er goed?

 Kijk snel onderaan in de PS, dan weet je het…

Oke, ik heb de antwoorden gezien. Ik geef het op – Nederlands is gewoon geen logische taal…

Eigenlijk is het precies het tegenovergestelde: het Nederlands is (in dit geval) juist wel heel logisch.

Zucht. Hoezo dan? (En weet dat ik me hiertegen ga verzetten…)

 In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, of om te voorkomen dat twee klinkers (a, e, i, o, u) op elkaar botsen kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

Maar wat heeft dat te maken met dat testje aan het begin? Het is toch niet ‘de Twitter’ of ‘de Postbus 51’…

Klopt. In het testje hierboven is sprake van een bijzonder soort samenstelling, namelijk een samenstelling met een eigennaam. Met een eigennaam geef je een specifieke persoon aan (‘Marjolein’) of een specifiek ding (‘H&M’, ‘Twitter’, ‘Circus Renz Berlin’). Als die eigennaam iets zegt over een zelfstandig naamwoord, spel je die eigennaam aan dat woord vast.

In veruit de meeste gevallen geeft de eigennaam aan van wie of van wat het zelfstandig naamwoord is:

–       Postbus 51-campagne –> een campagne van Postbus 51

–       Twitter-account/Twitteraccount –> een account van Twitter

–       Albert Heijnfiliaal –> een filiaal van Albert Heijn

–       H&M-medewerker –> een medewerker van H&M

–       Circus Renz Berlinvoorstelling –> een voorstelling van Circus Renz Berlin

Dan snap ik ‘Twitteraccount’. Maar de rest dan?

 Iedereen heeft er recht op zijn eigen naam zo te spellen zoals hij wil. ‘Marjolein’ of ‘Marjolijn’, dat mag je zelf kiezen (of dat mochten je ouders in ieder geval).

–       ‘Albert Heijn’ heeft ervoor gekozen de bedrijfsnaam met een spatie ertussen te spellen. Dat respecteren we in de samenstelling. Het wordt dus ‘Albert Heijnfiliaal’. Hetzelfde geldt voor ‘Circus Renz Berlin’.

–       Ook voor ‘Postbus 51’ geldt hetzelfde principe. Door die ‘51’ (een getal) aan het einde kun je het tweede deel van de samenstelling (campagne) echter niet rechtstreeks aan het woord vast spellen. Om te laten zien dat de woorden bij elkaar horen, gebruik je een koppelteken. Het wordt dus ‘Postbus 51-campagne’.

–       ‘Hennes & Mauritz’ kiest ervoor de bedrijfsnaam met hoofdletters te spellen wanneer we de naam afkorten. Dat respecteren we dus in de samenstelling. Net als bij ‘Postbus 51’ kun je de afkorting niet rechtstreeks aan het tweede deel van de samenstelling (‘medewerker’) schrijven. Ook hier zetten we dus een koppelteken in: ‘H&M-medewerker’.

En hoezo mag het dan ook ‘Twitter-account’ zijn?

Voor veel bedrijven is de herkenbaarheid van hun naam belangrijk. Die naam is bijna een soort logo, hij roept een directe herkenning op bij de lezer. Vandaar dat veel bedrijven ervoor kiezen om in een samenstelling achter hun naam en koppelteken te plaatsen. Daarmee zet je de bedrijfsnaam apart en vergroot je de herkenbaarheid.

Dat mag, maar het hoeft niet. Kijk in geval van twijfel altijd op de website van het bedrijf: wat staat daar? Zo heeft Twitter het over ‘Twitteractiviteiten’ (de eigennaam volledig vast aan het tweede deel van de samenstelling) en heeft Facebook het over ‘Facebook-advertentieaccount’ (de eigennaam met een koppelteken aan het tweede deel van de samenstelling).

En als ik meer wil lezen?

PS Wat zijn de goede antwoorden?

1D, 2A en C, 3B, 4A, 5A

PS2 Je hebt dus een Donald Duckabonnement OF een Donald Duck-abonnement. Kijk snel op de site of Donald goed spelt…

 

Hordelopen tussen de regels

Over het helpen in plaats van hinderen van je lezer

Stel je voor. Je zit middenin een hardloopwedstrijd. Hoorbaar houdt het duizendkoppige publiek zijn adem in. De spanning in het volle stadion hangt als warme, vloeibare honing tussen de tribunes. Op de baan ren je je de benen uit je lijf. Zweet vormt een klamme laag op je voorhoofd. Honderden ogen volgen iedere beweging. Plotseling staat er midden op de uitgestrekte baan een horde. In volle vaart ren je door, springt, blijft haken, struikelt, weet jezelf net op tijd te herstellen en rent nog twee passen door. Een nieuwe horde. Je aarzelt een seconde tijdens je aanloop, springt, valt – je tempo is niet hoog genoeg meer om jezelf te herstellen. Verslagen blijf je liggen.

Dit is het effect van een passieve zin op een lezer. Hij leest op een hoog tempo, hapert, struikelt, verliest zijn vaart, pakt zichzelf net op tijd weer op  – om dan zijn nek te breken over de volgende onverwachte horde.

Het effect van wát voor zin?

Een passieve zin. We noemen dat ook wel een lijdende vorm.

En hoe herken ik die als ik die in het wild tegenkom?

Die herken je aan de combinatie van de werkwoorden ‘worden’ of ‘zijn’ met een voltooid deelwoord (‘geslagen’, ‘aangepast’, ‘bijgewerkt’, ‘gevonden’).

Heb je wat voorbeelden?

a.    In deze bestuursperiode wordt daarom 30 miljoen euro geïnvesteerd in leefbare dorpen.

b.    Tevens is aangegeven meer in te zetten op digitale informatie en voorlichting over shortstay, aan zowel aanbieders als vragers.

c.    In dit hoofdstuk wordt beschreven welke maatregelen noodzakelijk zijn.

d.    De formulieren worden ingevuld door de gebruikers, waarna ze verwerkt worden door de administratieafdeling.

e.    Door de gemeente is besloten dat de uitbreiding van de horecavergunning geen doorgang vindt.

f.     Achter de schermen wordt hard gewerkt aan een betere dienstverlening op het station.

De onderstreepte stukken zin zijn de passieve formuleringen. Je merkt dat het niet alleen gaat om de hele werkwoorden ‘worden’ en ‘zijn’, maar ook om vervoegingen daarvan. Die vind je bijvoorbeeld in zin a (‘wordt’) en zin b (’is’).

Een kenmerk van dit soort zinnen is dat je steeds een bepaling met ‘door’ kunt toevoegen. Let op: dat kan, het hoeft niet. Je vindt zo’n door-bepaling bijvoorbeeld in zin d (‘door de gebruikers’ / ‘door de administratieafdeling’) en in zin e (‘door de gemeente’). Aan de andere zinnen kun je zo’n door-bepaling toevoegen, bijvoorbeeld in zin a (‘’wordt daarom door de Provincie 30 miljoen geïnvesteerd’) en in zin b (‘is aangegeven door de gemeente’).

Oké, lezers struikelen dus over passieve zinnen. Maar wat moet ik dan?

Actief schrijven. Het belangrijkste verschil tussen actieve en passieve zinnen is dat een actieve zin de handelende persoon in de spotlights zet, terwijl de passieve zin degene centraal stelt die de handeling ondergaat, of de handeling zelf.

Actief dus in plaats van passief. Maar hoe dan?

Je hebt een aantal opties.

Optie 1: je voegt een handelend persoon toe

Passieve zinnen zetten de handeling in de spotlights, actieve zinnen degene die de handeling verricht. Wil je actief schrijven, dan heb je dus iemand nodig die de handeling verricht.

Soms kun je die iemand halen uit de door-bepaling. Dat kan bijvoorbeeld in zin d en e.

  • Zin d: ‘De gebruikers vullen de formulieren in, waarna de administratieafdeling deze verwerkt.’
  • Zin e: ‘De gemeente heeft besloten dat de uitbreiding van de horecavergunning geen doorgang vindt.

Het kan ook zijn dat je wel iemand nodig hebt die de handeling verricht, maar dat die iemand niet in de zin staat. In dat geval kun je vaak uit de rest van de tekst opmaken wie de handelende persoon is, of je kunt het navragen. Dat is bijvoorbeeld zo in zin a en f.

  • Zin a: deze zin komt uit een beleidsnotitie van de Provincie Brabant. In dit geval kun je de Provincie toevoegen als handelend persoon: ‘In deze bestuursperiode investeert de Provincie daarom 30 miljoen euro in leefbare dorpen.
  • Zin f: deze zin komt van een informatiebulletin van de NS. In dit geval kun je de NS toevoegen als handelend persoon: ‘Achter de schermen werkt NS hard aan een betere dienstverlening op het station.’

Optie 2: je maakt van een tekstsoort een handelend persoon

Soms voelt het prettig om jezelf als schrijver onzichtbaar te maken. In een rapport bijvoorbeeld, of in een ambtelijke tekst, willen schrijvers hun tekst vaak onpersoonlijker maken. Dat is bijvoorbeeld het geval in zin c. Als je dat wilt doen, is een passieve zin niet de enige optie. Je kunt ook van de tekst zelf een handelend ‘persoon’ maken.

  • Zin c: ‘Dit hoofdstuk beschrijft welke maatregelen noodzakelijk zijn.’

Optie 3: je verbouwt de zin

Met optie 1 en 2 kun je veel passieve zinnen tackelen en omzetten naar een actieve zin. Maar: er blijven altijd zinnen over waarbij dat niet gaat. In dat geval kun je kiezen voor optie 3: verbouwen die handel. Dat kan bijvoorbeeld bij zin b.

  • Zin b: ‘Digitale informatie en voorlichting over shortstay krijgen voorrang in de communicatie met zowel aanbieders als vragers.’

Dus ik mag helemaal nooit een passieve zin gebruiken?

Eén zo’n passieve zin is prima. De lezer heeft dan voldoende vaart om de horde te nemen. Twee van die zinnen achter elkaar is al lastiger: de eerste passieve vorm haalt de vaart uit je tekst, de tweede brengt de lezer bijna tot stilstand. Het vraagt om doorzettingsvermogen van je lezer om vanuit die positie van bijna stilstand verder te gaan en het tempo weer op te pakken.

Drie passieve zinnen achter elkaar is dodelijk: je lezer is dan zo vaak gestruikeld, dat hij languit op de grond ligt met zijn gezicht in het zand. In zo’n geval staat hij op, klopt het zand van zijn kleren en gaat naar huis om op de bank patat te eten en de herhaling van Grey’s anatomy te kijken. Jouw tekst blijft eenzaam en ongelezen achter.

In welke gevallen is het dan slim om passief te schrijven?

De actieve vorm is je uitgangspunt, de lijdende of passieve vorm de uitzondering. Je kunt die uitzondering best gebruiken, maar alleen als je daar een goede reden voor hebt.

  •  Je wilt de handeling centraal zetten, niet degene die de handeling verricht. Bijvoorbeeld: ‘In dat lokaal wordt college gegeven: je kunt daar dus nu niet naar binnen.’ In een actieve zin zou je schrijven ‘Een docent geeft college in dat lokaal […]’. Dat er college wordt gegeven is hier als reden belangrijk: daarom mag je niet naar binnen. Het gaat er niet om wie er college geeft. De handeling (college geven) staat dus centraal, niet degene die de handeling verricht (de docent).

 

  • Je wilt degene die de handeling verricht niet noemen. Bijvoorbeeld omdat dat onbeleefd of pijnlijk zou kunnen zijn (‘ De machine is verkeerd aangesloten’ versus ‘U heeft de machine verkeerd aangesloten’). Of omdat je bewust in het midden wilt laten wie ergens verantwoordelijk voor is (‘Er is melding gemaakt van fraude’ versus “Jan de Groot heeft melding gemaakt van fraude’). Of omdat je jezelf als schrijver onzichtbaar wilt maken (‘In de volgende paragraaf wordt de theorie van Jansen vergeleken met die van Abels’ versus ‘In de volgende paragraaf vergelijk ik…).
  • Je wilt twee zinnen fraai op elkaar aan laten sluiten. Bijvoorbeeld:’Annabel en Leonie stelden in januari samen een nieuw taalbeleidsplan op. Het werd direct goedgekeurd.’ ‘Het’ verwijst naar ‘taalbeleidsplan’. Door de passieve zin te gebruiken, staat dat verwijswoord heel dicht bij het woord waar het naar verwijst (het antecedent – in dit geval ‘een nieuw taalbeleidsplan’).

En als ik meer wil lezen?

  • Www.taaladvies.net, de website van Taalunieversum, onder vraag 502

 

 

 

Hoor wat klopt daar niet, kind’ren

Over enkelvoud, meervoud en incongruentie

1.   Wat klopt hier niet?

a)   Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar ze bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedachten.

b)   Stepstone is een vacaturebank; ze helpen bedrijven en werknemers om elkaar te vinden.

c)    De gemeente Leiden heeft een nieuwe campagne om de meeuwenoverlast tegen te gaan. Op 3 april startten ze met de nieuwe campagne ter promotie van de sterke gele vuilniszakken, met in de hoofdrol de drie brutale straatmeeuwen Bartje, Bertje en Brutus.

2.   Wat zou het dan moeten zijn?

a)   …, waar het bijvoorbeeld de nieuwjaarsduik voor bedacht.

b)   …; hij helpt bedrijven en werknemers om elkaar te vinden.

c)    …. Op 3 april startte zij met de nieuwe campagne…

3.   Hoezo dan?

‘Reclamebureau’, ‘vacaturebank’ en ‘gemeente’ zijn enkelvoud. Dat hoor je als je er een werkwoord achter zet: het reclamebureau springt, danst, lacht. Je hoort niet: springen, dansen, lachen. In het eerste deel van de drie zinnen hierboven doet de schrijver dat steeds goed: ‘Reclamebureau Being There werkt…’, ‘Stepstone is…’ en ‘De gemeente Leiden heeft…’.

In het tweede deel van de zinnen gaat het mis. Daar gaat het nog steeds over het reclamebureau, de vacaturebank en de gemeente, maar hier gebruikt de schrijver ineens een meervoud: ‘ze … bedachten’, ‘ze helpen’ en ‘startten ze’. We noemen dat incongruentie.

4.   Incongruwattes?

 Incongruentie. Dat wil zeggen dat onderwerp en persoonsvorm niet matchen qua hoeveelheid. Bijvoorbeeld ‘de auto (onderwerp = enkelvoud) rijden (persoonsvorm = meervoud)’ en ‘de auto’s (onderwerp = meervoud) rijdt (persoonsvorm = enkelvoud)’.

5.   Oké, maar waarom is het dan ‘het’ in zin a, ‘hij’ in zin b en ‘zij’ in zin c?

  • In zin a verwijs je met ‘het’ naar ‘het reclamebureau’. Als een woord onzijdig is (het-woorden), verwijs je met ‘het’ (of ‘dit’ of ‘dat’).
  • In zin b verwijs je met ‘hij’ naar ‘de vacaturebank’. Een de-woord kan mannelijk of vrouwelijk zijn. Als het mannelijk is, verwijs je met ‘hij’ (of ‘die’ of ‘deze’). Als het vrouwelijk is, verwijs je met ‘zij’ (of met ‘die’ of ‘deze’). Bij ‘vacaturebank’ mag je zelf kiezen of het mannelijk of vrouwelijk is. Hier is gekozen voor mannelijk.
  • In zin c verwijs je met ‘zij’ naar ‘de gemeente’. Een de-woord kan mannelijk of vrouwelijk zijn. Als het mannelijk is, verwijs je met ‘hij’ (of ‘die’ of ‘deze’). Als het vrouwelijk is, verwijs je met ‘zij’ (of met ‘die’ of ‘deze’). ‘De gemeente’ is vrouwelijk, dus verwijs je met ‘zij’.

6.   En hoe zit het dan met Hennes & Mauritz en de Leidse Onderwijsinstellingen (LOI)?

  • Hier heb je te maken met eigennamen van een bedrijven, organisaties of instellingen. Grammaticaal zijn die namen meervoud (‘Hennes EN Mauritz’, ‘de Leidse OnderwijsinstellingEN’), maar ze voelen als enkelvoud.
  • Of je enkelvoud of meervoud in de persoonsvorm gebruikt, wisselt in de praktijk nogal eens. Ook hier kun je kijken wat je moet schrijven door er een werkwoord achter te zetten: Hennes & Mauritz danst, loopt, springt. Bij de Leidse Onderwijsinstellingen voelt dat een beetje vreemd: de Leidse Onderwijsinstellingen danst, loopt, springt… Toch mag het.
  • Vaak kun je deze namen afkorten (H&M en LOI). Je denkt dan aan het bedrijf als geheel. De meeste mensen geven dan de voorkeur aan een enkelvoudig werkwoord.
  • Twijfel je, kijk dan vooral op de site van het bedrijf. Daar lees je: “Hennes en Mauritz heeft aanzienlijke ervaring in de textielindustrie en uitgebreide kennis van welke materialen we op welke markten moeten kopen.” Ook vind je: “De LOI is marktleider op het gebied van flexibel thuisstuderen, biedt meer dan 900 opleidingen en verzorgt sinds kort ook een groot aantal klassikale opleidingen.”

7.   Meer lezen?

–       uitleg van de Taaladviesdienst

–       uitleg van schrijfwijzer.nl

–       uitleg uit het stijlboek van de nrc

 PS En het eeuwige vraagstuk van de NS?

Het Genootschap Onze Taal legt dat heel duidelijk uit: “Nederlandse Spoorwegen is een uitzondering: als deze naam voluit wordt geschreven, hebben veel mensen een voorkeur voor een meervoudig werkwoord: ‘De Nederlandse Spoorwegen hebben weleens te kampen met vertragingen.’ Bij NS wordt bij voorkeur een enkelvoud gebruikt: ‘NS zet bussen in.’”