3-2-1 GO

Bijna september. Bijna tijd voor een nieuw collegejaar op de opleiding Communicatie. Bijna. Tweehonderd eerstejaars staan in de startblokken om klaargestoomd te worden tot communicatieprofessional. Om eens te kijken hoe het ervoor staat met hun taalvaardigheid, starten we met een bliksemdictee.

Veertien taalvragen, in een hoog tempo. Let’s go.

1. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.hbo student

B.hbo-student

C.HBO student

D.HBO-student

 

2. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.HAVO’er

B.HAVO-er

C.havo’er

D.havoër

 

3. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.communicatie professional

B.communicatie proffesional

C.communicatieprofessional

D.communicatieproffesional

 

4. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.marketingcommunicatiestrategie

B.marketing-communicatiestrategie

C.marketing communicatiestrategie

D.marketing communicatie strategie

 

5. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik ga ervanuit dat…

B.Ik ga ervan uit dat…

C.Ik ga er vanuit dat…

D.Ik ga er van uit dat…

 

6. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik heb hem gewhatsappt.

B.Ik heb hem ge-whatsappd.

C.Ik heb hem gewhatsapp’t.

D.Ik heb hem gewhatsapped.

 

7. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.A4’tje

B.A4-tje

C.a4’tje

D.a4-tje

 

8. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.social media beleid

B.social media-beleid

C.social mediabeleid

D.socialmediabeleid

 

9. Wat is juist? Noteer A of B

A.Ik heb hen gevraagd de campagne beter uit te werken.

B.Ik heb hun gevraagd de campagne beter uit te werken.

 

10. Wat is juist? Noteer A of B

A.De minister wil het nieuwe beleid per direct invoeren.

B.De minister wilt het nieuwe beleid per direct invoeren.

 

11. Wat is juist? Noteer A of B

A.Zo’n 80% van de bedrijven heeft de jaarcijfers bekendgemaakt.

B.Zo’n 80% van de bedrijven hebben de jaarcijfers bekendgemaakt.

 

12. Wat is juist? Noteer A of B

A.Het bestuur heeft haar plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

B.Het bestuur heeft zijn plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

 

13. Wat is juist? Noteer A of B

 A.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar ze bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedachten.

B.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar het bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedacht.

 

14. Hoeveel broers heb ik? Noteer A, B of C

Mijn broer die in Amsterdam woont, komt op bezoek.

A.1

B.Meer dan 1

C.Dat kun je niet weten

Oke, dat was zwoegen. En dan nu… de goede antwoorden. Met uitleg, handige (en betrouwbare!) sites en een gratis taal-app!

 

1. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.hbo student

B.hbo-student

C.HBO student

D.HBO-student

Hoezo dan?

‘hbo’ krijgt kleine letters, omdat het gaat om een opleidingssoort (net als bijvoorbeeld mbo, lts, havo). De hele combinatie ‘hbo-student’ noemen we Wanneer de opleiding een deel van een samenstelling is, dan schrijf je een streepje (koppelteken) tussen de afkorting en de rest. Kijk voor een uitgebreidere uitleg over samenstellingen onder vraag 3.

Heb je moeite met je taalverzorging? Download dan de gratis app van Onze Taal. Hun of hen, dan of als, d of t, er( )van( )uit, zijn/haar, (punt)komma’s, balen als een stekker: de experts van het Genootschap Onze Taal adviseren elke dag over correct taalgebruik en weten alles van spelling, grammatica, leestekens en de herkomst van woorden en uitdrukkingen. De taaladviezen van www.onzetaal.nl zijn nu te bekijken via een gratis app voor smartphones en tablets met iOS (iPhone en iPad) en Android als besturingssysteem. Ga naar http://www.onzetaal.nl/app en grijp je kans!

 

2.   Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.HAVO’er

B.HAVO-er

C.havo’er

D.havoër

 Ja daaaaaag. Dat ziet er niet uit.

 Helaas, toch is dit de juiste spelling… Je vindt een goede en betrouwbare uitleg op http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1300/ . (bonustip: sla deze site direct op in je favorieten)

 

3. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

 A.communicatie professional

B.communicatie proffesional

C.communicatieprofessional

D.communicatieproffesional

Aan elkaar dus. Hoezo dat dan?

In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, of om te voorkomen dat twee klinkers (a, e, i, o, u) op elkaar botsen kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

 

4. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.marketingcommunicatiestrategie

B.marketing-communicatiestrategie

C.marketing communicatiestrategie

D.marketing communicatie strategie

O, deze snap ik. Die is hetzelfde als hierboven…

Klopt!

 

5. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik ga ervanuit dat…

B.Ik ga ervan uit dat…

C.Ik ga er vanuit dat…

D.Ik ga er van uit dat…

Stik, dat is toch niet logisch?

 Misschien eerst niet, voor je gevoel. Maar als je eenmaal weet hoe het in elkaar zit, snap je de logica erachter. In zinnen zoals deze kijk ik zelf altijd eerst wat het grondwoord is, het hele werkwoord. Dat is in dit geval ‘uitgaan van’ (kun je snel controleren via www.woordenlijst.org, ook een fijne en betrouwbare site om op te slaan). ‘Uitgaan’ is dus 1 woord, de delen ‘uit’ en ‘gaan’ horen bij elkaar. Ze zijn als het ware getrouwd en zitten ’s avonds samen op de bank.

Als de woorden nu los van elkaar op stap gaan, zoals in de zin ‘Ik ga ervan uit’, dan blijven ze elkaar trouw: ze gaan dus niet aan andere woorden vastplakken. De woordjes ‘er’ en ‘van’ in deze zin zijn single, dus als die in een zin op stap gaan, gaan ze elkaar opzoeken (en aan elkaar vastplakken, zoals veel singles in de kroeg).  Zo krijg je dus ‘Ik ga (los, want is al getrouwd) ervan (aan elkaar, want 2 singles) uit (los, want is al getrouwd).

Een fijn overzicht van een aantal vaak voorkomende combinaties vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/ervanuitgaan

 

6. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik heb hem gewhatsappt.

B.Ik heb hem ge-whatsappd.

C.Ik heb hem gewhatsapp’t.

D.Ik heb hem gewhatsapped.

 Hee, dan gaat eigenlijk net zoals een Nederlands werkwoord. Toch? Voltooid deelwoord krijgt stam + t, omdat de laatste letter van de stam in ’t ex-kofschip zit.

Helemaal goed! Engelse werkwoorden passen zich aan aan het Nederlands als je ze vervoegt. Geen extra, lastige, of ongewikkelde spellingsregels dus. Jieeeeehaaaa! Denk er wel aan dat je naast ’t ex-kofschip te maken krijgt met de extra Engelse sis-klanken (sj /tsj, zoals je bijvoorbeeld hoort aan het eind van de woorden push en stretch).

Een superhandige lijst van Engelse werkwoorden met hun Nederlandse vervoeging vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/engelse-werkwoorden#A .

Eindeloos oefenen met (Engelse) werkwoordspelling? Ga dan naar http://www.jufmelis.nl/werkwoordspelling .

 

7. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.A4’tje

B.A4-tje

C.a4’tje

D.a4-tje

Huh?

Kijk voor een snelle, duidelijke uitleg op http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/6/

 

8. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.social media beleid

B.social media-beleid

C.social mediabeleid

D.socialmediabeleid

Deze weet ik nu ook! Dat is dezelfde regel als bij 3 en 4.

 Kijk, dat is de ware communicatieprofessional.

 

9. Wat is juist? Noteer A of B

A.Ik heb hen gevraagd de campagne beter uit te werken.

B.Ik heb hun gevraagd de campagne beter uit te werken.

O, ik wist niet eens dat er een verschil was. Maakt het uit dan?

Ja, dat maakt uit. Als je dit één keer goed weet, doe je het nooit meer fout. De standaarduitleg van de regel vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/hun-hen .

De meeste mensen onthouden vrij snel dat ze na een voorzetsel ‘hen’ moeten gebruiken. Om te onthouden wat er bij het lijdend en meewerkend voorwerp hoort, gebruik ik zelf het volgende ezelsbruggetje (anders vergeet ik het ook steeds…):

Lijdend voorwerp –> hen

Meewerkend voorwerp –> hun

De ‘l’ van lijdend voorwerp komt eerder in het alfabet dan de ‘m’ van meewerkend voorwerp. De ‘e’ van ‘hen’ komt ook eerder in het alfabet dan de ‘u’ van ‘hun’. Zo kun je makkelijk onthouden wat bij elkaar hoort: ‘l’ komt eerst, ‘e’ ook, dus als lijdend voorwerp krijg je ‘hen’. Idem voor meewerkend voorwerp en ‘hun’.

 

10. Wat is juist? Noteer A of B

A.De minister wil het nieuwe beleid per direct invoeren.

B.De minister wilt het nieuwe beleid per direct invoeren.

 Volgens mij staat hier het verkeerde goede antwoord. Bij werkwoorden in de tegenwoordige tijd is het stam + t, dus wilT.

Eh… Hoe breng ik dit vriendelijk? Nee. Dat is helaas echt niet goed. Die regel gaat op voor zwakke werkwoorden (die werkwoorden die zich in het Nederlands braaf aan de regels houden). ‘Willen’ is een sterk werkwoord (eentje dat zijn eigen wil heeft en zich niet aan de regels houdt). Bij ‘willen’ is de hij-vorm (derde persoon enkelvoud) dezelfde als die voor de ik-vorm (de eerste persoon enkelvoud). ‘Hij wil’ dus, net als ‘ik wil’.

 

11. Wat is juist? Noteer A of B

 A.Zo’n 80% van de bedrijven heeft de jaarcijfers bekendgemaakt.

B.Zo’n 80% van de bedrijven hebben de jaarcijfers bekendgemaakt.

Heeft? Maar ‘bedrijven’ is toch meervoud?

‘Bedrijven’ is inderdaad een meervoud. Alleen is ‘bedrijven’ hier niet de kern van de woordgroep die het onderwerp vormt. Het onderwerp bestaat in deze zin uit ‘Zo’n 80% van de bedrijven’. De kern van deze woordgroep is ‘zo’n 80%’. Als je dat eenmaal ziet, dan hoor je ook dat je een enkelvoud nodig hebt: ‘Zo’n 80% danst, loopt, springt, fietst dagelijks naar huis.’ Geen ‘hebben’ dus, maar ‘heeft’.

 

12. Wat is juist? Noteer A of B

A.Het bestuur heeft haar plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

B.Het bestuur heeft zijn plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

 Maar dat klinkt lelijk!

Helaas is dat geen criterium om te bepalen of je ‘zijn’ of ‘haar’ moet gebruiken. In deze zin verwijs je met ‘zijn’ naar ‘het bestuur’. Als een woord onzijdig is (het-woorden), verwijs je met ‘zijn’ (of ‘dit’/’dat’/’het’, afhankelijk van de zinsbouw).

 

13. Wat is juist? Noteer A of B

 A.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar ze bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedachten.

 B.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar het bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedacht.

Hoezo?

‘Reclamebureau’ is enkelvoud. Dat hoor je als je er een werkwoord achter zet: het reclamebureau springt, danst, lacht. Je hoort niet: springen, dansen, lachen. In het eerste deel van zin hierboven doet de schrijver dat goed: ‘Reclamebureau Being There werkt…’. In het tweede deel van de zin gaat het mis. Daar gaat het nog steeds over het reclamebureau, maar hier gebruikt de schrijver ineens een meervoud: ‘ze … bedachten’. We noemen dat incongruentie.

Incongruwattes?

Incongruentie. Dat wil zeggen dat onderwerp en persoonsvorm niet matchen qua hoeveelheid. Bijvoorbeeld ‘de auto (onderwerp = enkelvoud) rijden (persoonsvorm = meervoud)’ en ‘de auto’s (onderwerp = meervoud) rijdt (persoonsvorm = enkelvoud)’. Vandaar dat het goede antwoord B is: ‘Het (reclamebureau) bedacht’.

 

14. Wat is juist? Noteer A, B of C

Mijn broer die in Amsterdam woont, komt op bezoek.

A.1

B.Meer dan 1

C.Dat kun je niet weten

Maar er staat toch nergens hoeveel broers je hebt? Dus dat kun je toch niet weten?

 Lees de zin eens hardop voor jezelf voor.

Nu lees je dezelfde zin nog een keer hardop, maar dan met een komma na ‘broer’. Dat wordt dus:

Mijn broer, die in Amsterdam woont, komt op bezoek.

Hoor je dat er verschil in betekenis onstaat? Of je wel of niet een komma plaatst, verandert de betekenis van de zin. Staat er een komma na broer, dan drukt de zin uit dat je broer (je enige broer), die toevallig in Amsterdam woont, langskomt. Staat er geen komma na broer, dan drukt de zin uit dat je broer (een van je broers) langskomt en dat het daarbij specifiek gaat om de broer die in Amsterdam woont. De zin ZONDER komma noem je een beperkende bijvoeglijke bijzin. De zin MET komma noem je een uitbreidende bijvoeglijke bijzin.

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *