Inspiratie als inktvlek

Dit jaar heb ik jubileum: ik geef vijftien jaar taalonderwijs. Persberichten schrijven, verkoopbrieven schrijven, klachtenbrieven beantwoorden, mediatraining, redigeren, storytelling… gaat het over wat taal met mensen kan doen, dan moet je mij hebben.

Van iedere klas van ongeveer 25 studenten die ik zie, zijn er een stuk of vijf die ook echt iets met taal hebben. Bij wie ik het vonkje zie overslaan. Vandaag kreeg ik een tweet van een bijna-oud-studente Communicatie, Jorieke van der Geest. Zij werd besmet met het taalliefdevirus en zoekt daarin nu haar eigen weg:

Tweet JoriekeHaar gastblog over storytelling op basis van mijn vierdejaarscolleges Creatief schrijven is zo leuk, dat ik het graag wil delen. Enjoy!

Lees hier de blogpost van Jorieke over wat een goede corporate story is en waar je die kunt vinden. Zij schreef deze post als gastblog voor Sigrid van Iersel.

Ondertussen, achter de schermen (2)

Uit de geheime toolkit van de communicatieprofessional: nudging, framing en priming (deel 2)

Als communicatieprofessional ben je er bewust of onbewust vaak op uit om het gedrag van mensen te beïnvloeden. Je bent bijvoorbeeld communicatiemedewerker bij de Belastingdienst en je werkt mee aan een campagne om belastingbetalers op tijd hun aangifte te laten doen. Je werkt als tekstschrijver voor het Zuid-Hollands Landschap en moet een commerciële relatiebrief schrijven om leden aan te moedigen een extra bijdrage over te maken. Of je bent woordvoerder van Mark Rutte en je wilt graag dat burgers de situatie rondom de MH17 zien als ramp in plaats van als aanslag.

Wat je met je communicatie ook wilt bereiken, het is lastig om mensen zo gek te krijgen dat ze doen wat jij graag wilt. Gelukkig heb je als communicatiemedewerker een geheim stuk gereedschap in je toolkit. Een gereedschap waarmee je het gedrag van je lezer kunt beïnvloeden. Een gereedschap dat gratis is. Deze week deel 2 uit de geheime toolkit van de communicatieprofessonal: framing.

4x werken met framing

Framing is een combinatie van het kiezen van een perspectief en de beeldende woorden die je daarbij gebruikt. Als Esso in 1959 de slogan ‘stop een tijger in je tank’ introduceert, triggert de oliemaatschappij daarmee het ‘tijger’-frame: je denkt onmiddellijk aan snelheid, kracht en soepele beweging. Die associaties breng je vervolgens onbewust over op de brandstof van Esso: je auto krijgt tijgerkracht als je Esso tankt. Waar moet je aan denken bij het opzetten van zo’n frame? Vier aandachtspunten.

1. Change your words, change your world: gebruik beeldende woorden

 

video1

2. Palmbomen of uitlaatgassen: denk na over welke associaties je op wilt roepen

Woorden roepen beelden op bij mensen. Als ik zeg ‘zomervakantie’, zie jij zon, zee, strand. Een palmboom. Een hangmat. Of een plaatsje op de camping, een luxe zwembad, een terrasje in de zon, een backpackershostel in India. Dat gebeurt automatisch, je kunt het niet tegenhouden.

Door hetzelfde verschijnsel met verschillende woorden te benoemen, kun je spelen met de associaties (de beelden) die mensen bij dat verschijnsel hebben. Waar zou jij liever wonen: naast de A-15-route? Of naast de Betuwelijn? Ik ga voor de Betuwelijn: groene heuvels, weilanden, fruitbomen, zelfgemaakte jam, een ronddansende Flipje (plaatje Flipje) en dat allemaal naast mijn huis. Terwijl diezelfde Betuwelijn ook de A15-route heet. Bah, A15-route: asfalt, langsrazende vrachtauto’s, zwarte wolken uitlaatgassen, hoestende kinderen. Daar mag iemand anders fijn naast gaan wonen.

Als je framet kies je je woorden zo, dat je een bepaald beeld oproept bij je lezer of luisteraar, met alle associaties en gedachtes die daarbij horen. Meldpunt? Goed idee. Kliklijn? Kinderachtig.

3. Bewonersparticipatie of gettovorming: kies een perspectief dat uitmondt in een bondig geformuleerde kijk op de zaak

Amsterdam 2012. In appartementencomplex Koningsvrouwen in Bos en Lommer wonen overwegend moslims: zo’n 85%. Woningcorporatie Eigen Haard renoveert het gebouw op basis van de woonwensen van bewoners. Het gaat hierbij om een grotere keuken, schuifdeuren tussen woonkamer en keuken, een extra kraan bij de ingang en een berghok.

Parool

De woningcorporatie en de gemeente spreken hier over ‘vraaggericht woonbeleid’, ‘de burger centraal’ en ‘multicultureel bouwen’. Kortom: Koningsvrouwen is een geslaagd voorbeeld van ‘bewonersparticipatie’. De journalistieke en partijpolitieke duiding is totaal anders. Het Parool introduceert de term ‘halalwoning’ en het regent negatieve reacties: ‘moslimenclave’, ‘apartheid’, ‘gettovorming’ – het zijn slechts een paar voorbeelden.

‘Halalwoning’ en ‘multicultureel bouwen’: we praten over hetzelfde, maar we gebruiken twee totaal verschillende bewoordingen. Je leest dus twee keer over hetzelfde Koningsvrouwen-complex, maar door de manier van formuleren denk je bij ‘de burger centraal’ en ‘multicultureel bouwen’ dat bewonersparticipatie bij renovatie een goed plan is. Maar: bij ‘halalwoning’, ‘apartheid’ en ‘gettovorming’ is het ineens een veel minder goed idee…

Dus: kies je perspectief (voor of tegen, doorgaan of niet, verhogen of verlagen, aanpassen of zo laten) en bedenk daar je frame bij.

4. Bougies, blokkentorens en biodiversiteit: weet wat mensen drijft

Ik ben lid van het Zuid-Hollands Landschap, een stichting die zich richt op aankoop, ontwikkeling en beheer van lokale natuurgebieden. Een mooi initiatief, maar lastig om aan de man te brengen – en de stichting is wel afhankelijk van geld van leden en losse bijdragen. Hoe communiceer je hoe waardevol een stuk natuur is? Zo waardevol zelfs dat je ontvanger zijn patat koud laat worden, de tv uitzet, uit zijn luie stoel omhoogkomt en geld overmaakt?

Stel: de stichting heeft de unieke mogelijkheid om een extra stuk natuur aan te kopen, waarin een grote diversiteit aan dieren en planten voorkomt. Koopt zij het stuk niet, dan wordt het verkocht aan de hoogste bieder en is de kans groot dat een projectontwikkelaar er een kantoorgebouw neerzet. Dat mag natuurlijk niet gebeuren! Daarom schrijft de stichting een brief, waarin zij leden wijst op deze prachtige kans en hun vraagt om geld over te maken.

Hieronder staan twee formuleringen die de stichting zou kunnen gebruiken. Door welke formulering komt de lezer eerder in actie?

A) Veel dier- en plantensoorten worden bedreigd. Een belangrijke reden daarvoor is het verdwijnen van de biodiversiteit. De natuur is te vergelijken met een spelletje Jenga, waarbij je om de beurt een blokje hout uit een grote toren van blokjes moet trekken. Je kunt een boel blokjes weghalen en de toren blijft staan, maar op een gegeven moment is het te veel en stort de toren in. Dit natuurgebied is een belangrijk blokje in die toren: met uw bijdrage kunnen we voorkomen dat de natuur om ons heen begint in te storten.

B) Veel dier – en plantensoorten worden bedreigd. Een belangrijke reden daarvoor is het verdwijnen van de biodiversiteit. Al die soorten zijn er echter niet voor niets: ze hebben allemaal hun eigen plekje en ze vervullen allemaal een taak. Kijk onder de motorkap van een auto en je ziet een grote verzameling verschillende onderdelen met allemaal een functie. Niets zit er voor niets. Net als een auto is de natuur een aaneenschakeling van vitale onderdelen. Dit natuurgebied is zo’n onderdeel: door geld over te maken helpt u mee de motor van de natuur nog beter te laten draaien.

De formulering die het Zuid-Hollands Landschap waarschijnlijk de meeste bijdragen op gaat leveren, is formulering A. Maar waarom? Waarom werkt dat eerste frame hier beter het tweede?

Om dat te begrijpen moet je weten wat mensen instinctief drijft. Mensen zijn geneigd weg te sturen van verlies: van nature zul je er eerder voor kiezen om geen 100 euro te verliezen, dan om 100 euro te winnen, omdat het verlies meer pijn oplevert dan de winst plezier geeft. De onderzoekers Tversky en Kahnemann hebben dit principe in 1979 vastgelegd in hun boek ‘Prospect Theory’.

Onze afkeer van verlies is zo sterk, dat de manier waarop je je boodschap formuleert (gericht op verlies of op winst) bepalend kan zijn voor de keuzes die mensen maken. Dat is het verschil tussen A en B: A framet zo dat je weg wilt sturen van verlies (‘met uw bijdrage kunnen we voorkomen dat de natuur om ons heen in gaat storten’), terwijl B focust op mogelijke winst (‘door geld over te maken helpt u mee de motor van de natuur nog beter te laten draaien’).

***Opmerking: het is niet zo dat negatieve frames (zoals verliesframes) altijd beter werken dan positieve (zoals winstframes). Meer weten? Lees dan de blogpost van taalstrateeg Sarah Gagestein over de kracht van negativiteit. Ook maakt het uit wat je precies wilt framen: een attribuut (‘vet in een hamburger’) frame je het beste positief, een doel (‘borstonderzoek doen’) beter negatief. Hierover lees je meer in deze wegwijzer van de KU Leuven.***

Met andere woorden

Taal beïnvloedt dus de manier waarop we naar de werkelijkheid kijken. Door de juiste woorden te kiezen, kun je een kiezer vóór (hypotheekrenteaftrek) of tégen (villasubsidie) een beleidsplan laten stemmen. En maken musea in Nederland zinvol gebruik van kunstsubsidiegelden? Of liggen ze aan een subsidie-infuus? En eet je liever genetisch geoptimaliseerd voedsel? Genetisch gemanipuleerd voedsel? Frankensteinfood?

Meer lezen over framing?

Van www.marjoleinschrijft.nl: ‘Stunteldiplomatie of meesterzet

Hans de Bruijn (2011): Framing, Over de macht van taal in de politiek. Atlas Contact.

De wegwijzer over framing van de KU Leuven

Het blog van taalstrateeg Sarah Gagestein

De e-course framing van het Frameworks Institute

Het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid ‘Hoe mensen keuzes maken’ (2010)

So You Think You Can Spell?

Als communicatiestudent aan Hogeschool Leiden word je opgeleid tot taalexpert. Dat betekent ein-de-lo-ze aandacht voor spelling, stijl en interpunctie. Deze week starten de eerstejaars met een gloednieuw vak: Redigeren. Op maandagochtend van week 1 zitten studenten nog niet goed en wel in het lokaal, of ze worden op pad gestuurd: zoek de tien spellingsopdrachten die over de tweede verdieping verspreid hangen en maak steeds de juiste keuze.

Weten hoe jij ervoor staat? Speur en spel mee!

 1. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A.HBO’er
B.HBO-er
C.hbo’er
D.hboër
2. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. zwarte pieten discussie
B. Zwarte Pietendiscussie
C. zwartepietendiscussie
D. Zwarte-Pietendiscussie

3. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een kop capucino
B. een kop cappucino
C. een kop capuccino
D. een kop cappuccino

4. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een tweedehands boek
B. een tweede-hands boek
C. een tweedehandsboek
D. een tweede-handsboek

5. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. ik heb hem gesmst
B. ik heb hem ge-smst
C. ik heb hem ge-sms’t
D. ik heb hem ge-sms-t

6. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. social mediacampagne
B. social-mediacampagne
C. social media campagne
D. socialmediacampagne

7. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. Donald Duck abonnement
B. Donald Duck abbonnement
C. Donald Duck-abonnement
D. Donald Duck-abbonnement

8. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. mond-tot-mondreclame
B. mond tot mondreclame
C. mond-tot-mond reclame
D. mond tot mond-reclame

9. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een drankje boordevol vitamines
B. een drankje boordenvol vitamines
C. een drankje bordevol vitamines
D. een drankje bordenvol vitamines

10. Wat is goed? Kies A of B

 A. In deze oefening word je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

B. In deze oefening wordt je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

 

So, you think you can spell? Check het meteen!

 1. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A.HBO’er
B.HBO-er
C.hbo’er
D.hboër

Hè? Moet het niet D zijn? Net als in ‘havoër’?

Helaas: nee (hoewel je wel bonuspunten scoort met dat ‘havoër’). ‘hbo’ is een initiaalwoord. Dat wil zeggen dat je alle letters los van elkaar moet uitspreken: h-b-o. Als een woord een initiaalwoord is, dan is het net teflon; er blijft niets zomaar aan plakken. Wil je er iets aan vastmaken, zoals een achtervoegsel (het stukje ‘er’ in ‘hbo’er’), of wil je het onderdeel maken van een samenstelling (zoals in ‘hbo-student’), dan moet je daar een leesteken voor gebruiken. Bij een achtervoegsel gebruik je dan een apostrof (het hoge kommaatje). Vandaar dat het ‘hbo’er’ wordt.

‘Havoër’ daarentegen is een letterwoord: je kunt het woord in één keer uitspreken, zonder dat je alle letters los van elkaar moet uitspreken. Aan een letterwoord kun je wel rechtstreeks een achtervoegsel vastplakken (havo+er wordt havoer). Wel heb je een trema nodig om uitspraakverwarring te voorkomen: zo wordt ‘havoer’ ‘havoër’.

Weten waarom je geen hoofdletters gebruikt? Kijk dan op https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/gsm-gsm

2. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. zwarte pieten discussie
B. Zwarte Pietendiscussie
C. zwartepietendiscussie
D. Zwarte-Pietendiscussie

Maar… maar… maar… ‘Zwarte Piet’ schrijf je toch met twee hoofdletters? Dus dan moet het toch B zijn?

Eh… nee. Je schrijft ‘zwartepietendiscussie’ helemaal aan elkaar, zonder hoofdletters in ‘Zwarte Piet(en)’. Je gebruikt die hoofdletters wel als het gaat om de knecht van Sinterklaas (ook met hoofdletter). In ‘zwartepietendiscussie’ wordt de naam van Zwarte Piet echter gebruikt om verschillende personen aan te duiden die voor Zwarte Piet spelen. In dat geval schrijven we zwarte pieten met kleine letters. De benaming is dan een soortnaam. Een vergelijkbaar voorbeeld is kerstmannen (‘mensen die voor Kerstman spelen’).

Je schrijft het woord helemaal aan elkaar, doordat het een samenstelling is. Kijk voor de uitleg van samenstelling bij het antwoord op vraag 6.

3. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een kop capucino
B. een kop cappucino
C. een kop capuccino
D. een kop cappuccino

 Zit daar nog logica achter?

 Niet echt. Cappuccino is een weetwoord of een opzoekwoord. Vanaf nu weet je dat het met twee c’s en twee p’s is. Twijfel je, dan kun je de correcte spelling altijd opzoeken in de digitale versie van het Groene Boekje, www.woordenlijst.org.

4. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een tweedehands boek
B. een tweede-hands boek
C. een tweedehandsboek
D. een tweede-handsboek

Die C-vorm heb ik echt nog nooit ergens gezien…

Dat kan kloppen: er bestaan twee vormen van dit woord. In Van Dale staat ‘tweedehands’ niet als zelfstandig lemma, maar onder tweedehands (bn.), met als voorbeeld o.a. een tweedehands auto, en verder “ook als eerste lid in samengestelde zn. als de volgende (…)”, met als voorbeelden o.a. tweedehandsauto (!) en tweedehandsboek.

5. Wat is goed? Kies A, B, C of D

 A. ik heb hem gesmst
B. ik heb hem ge-smst
C. ik heb hem ge-sms’t
D. ik heb hem ge-sms-t

Hee, is ‘sms’ dan hetzelfde als ‘hbo’? Dus een… initiaalwoord?

 Dat klopt. Ook hier kun je dus niets rechtstreeks aan het woord vast spellen. Daarmee vallen antwoord A en B af. Blijft over C of D. Inmiddels weet je dat je een apostrof gebruikt om een achtervoegsel (hier ‘t’) vast te spellen aan een initiaalwoord. Dat betekent dat C de enige goede optie is.

6. Wat is goed? Kies A, B, C of D

 A. social mediacampagne
B. social-mediacampagne
C. social media campagne
D. socialmediacampagne

Aan elkaar dus. Hoezo dat dan?

In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

In dit geval heb je te maken met een samenstelling die bestaat uit drie delen: ‘social’, ‘media’ en ‘campagne’. Wat voor campagne is het? Een mediacampagne. Die twee horen dus sowieso aan elkaar.

Hoe weet je dan of ‘social’ eraan vast moet? Door te kijken naar wat er gebeurt als je ‘social’ los van ‘mediacampagne spelt:

  • social mediacampagne.

Nu is de mediacampagne ‘social’. Dat is natuurlijk niet de bedoeling: ‘social’ wil alleen iets zeggen over ‘media’. Je ziet dat heel goed in

  • mobiele telefoonwinkel;
  • mobieletelefoonwinkel.

Bij de eerste optie staat de winkel op wieltjes: de hele winkel is dus mobiel. Bij de tweede optie is niet de winkel mobiel, maar de telefoon. Door het eerste deel van de samenstelling los of vast te spellen, krijg je dus een andere betekenis.

En waarom mag antwoord B dan ook? Of is dat een foutje?

Niks geen foutje: antwoord B mag ook. Kijk voor een snelle, heldere uitleg op https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/engelse-woorden-in-nederlandse-samenstellingen

Let wel op: bij het Groot Dictee mag je geen facultatieve koppeltekens plaatsen (zoals in ‘vakantie-appartement’): alleen noodzakelijke koppeltekens zijn toegestaan.

7. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. Donald Duck abonnement
B. Donald Duck abbonnement
C. Donald Duck-abonnement
D. Donald Duck-abbonnement

O, dat is weer een samenstelling?

 Klopt. Hier is sprake van een bijzonder soort samenstelling, namelijk een samenstelling met een eigennaam. Met een eigennaam geef je een specifieke persoon aan (‘Marjolein’) of een specifiek ding (‘H&M’, ‘Hogeschool Leiden’, ‘Circus Renz Berlin’). Als die eigennaam iets zegt over een zelfstandig naamwoord, spel je die eigennaam aan dat woord vast.

In veruit de meeste gevallen geeft de eigennaam aan van wie of van wat het zelfstandig naamwoord is:

–       Postbus 51-campagne –> een campagne van Postbus 51

–       Hogeschool Leidenvestiging –> een vestiging van Hogeschool Leiden

–       Circus Renz Berlinvoorstelling –> een voorstelling van Circus Renz Berlin

Iedereen heeft er recht op zijn eigen naam zo te spellen zoals hij wil. ‘Marjolein’ of ‘Marjolijn’, dat mag je zelf kiezen (of dat mochten je ouders in ieder geval). Donald Duck heeft ervoor gekozen zijn naam met een spatie ertussen te spellen. Dat respecteren we in de samenstelling.

We houden nu twee opties over: ‘Donald Duck-abonnement’ (met koppelteken, zoals in de opgave hierboven) en ‘Donald Duckabonnement’ (zonder koppelteken). Voor bedrijven werkt hun naam vaak als een logo: je wilt die naam duidelijk herkenbaar weergeven. Daarom kiezen veel bedrijven voor optie D: ‘Donald Duck-abonnement’ (met koppelteken). Daardoor blijft de bedrijfsnaam makkelijk herkenbaar. In deze opgave is optie D dus de juiste.

Voor wie zich voorbereidt op het Groot Dictee: bij het Groot Dictee mag je geen facultatieve koppeltekens plaatsen (zoals in ‘vakantie-appartement’): alleen noodzakelijke koppeltekens zijn toegestaan. Bij het Groot Dictee moet je hier dus kiezen voor ‘Donald Duckabonnement’ (zonder koppelteken).

En waarom is‘abonnement’ niet met twee b’s en één n?

Ook hier zit, net als bij cappuccino, geen echte logica achter. Het is dus een weetwoord of een opzoekwoord.

8. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. mond-tot-mondreclame
B. mond tot mondreclame
C. mond-tot-mond reclame
D. mond tot mond-reclame

Dat lijkt ook een samenstelling te zijn, maar dan net even anders…

 Klopt! Dit noem je een samenkoppeling in een samenstelling. De eerste drie woorden vormen de samenkoppeling (in het wild te herkennen aan de koppeltekens). Een samenkoppeling wordt dus gevormd door twee of meer woorden die vaak samen voorkomen en daardoor een vaste uitdrukking zijn gaan vormen.

Die samenkoppeling gedraagt zich hier als een zelfstandig naamwoord, dat iets zegt over ‘reclame’ (wat voor reclame? Mond-tot-mondreclame). Daarom spel je die koppeling rechtstreeks vast aan ‘reclame’. Om aan te geven dat het om een samenkoppeling gaat, laat je de koppeltekens staan.

Kijk voor meer voorbeelden van samenkoppelingen in samenstellingen op http://woordenlijst.org/leidraad/6/6/

9. Wat is goed? Kies A, B, C of D

 A. een drankje boordevol vitamines
B. een drankje boordenvol vitamines
C. een drankje bordevol vitamines
D. een drankje bordenvol vitamines

‘Boordevol’? Waarom niet ‘bordevol’? Dat is toch veel logischer?

Dat komt door de herkomst van het woord. Die herkomst kun je opzoeken in een etymologisch woordenboek, bijvoorbeeld het (betaalde) Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN). Voor een gratis toelichting kun je spieken op  https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/tjokvol-zitten

En dan nog een puntje van aandacht: waarom schrijf je hier geen ‘n’ (‘boordenvol’)?

 Omdat je hier te maken hebt met een bijvoeglijk naamwoord, waarvan het eerste deel (‘boorde’) het tweede deel (‘vol’) versterkt: niet zomaar vol, maar boordevol. In dat geval spel je het eerste deel zonder tussen-n. Andere voorbeelden zijn ‘beregoed’, ‘reuzeleuk’, ‘reteslim’.

10. Wat is goed? Kies A of B

 A. In deze oefening word je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

B. In deze oefening wordt je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

Die zwartepietendiscussie, oké, maar dit? Als ‘je’ na de persoonsvorm komt, dan spel je die persoonsvorm toch zonder ‘t’?

 Op zich is er niets mis met die regel. Maar: je moet wel weten wanneer je hem toepast. De ‘t’ vervalt namelijk alleen als de ‘je’ na de persoonsvorm het onderwerp is. Hoe weet je dat?

  • Je kunt ‘je’ vervangen door ‘jij’: ‘je’ = onderwerp, dus geen ‘t’
  • Je kunt ‘je’ vervangen door ‘jou’: ‘je’ = meewerkend voorwerp, dus wel een ‘t’

Hier wordt de zin: ‘In deze oefening wordt (aan) jou gevraagd steeds de juiste keuze te maken.’ ‘Je’ is hier dus geen onderwerp, maar meewerkend voorwerp. De ‘t’ blijft dus staan.

Wat is dan wel het onderwerp?

Het zinsdeel ‘steeds de juiste keuze te maken’. Dat wordt gevraagd aan jou.

 

 

 

 


 

Write it yourself: show, don’t tell

Een minicursus met maxi-effect: leer meeslepend schrijven in 5 stappen

STAP 1 De kunst van het liegen

Lees het volgende fragment uit ‘De kunst van het liegen’ van Alan Bradley en beantwoord daarna de vragen. De ‘ik’ is de 11-jarige Flavia.

Het was een vierkant gebouwtje, met bakstenen muren voor de begane grond en hout voor de bovenverdieping. De ramen waren bedekt met een ondoorschijnende laag die getuigde van verwaarlozing en spinnenwebben; dat soort ramen lijkt je aan te kijken.
De deur was ooit geverfd geweest, maar de verf was afgebladderd. Het kale grijze hout was net zo verweerd als dat van de bovenverdieping.
Ik wikkelde de zakdoek weer om mijn hand en probeerde de deurknop. De deur zat op slot.
De ramen op de bovenverdieping zaten te hoog om erdoor naar binnen te kunnen klimmen, en de dunne houtjes van het met klimop begroeide latwerk zouden mijn gewicht nooit houden. Een gammele ladder leunde vermoeid tegen een muur, maar was te gevaarlijk om er gebruik van te maken. Ik besloot naar de achterkant te lopen.
Ik moest voorzichtig zijn. Alleen een verzakte schutting en een smal pad scheidden de achterkant van het koetshuis van miss Mountjoy’s treurwilg; ik zou diepgebukt moeten rennen, als een commando op het strand.

Oefening
Beantwoord nu de volgende twee vragen:

  1. Als je de locatie waar dit fragment zich afspeelt in je eigen woorden samenvat, wat wordt dat dan? Gebruik maximaal vier woorden.
  2. Wat wil je als lezer graag te weten komen in dit fragment? Wat wil je kunnen zien?

Benieuwd naar de antwoorden? Kijk snel in PS1

Yes, die vragen had ik goed. Maar hoe helpt dit me om meeslepend te schrijven?

Lees snel stap 2!

 bradley

STAP 2 Pas op: spinnenwebben

Het principe dat Bradley hier toepast, heet ‘show, don’t tell’ (in het vervolg afgekort tot SDT). In het Nederlands: vertonen, niet vertellen. Dat betekent dat je je lezer allerlei impliciete informatie geeft, die hij gebruikt om zelf een conclusie trekken. Zo staat er in het fragment nergens letterlijk dat dit een verlaten huis is. Toch weet je dat: die conclusie heb je zelf getrokken op basis van de tekst. Ook staat er nergens dat het gebouw een tikkeltje eng of naargeestig is. Als lezer heb je dat zelf vastgesteld op basis van de blinde ramen die je aan lijken te kijken, de spinnenwebben, de deur die op slot zit en die je niet aan wilt raken, de gevaarlijke ladder en het feit dat je voorzichtig zult moeten zijn.

Dat ik voorzichtig zal moeten zijn? Dat Flavia voorzichtig moet zijn, bedoel je.
Eigenlijk bedoel ik allebei. Door SDT toe te passen, zie je als lezer wat Flavia ziet, voel je wat zij voelt, beleef je wat zij beleeft. Dat is ook precies de bedoeling van de techniek: je raakt betrokken bij het verhaal, wilt weten hoe het verder gaat, wat er binnen in dat huis te zien is.

Dat wil ik nu eigenlijk ook best wel weten… Zit er een eng beest binnen? Een monster? Een pedofiel? Een gevangene? Een moordenaar? Een…
Kijk, dat is wat het verhaal graag wil. Dat jij je dat af gaat vragen, dat je actief deel wordt van het verhaal. Nog even geduld…

verlaten huis

Oefening
De kunst is om je lezer zoveel (en zo weinig!) informatie te geven, dat hijzelf de goede conclusies trekt. Jij geeft 50% en op basis daarvan vult je lezer de andere 50% zelf in. Hij pikt als het ware alle hints op die jij geeft en interpreteert die, tot hij precies die conclusies trekt die je als schrijver wilt dat hij trekt. Dat zie je bijvoorbeeld in dit promotiefilmpje voor de luchtmacht. De beelden die je ziet laten geen ruimte voor andere interpretaties.

Kijk nu nog eens naar het Flavia-fragment. Welke stukjes tekst bepalen dat je weet dat het om een verwaarloosd huis gaat? Noteer die stukjes voor jezelf. Dat kun je doen in steekwoorden, maar je kunt de tekst ook even printen en dan onderstrepen. Dat werkt voor het vervolg van de oefening wel zo fijn. Klaar? Check je antwoord in PS2!

Oefening
Om jou bij het verhaal te betrekken, mikt Alan Bradley, de schrijver van dit fragment, op je zintuigen. Mensen zijn heel zintuiglijk ingesteld: door in je tekst informatie te geven die die zintuigen prikkelt, sleur je je lezer het verhaal in.

Bekijk de stukjes tekst die je geselecteerd hebt. Welk(e) zintuig(en) spreekt Bradley aan? Klaar? Check je antwoord in PS3!

Oefening
Bradley mikt dus op één zintuig. Om je lezer volledig mee te kunnen slepen, is het echter belangrijk dat je leert om alle zintuigen aan te spreken. Dan kan jouw lezer meekijken, meeluisteren, meevoelen, meeruiken, meeproeven, kortom: hij kan meebeleven wat er in jouw tekst gebeurt, alsof hij er echt bij is.

Keer nu terug naar het fragment over het naargeestige, verwaarloosde huis. Welke stukjes tekst kun je zelf toevoegen, zodat je alle zintuigen aanspreekt? Laat je fantasie de vrije loop. Hoe voelt (tastzin!) zo’n huis als je er met je vingertoppen langs strijkt? Hoe klinkt zo’n huis aan de buitenkant – welke omgevingsgeluiden hoor je? Wat voor geur hangt er? Ga los!

Stap 3 Waarom al die moeite?
Best leuk om zulke dingen te verzinnen. Maar – sorry – waarom zou ik al die moeite doen? Waarom kan ik niet gewoon schrijven dat het een eng, verwaarloosd huis is? Dat kan mijn lezer toch gewoon van me aannemen? Wel zo efficiënt…

Hmmmm. Tja, dat zou je kunnen doen. Dat heeft hetzelfde effect als wanneer de fabrikant van een nieuw dieetmiddel zegt dat zijn product fantastisch werkt. Geloof je dat? Of wil je het met eigen ogen zien?

pillen 2Ooo, ja, dat snap ik wel. Mijn lezer moet iets dus zelf kunnen beleven wil ik dat hij iets van mij aanneemt. Dus: hoe pak ik dat concreet aan, dat ‘meebeleven’?
Om je lezer echt te laten mee(be)leven, is het belangrijk dat je niet te veel ‘vertelt’ (‘Het was een eng, verwaarloosd huis.’), maar dat je ‘vertoont’ (zoals in het fragment van Bradley). Je vermijdt dus de woorden waarmee je letterlijk vertelt wat je wilt dat de lezer weet, maar je geeft hints (details, beschrijvingen) waarmee je vertoont (laat zien) wat de lezer moet weten.

Oefening
Kies een van de opties hieronder om uit te werken tot een verhaalfragment, zoals dat van Bradley. Je mag verder werken met Flavia als hoofdpersoon, of je mag zelf een hoofdpersoon kiezen. Gebruik de techniek SDT om de door jou gewenste foto/film in het hoofd van je lezer te projecteren. Let op: de woorden uit de optie die je kiest zijn strikt verboden (dus niet “De bevlogen leider sprak zijn soldaten enthousiast toe.”). Gebruik ongeveer acht zinnen (je mag er een meer of minder hebben). Succes!

  • Een regenachtige herfstdag
  • Een snelle auto
  • Een prachtig kasteel
  • Een dwarse puber

Niveautje hoger? Probeer dan eens

  • Een bevlogen leider
  • Een eigenwijze peuter
  • Een gierige man

Stap 4 Tijd om te amputeren

Klaar. En nu?
Nu begint het echte werk eigenlijk pas. Bedenk vooral dat het tot nu toe vrij goed tussen ons ging, dat je de oefeningen leuk vond en dat je de SDT-techniek straks goed kunt gebruiken in je werk als communicatieprofessional. Oké? Dan gaan we door naar de laatste oefening.

typemachinebloem

Oefening
Pak het fragment erbij dat je net zelf geschreven hebt.

1. Zintuigen, zintuigen en nog meer zintuigen

Lees je fragment door. Welke zintuigen heb je aangesproken? Maak voor jezelf een rijtje. Heb je voornamelijk de ogen van je lezer aangesproken? Dat is niet erg: de meeste mensen zijn sterk visueel ingesteld. Maar hoe zit het met de andere vier zintuigen? Kan je lezer niet alleen meekijken, maar ook meeluisteren, meevoelen, meeruiken en meeproeven? Zorg ervoor dat alle zintuigen minimaal één keer aan bod komen. Het zintuig ‘ogen’ mag voor deze oefening uiteindelijk slechts 2/3 van je tekst beslaan.

2. Concreet schrijven

Als je wilt dat je lezer de juiste conclusies trekt, moet je ervoor zorgen dat je zo concreet mogelijk schrijft. Hoe weet jouw lezer dat het om een kasteel gaat, als je het woord ‘kasteel’ niet gebruikt? ‘Gebouw’ is niet genoeg, dat kan van alles zijn, van torenflat tot boswachtershutje. Jouw bevlogen leider draagt een pak om overwicht uit te stralen. Maar wat voor pak is dat? Een confectiepak? Maatpak? Van Hugo Boss? Armani? V&D? Is het blauw met een krijtstreepje? Of groen en gemaakt van corduroy? Zijn de vouwen er superstrak ingeperst? Zit het misschien een tikje te ruim bij de schouders? En: wat zeggen al die details over jouw leider? Check je fragment: ben je concreet genoeg geweest? Ziet je lezer wat hij moet zien? Vul aan en herschrijf waar nodig.

3. Kill your darlings
Je wilt de juiste film in het hoofd van jouw lezer projecteren. Daarom heb je ervoor gekozen om al zijn zintuigen aan te spreken en om veel details in je tekst op te nemen. Sommige zinnen zijn van werkelijk geniaal niveau. Al met al ben je bovendien uitgekomen op zo’n vijftien tot twintig zinnen. Wat ik je nu ga vragen, gaat dus pijn doen. Je gaat me niet leuk vinden. Maar het moet toch. Kill your darlings: schrap alles wat niet absoluut noodzakelijk is. Alsof je je eigen arm amputeert. Doet het te veel pijn? Vraag het aan iemand anders. Maar eraf zal-ie. Je mag maximaal zeven zinnen overhouden. Nee, dat meen ik niet. Zes. Maximaal.


Stap 5 Communicatieprofessional of romanschrijver?
Het nut van SDT is dus dat je lezer bij je verhaal betrokken raakt. Doordat de lezer zelf actief aan de slag moet, blijft hij langer geconcentreerd en is hij dus eerder geneigd je tekst uit te lezen. Bovendien zijn de conclusies die je zelf trekt (‘hee, dit werkt echt’) veel geloofwaardiger dan conclusies die je krijgt aangereikt (‘dit product is echt fantastisch. Echt waar!’) Maar: jij bent communicatieprofessional, geen romanschrijver. Wat moet je hier dan mee?

Drie voorzetjes:

  • De direct mail
    Stel. Jij werkt als communicatiemedewerker bij een bedrijf dat elektronische kattenluikjes verkoopt. De consument plaatst zo’n luikje in zijn keukendeur (eerst stond hier ‘woning’, maar dat was niet concreet genoeg) en een chip in zijn kat en voila – het luikje herkent de kat en die loopt vrij in en uit. Superhandig! Dat kun je natuurlijk in een direct mail vertellen aan je klanten: ‘superhandig nieuw kattenluik!’ Gevolg: de brief belandt ongelezen in de prullenbak. Of: je laat aan de hand van concrete voorbeelden zien hoe handig het ding is, zodat de lezer zelf die conclusie trekt. Gevolg: driekwart van de brieven belandt nog steeds ongelezen in de prullenbak, maar dat laatste kwart leidt tot een bezoekje aan de website – en hopelijk tot meer…
  • De corporate story
    Voor Ashraf Ramzy begon het allemaal met een kopje koffie. In 1990 las hij als junior strateeg bij FHV BBDO een dossier over de pogingen van Douwe Egberts om de internationale koffiemarkt op te gaan. Ramzy – geboren in Egypte, man van de wereld – zag wel wat in het onderwerp en besloot zijn tanden erin te zetten. Dagenlang deed hij in de bibliotheek onderzoek naar het wezen van koffie. De hamvraag: hoe sloeg hij een brug tussen het Hollandse bakkie troost en de opwindende drank die koffie in veel andere landen was? Tot hij stuitte op een tekst van de achttiende-eeuwse Franse diplomaat Talleyrand:

    Zo heet als de hel,
    zo zwart als de duivel,
    zo zuiver als een engel en
    zo zoet als de liefde.
    Zo moet koffie zijn.

    Hier was zijn verhaal, besefte Ashraf, die filmwetenschap had gestudeerd en was afgestudeerd op de narratologie van de Hollywoodfilm. Geïnspireerd begon hij te schrijven aan een paper dat ‘The Soul of Coffee’ zou gaan heten. Daarin benadrukte hij zowel het gezellige als het passievolle karakter van koffie. Een jaar later introduceerde Douwe Egberts Cafuego, een koffiemerk gebaseerd op zijn verhaal. (PS4)

    En: zag je het voor je? Die jongeman, in het donker van de bibliotheek, diep weggedoken achter slordige stapels vergeelde boeken, een papieren bekertje met een restje opgedroogde koffie op de hoek van zijn tafel? Dat is de kracht van verhalen vertellen. Wij kunnen ons dingen voorstellen die we niet zelf hebben meegemaakt en dan het gevoel hebben dat we erbij waren, dat we het gezien hebben, dat we deel waren van het verhaal. Door SDT in te zetten binnen je corporate story, kun je mensen meeslepen in het verhaal van jouw bedrijf of organisatie. Daardoor bouw je band op en dat leidt weer tot consumententrouw.

  • De productpresentatie
    Stel, je moet als communicatiemedewerker een nieuw product presenteren. Laten we zeggen: een ‘flavour halogen oven’. Je kunt een gortdroog overzicht geven in een standaardpowerpoint van de eigenschappen van de mini-oven. Of… Of je neemt afbeeldingen op van iemand die de oven gebruikt en laat zien hoe makkelijk deze in gebruik is en dat hij een zelfreinigende stand heeft, zodat je noooooit meer met een pijnlijke rug giftige gassen in hoeft te ademen tijdens het schoonmaken. Terwijl je de afbeeldingen laat zien, vertel je een gebruikersverhaal dat de afbeeldingen ondersteunt.

Meer lezen?

  • Bradley, A. (2011): De kunst van het liegen, Een Flavia de Luce roman. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff B.V..
  • Burger, P. & Jong, J. De (2002): Handboek Stijl, Adviezen voor aantrekkelijk schrijven.  Den Haag: Sdu Uitgevers. Pp. 61-74.

PS1 Het antwoord op vraag 1 is iets in de trant van ‘een (eng/naargeestig) verwaarloosd gebouw’. Het antwoord op vraag 2 is dat je graag wilt weten wat zich binnen in het gebouw bevindt, dat je wilt kunnen zien wat er zich achter de blinde ramen bevindt.

PS2 Dat gaat om de volgende stukjes tekst:

  • Het was een vierkant gebouwtje, met bakstenen muren voor de begane grond en hout voor de bovenverdieping.
  • De ramen waren bedekt met een ondoorschijnende laag die getuigde van (verwaarlozing à expliciet!) en spinnenwebben
  • De deur was ooit geverfd geweest, maar de verf was afgebladderd. Het kale grijze hout was net zo verweerd als dat van de bovenverdieping.
  • de dunne houtjes van het met klimop begroeide latwerk
  • Een gammele ladder leunde vermoeid tegen een muur
  • een verzakte schutting

PS3 Bradley mikt vooral op het zintuig ‘ogen’, dat wat je ziet dus. De andere zintuigen komen niet aan bod in deze stukjes.

PS4 Dit fragment komt uit het artikel ‘Er was eens…’ (geen auteur) uit het blad ‘Communicatie’ (mei 2013).

PS5 Wat zat er nu eigenlijk in dat huis? Het gebouw doet dienst als opslagruimte voor vreemde voorwerpen: gebeeldhouwde kasten, haardijzers, Perzische tapijten, opgezette dieren… Weten welk gruwelijk mysterie Flavia oplost? Lees dan ‘De kunst van het liegen’. Veel plezier!


Stunteldiplomatie of meesterzet

Over framing, kangoeroewoningen en plofkippen

Stel. Er is een raket met een nucleaire bom op Nederland afgevuurd. Naar verwachting zullen 1 miljoen mensen sterven in het gebied waar de bom ontploft. De minister van Veiligheid en Justitie heeft een mogelijkheid bedacht om de schade te beperken. Jij zit in de Tweede Kamer en moet meebeslissen. Stel dat de overheid het volgende voorstel presenteert. Ga je akkoord?

“We beïnvloeden de koers van de raket zodanig, dat deze in een dunbevolkt natuurgebied landt. Daarmee redden we 500.000 mensenlevens.”

Dezelfde situatie. Een ander voorstel. Ga je akkoord?

“We beïnvloeden de koers van de raket zodanig, dat deze neerstort in een uniek natuurgebied. Een half miljoen mensen zal sterven.”

De hamvraag
Het is dinsdagavond half acht en ik kijk met een half oog naar DWDD. Matthijs bespreekt de persconferentie in Londen van een dag eerder, waar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, een opvallende uitspraak deed over de mogelijke Amerikaanse aanval op Syrië. Op de vraag wat de regering van Assad nog kan doen om een aanval te stoppen, antwoordt Kerry dat een aanval kan worden afgewend als Syrië zijn chemische wapens overdraagt. De hamvraag waar Matthijs en zijn tafelheren zich over buigen: is dit stunteldiplomatie, of een meesterzet?

Wat veel kijkers niet merken, is dat Matthijs met de woorden waarmee hij zijn vraag stelt de manier beïnvloedt waarop wij kijkers de wereld zien. Hij heeft het niet zomaar over ‘een uitspraak’ van Kerry, hij laat ons ook geen keuze tussen ‘bewuste verspreking’ en ‘onbewuste verspreking’, nee, hij plaatst – samen met tafelheren Prem en Sjoerd – de uitspraak van Kerry direct in een bepaald kader: het was ‘een politieke meesterzet’, ‘een briljant meesterstukje’, ‘politiek van het allerhoogste, allerslimste, allergeraffineerdste niveau’. Of: het was ‘een blunder die goed uitpakt’, ‘toeval’, ‘misschien niet al te slim’, ‘gewoon een blunder’. Wat de heren hier doen heet framen.

 Framen is het gebruiken van beeldende taal om iemand ergens van te overtuigen. Je ziet dit niet alleen gebeuren in de vraag van Matthijs, maar ook in het voorstel van de minister om de bom aan te pakken. Beide opties presenteren dezelfde aanpak. Door de wijze waarop het voorstel geformuleerd is, ben je echter geneigd om bij het eerste voorstel (‘dunbevolkt’, ‘landen’, ‘mensenlevens redden’) akkoord te geven en bij het tweede voorstel (‘uniek natuurgebied’, ‘neerstorten’, ‘sterven’) niet. Taal beïnvloedt dus de manier waarop we naar de werkelijkheid kijken.

Frame of ik schiet!
In 2011 verscheen een artikel van twee onderzoekers van Stanford University. Bij een experiment kregen twee groepen de opdracht om de misdaadcijfers van een fictieve stad te bestuderen. Op basis van die cijfers beslisten zij vervolgens wat de overheid moest doen om de veiligheid te verhogen. De cijfers waren voor beide groepen precies hetzelfde, maar de introductie bij de opdracht verschilde: de ene groep las dat misdaad een roofdier is, sluipend door de straten, altijd klaar om toe te slaan. De andere groep las dat misdaad een virus is, dat steeds verder om zich heen grijpt.

Toen hen gevraagd werd naar hun advies voor de beste aanpak van de misdaadbestrijding, koos de eerste groep voor strengere handhaving. Voor hen was de misdaad een roofdier – en dus moet je op jacht. De tweede groep koos voor een harde aanpak van armoede en slecht onderwijs: wanneer misdaad een virus is, moet je immers de oorzaak aanpakken. Beide groepen kregen bovendien de vraag waarop zij hun keuze baseerden. Zij antwoordden hetzelfde: puur en alleen op de cijfers.

 Opa in de garage
Kortom: met taal kun je de werkelijkheid beïnvloeden, zonder dat je lezers of toehoorders dat in de gaten hebben. Je kijkt als het ware door een taalbril, zonder dat je zelf weet dat je die op hebt. Wanneer je framet, maak je bewust van deze wetenschap gebruik. Je gebruikt beeldende woorden die bepaalde gedachtepatronen oproepen, vaak met als doel de ideeën van de ander (de ‘tegenpartij’) in een slecht daglicht te stellen.

Een paar jaar geleden bijvoorbeeld stond een bepaald type zorgwoning in de publieke belangstelling: een bestaande woning kreeg dan een extra min of meer zelfstandige wooneenheid, waarin degene die zorg nodig had – meestal opa of oma – een eigen huishouden voerde. De overheid, voorstander van dit type woning, gebruikte voor deze omschrijving (te lang, te omslachtig) het begrip ‘kangoeroewoning’. Associaties: warmte, betrokkenheid, veiligheid, verzorging. In de pers kwam deze constructie terecht als ‘opa in de garage’. Associaties: wegmoffelen, koud, armoedige huisvesting, weinig aandacht, nauwelijks zorg.

Framen voor de communicatieprofessional: 3 voorzetjes
Framing gaat dus om het beïnvloeden van (de houding van) mensen door gebruik te maken van beeldende taal. Daar kun je als communicatieprofessional goed je voordeel mee doen. Drie voorzetjes.

1.   Gebruik framing om aandacht te vermijden
Stel je werkt als woordvoerder voor familiepretpark Walibi. Je wordt geconfronteerd met een drama: een tienjarig meisje is dusdanig gewond geraakt in de wildwaterbaan El Rio Grande, dat haar voet in het ziekenhuis moet worden afgezet. In je persbericht kun je het hebben over ‘het slachtoffertje’, wiens voet ‘geamputeerd moest worden’ na ‘een dramatisch ongeluk’. De koppen in de media kun je voorspellen…

Of je framet het verhaal met verhullende taal: ‘Tot onze grote spijt heeft het medisch team de voet van het meisje niet kunnen redden.’ En: ‘het incident op dinsdag 23 juli’. Je verstrekt dezelfde informatie, maar door je woordkeuze te veranderen, verander je ook de manier waarop lezers de werkelijkheid waarnemen. Hierdoor kun je ongewenste of negatieve aandacht vermijden.

Het complete geframede persbericht lezen? Kijk dan hier

2.   Gebruik framing om aandacht te trekken
Met framing activeer je bepaalde bestaande gedachtepatronen bij je lezers. Bij voorkeur zijn die patronen natuurlijk positief als het om jouw bedrijf, product, dienst of politieke programma gaat. En negatief wanneer het je concurrent of tegenstander betreft. Bovendien zoek je naar een beeld dat aanspreekt, blijft hangen en makkelijk door anderen (je doelgroep, de media) herhaald kan worden. Hier kan framing je helpen.

Stel: je werkt als communicatiemedewerker voor Spotify. Je kunt jezelf natuurlijk een ‘streamingdienst’ noemen. Nadeel: dat zie je niet voor je. En: dat heeft geen positieve of negatieve associaties… Wat wil je dat mensen voor zich zien als ze het over jouw dienst hebben? Welke gedachtepatronen, welke associaties wil je triggeren? In dit geval zijn dat bijvoorbeeld ‘online’, ‘internet’, ‘ruime keuze’, ‘persoonlijke selectie’, ‘gezelligheid’, ‘samen van muziek genieten’, ‘onbekende artiesten ontdekken’. Als frame kun je dan denken aan een woord als ‘internetjukebox’. Dat geeft al deze positieve associaties, is beeldend, spreekt daardoor aan, blijft hangen en kan gemakkelijk herhaald worden. Bovendien pak je ook gelijk de wat oudere doelgroep mee.

 3.   Gebruik framing om het oordeel van mensen te beïnvloeden
Stel, je werkt bij de consumentenservice van het hoofdkantoor van AH. Jouw afdeling verkeert in zwaar weer sinds de campagne van Wakker Dier over de plofkip, waardoor AH veel negatieve publiciteit heeft gekregen. Niet alleen de pers hangt regelmatig aan de lijn, ook bezorgde klanten bellen veelvuldig met vragen over of plofkip werkelijk zo slecht is en waarom AH die dan toch blijft verkopen.

Hoe ga je hiermee om? Het frame van Wakker Dier is duidelijk – het woord plofkip met alle beeldende taal die daarbij hoort:

–       “Volgens wetenschappers is het welzijn van deze dieren beneden de maat

–       “De plofkip is ontstaan door jarenlang doorfokken op steeds goedkoper vlees. In 6 weken tijd wordt een kuikentje van 50 gram vetgemest tot een vleeshomp van ruim 2 kilo. Deze snelle groei zorgt voor veel welzijnsproblemen.”

–       “Daar komt nog bij dat de dieren met 20 anderen op een vierkante meter in een dichte stal wonen.”

–       “Deze nieuwe kip mag bovendien maar 3 dagen langer leven dan de huidige plofkip en krijgt vanaf uiterlijk 2015 slechts een handje stro en een smartphone meer aan ruimte. De supermarkten spreken over de ‘Kip van Morgen’; Wakker Dier is zeer teleurgesteld over de armzalige verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn en spreekt over ‘plofkip in flauwekulsaus’.”

Wakker Dier zet duidelijk in op een dierenwelzijnsframe. Krijg je als AH-medewerker een vraag over de plofkip, dan is het verleidelijk om je te gaan verdedigen. Nee hoor, die kip heeft het helemaal niet slecht, Wakker Dier overdrijft, we bieden die dieren heus een dierwaardig bestaan. Doe je dat, dan stap je automatisch in het frame van Wakker Dier – en speel je dus een uitwedstrijd. Bovendien krijgt het frame van Wakker Dier gratis ‘zendtijd’. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij deze reactie van een AH-woordvoerder op vragen van RTL Nieuws over hoe je de plofkip kunt herkennen: “Alleen sommige topkoks zeggen dat je het verschil kunt proeven. Er komt wel wat meer water uit een plofkip.”

Slimmer is het om te kiezen voor je eigen frame: zo verander je het speelveld en heb je kans op een thuiswedstrijd – namelijk wanneer je tegenstander (in dit geval Wakker Dier) in jouw frame stapt. Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) laat dit zien in hetzelfde stuk van RTL Nieuws. “”Wakker Dier focust op het dierenwelzijn”, vertelt Liselotte Hamelink van het CBL. “Wij zeggen dat er een balans moet zijn tussen de belangen van het milieu, het dierenwelzijn en de gezondheid”. Ook moet het voor de consument betaalbaar zijn.”

CBL voegt hiermee aan het dierenwelzijnsframe van Wakker Dier drie nieuwe, eigen frames toe: milieu, gezondheid en toegankelijkheid. Wil Wakker Dier hierop reageren, dan zal de stichting in ieder geval iets met deze drie nieuwe frames moeten doen. Je kunt immers niet zeggen: we interesseren ons alleen voor dierenwelzijn, niet voor milieu en gezondheid. Door die nieuwe frames te introduceren, activeer je bovendien nieuwe gedachtepatronen bij je publiek – dat daarmee de mogelijkheid heeft om zijn oordeel bij te stellen.

Kortom: framing kun je inzetten om onbewuste gedachtepatronen op te roepen bij je publiek. Daarmee kun je aandacht afstoten of juist aantrekken, of het oordeel van mensen beïnvloeden. Het gaat dus beslist niet alleen om wat je inhoudelijk zegt, maar vooral ook om wat je publiek hoort. En daar kun je gebruik van maken. Veel plezier met framen!

Meer weten over framing?

  • Over framing binnen de politiek: Hans de Bruijn: ‘Framing, over de macht van taal in de politiek.’
  • Communicatieadviesbureau Hendrikx van der Spek heeft een gloednieuwe en inspirerende training waarin je leert framen. Deze blogpost werd mede mogelijk gemaakt door de zomerworkshop Framing waaraan Marjolein deze zomer heeft deelgenomen!

3-2-1 GO

Bijna september. Bijna tijd voor een nieuw collegejaar op de opleiding Communicatie. Bijna. Tweehonderd eerstejaars staan in de startblokken om klaargestoomd te worden tot communicatieprofessional. Om eens te kijken hoe het ervoor staat met hun taalvaardigheid, starten we met een bliksemdictee.

Veertien taalvragen, in een hoog tempo. Let’s go.

1. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.hbo student

B.hbo-student

C.HBO student

D.HBO-student

 

2. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.HAVO’er

B.HAVO-er

C.havo’er

D.havoër

 

3. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.communicatie professional

B.communicatie proffesional

C.communicatieprofessional

D.communicatieproffesional

 

4. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.marketingcommunicatiestrategie

B.marketing-communicatiestrategie

C.marketing communicatiestrategie

D.marketing communicatie strategie

 

5. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik ga ervanuit dat…

B.Ik ga ervan uit dat…

C.Ik ga er vanuit dat…

D.Ik ga er van uit dat…

 

6. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik heb hem gewhatsappt.

B.Ik heb hem ge-whatsappd.

C.Ik heb hem gewhatsapp’t.

D.Ik heb hem gewhatsapped.

 

7. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.A4’tje

B.A4-tje

C.a4’tje

D.a4-tje

 

8. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.social media beleid

B.social media-beleid

C.social mediabeleid

D.socialmediabeleid

 

9. Wat is juist? Noteer A of B

A.Ik heb hen gevraagd de campagne beter uit te werken.

B.Ik heb hun gevraagd de campagne beter uit te werken.

 

10. Wat is juist? Noteer A of B

A.De minister wil het nieuwe beleid per direct invoeren.

B.De minister wilt het nieuwe beleid per direct invoeren.

 

11. Wat is juist? Noteer A of B

A.Zo’n 80% van de bedrijven heeft de jaarcijfers bekendgemaakt.

B.Zo’n 80% van de bedrijven hebben de jaarcijfers bekendgemaakt.

 

12. Wat is juist? Noteer A of B

A.Het bestuur heeft haar plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

B.Het bestuur heeft zijn plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

 

13. Wat is juist? Noteer A of B

 A.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar ze bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedachten.

B.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar het bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedacht.

 

14. Hoeveel broers heb ik? Noteer A, B of C

Mijn broer die in Amsterdam woont, komt op bezoek.

A.1

B.Meer dan 1

C.Dat kun je niet weten

Oke, dat was zwoegen. En dan nu… de goede antwoorden. Met uitleg, handige (en betrouwbare!) sites en een gratis taal-app!

 

1. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.hbo student

B.hbo-student

C.HBO student

D.HBO-student

Hoezo dan?

‘hbo’ krijgt kleine letters, omdat het gaat om een opleidingssoort (net als bijvoorbeeld mbo, lts, havo). De hele combinatie ‘hbo-student’ noemen we Wanneer de opleiding een deel van een samenstelling is, dan schrijf je een streepje (koppelteken) tussen de afkorting en de rest. Kijk voor een uitgebreidere uitleg over samenstellingen onder vraag 3.

Heb je moeite met je taalverzorging? Download dan de gratis app van Onze Taal. Hun of hen, dan of als, d of t, er( )van( )uit, zijn/haar, (punt)komma’s, balen als een stekker: de experts van het Genootschap Onze Taal adviseren elke dag over correct taalgebruik en weten alles van spelling, grammatica, leestekens en de herkomst van woorden en uitdrukkingen. De taaladviezen van www.onzetaal.nl zijn nu te bekijken via een gratis app voor smartphones en tablets met iOS (iPhone en iPad) en Android als besturingssysteem. Ga naar http://www.onzetaal.nl/app en grijp je kans!

 

2.   Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.HAVO’er

B.HAVO-er

C.havo’er

D.havoër

 Ja daaaaaag. Dat ziet er niet uit.

 Helaas, toch is dit de juiste spelling… Je vindt een goede en betrouwbare uitleg op http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1300/ . (bonustip: sla deze site direct op in je favorieten)

 

3. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

 A.communicatie professional

B.communicatie proffesional

C.communicatieprofessional

D.communicatieproffesional

Aan elkaar dus. Hoezo dat dan?

In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, of om te voorkomen dat twee klinkers (a, e, i, o, u) op elkaar botsen kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

 

4. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.marketingcommunicatiestrategie

B.marketing-communicatiestrategie

C.marketing communicatiestrategie

D.marketing communicatie strategie

O, deze snap ik. Die is hetzelfde als hierboven…

Klopt!

 

5. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik ga ervanuit dat…

B.Ik ga ervan uit dat…

C.Ik ga er vanuit dat…

D.Ik ga er van uit dat…

Stik, dat is toch niet logisch?

 Misschien eerst niet, voor je gevoel. Maar als je eenmaal weet hoe het in elkaar zit, snap je de logica erachter. In zinnen zoals deze kijk ik zelf altijd eerst wat het grondwoord is, het hele werkwoord. Dat is in dit geval ‘uitgaan van’ (kun je snel controleren via www.woordenlijst.org, ook een fijne en betrouwbare site om op te slaan). ‘Uitgaan’ is dus 1 woord, de delen ‘uit’ en ‘gaan’ horen bij elkaar. Ze zijn als het ware getrouwd en zitten ’s avonds samen op de bank.

Als de woorden nu los van elkaar op stap gaan, zoals in de zin ‘Ik ga ervan uit’, dan blijven ze elkaar trouw: ze gaan dus niet aan andere woorden vastplakken. De woordjes ‘er’ en ‘van’ in deze zin zijn single, dus als die in een zin op stap gaan, gaan ze elkaar opzoeken (en aan elkaar vastplakken, zoals veel singles in de kroeg).  Zo krijg je dus ‘Ik ga (los, want is al getrouwd) ervan (aan elkaar, want 2 singles) uit (los, want is al getrouwd).

Een fijn overzicht van een aantal vaak voorkomende combinaties vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/ervanuitgaan

 

6. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.Ik heb hem gewhatsappt.

B.Ik heb hem ge-whatsappd.

C.Ik heb hem gewhatsapp’t.

D.Ik heb hem gewhatsapped.

 Hee, dan gaat eigenlijk net zoals een Nederlands werkwoord. Toch? Voltooid deelwoord krijgt stam + t, omdat de laatste letter van de stam in ’t ex-kofschip zit.

Helemaal goed! Engelse werkwoorden passen zich aan aan het Nederlands als je ze vervoegt. Geen extra, lastige, of ongewikkelde spellingsregels dus. Jieeeeehaaaa! Denk er wel aan dat je naast ’t ex-kofschip te maken krijgt met de extra Engelse sis-klanken (sj /tsj, zoals je bijvoorbeeld hoort aan het eind van de woorden push en stretch).

Een superhandige lijst van Engelse werkwoorden met hun Nederlandse vervoeging vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/engelse-werkwoorden#A .

Eindeloos oefenen met (Engelse) werkwoordspelling? Ga dan naar http://www.jufmelis.nl/werkwoordspelling .

 

7. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.A4’tje

B.A4-tje

C.a4’tje

D.a4-tje

Huh?

Kijk voor een snelle, duidelijke uitleg op http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/6/

 

8. Wat is juist? Noteer A, B, C of D

A.social media beleid

B.social media-beleid

C.social mediabeleid

D.socialmediabeleid

Deze weet ik nu ook! Dat is dezelfde regel als bij 3 en 4.

 Kijk, dat is de ware communicatieprofessional.

 

9. Wat is juist? Noteer A of B

A.Ik heb hen gevraagd de campagne beter uit te werken.

B.Ik heb hun gevraagd de campagne beter uit te werken.

O, ik wist niet eens dat er een verschil was. Maakt het uit dan?

Ja, dat maakt uit. Als je dit één keer goed weet, doe je het nooit meer fout. De standaarduitleg van de regel vind je op http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/hun-hen .

De meeste mensen onthouden vrij snel dat ze na een voorzetsel ‘hen’ moeten gebruiken. Om te onthouden wat er bij het lijdend en meewerkend voorwerp hoort, gebruik ik zelf het volgende ezelsbruggetje (anders vergeet ik het ook steeds…):

Lijdend voorwerp –> hen

Meewerkend voorwerp –> hun

De ‘l’ van lijdend voorwerp komt eerder in het alfabet dan de ‘m’ van meewerkend voorwerp. De ‘e’ van ‘hen’ komt ook eerder in het alfabet dan de ‘u’ van ‘hun’. Zo kun je makkelijk onthouden wat bij elkaar hoort: ‘l’ komt eerst, ‘e’ ook, dus als lijdend voorwerp krijg je ‘hen’. Idem voor meewerkend voorwerp en ‘hun’.

 

10. Wat is juist? Noteer A of B

A.De minister wil het nieuwe beleid per direct invoeren.

B.De minister wilt het nieuwe beleid per direct invoeren.

 Volgens mij staat hier het verkeerde goede antwoord. Bij werkwoorden in de tegenwoordige tijd is het stam + t, dus wilT.

Eh… Hoe breng ik dit vriendelijk? Nee. Dat is helaas echt niet goed. Die regel gaat op voor zwakke werkwoorden (die werkwoorden die zich in het Nederlands braaf aan de regels houden). ‘Willen’ is een sterk werkwoord (eentje dat zijn eigen wil heeft en zich niet aan de regels houdt). Bij ‘willen’ is de hij-vorm (derde persoon enkelvoud) dezelfde als die voor de ik-vorm (de eerste persoon enkelvoud). ‘Hij wil’ dus, net als ‘ik wil’.

 

11. Wat is juist? Noteer A of B

 A.Zo’n 80% van de bedrijven heeft de jaarcijfers bekendgemaakt.

B.Zo’n 80% van de bedrijven hebben de jaarcijfers bekendgemaakt.

Heeft? Maar ‘bedrijven’ is toch meervoud?

‘Bedrijven’ is inderdaad een meervoud. Alleen is ‘bedrijven’ hier niet de kern van de woordgroep die het onderwerp vormt. Het onderwerp bestaat in deze zin uit ‘Zo’n 80% van de bedrijven’. De kern van deze woordgroep is ‘zo’n 80%’. Als je dat eenmaal ziet, dan hoor je ook dat je een enkelvoud nodig hebt: ‘Zo’n 80% danst, loopt, springt, fietst dagelijks naar huis.’ Geen ‘hebben’ dus, maar ‘heeft’.

 

12. Wat is juist? Noteer A of B

A.Het bestuur heeft haar plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

B.Het bestuur heeft zijn plannen in de nieuwsbrief gepubliceerd.

 Maar dat klinkt lelijk!

Helaas is dat geen criterium om te bepalen of je ‘zijn’ of ‘haar’ moet gebruiken. In deze zin verwijs je met ‘zijn’ naar ‘het bestuur’. Als een woord onzijdig is (het-woorden), verwijs je met ‘zijn’ (of ‘dit’/’dat’/’het’, afhankelijk van de zinsbouw).

 

13. Wat is juist? Noteer A of B

 A.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar ze bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedachten.

 B.Reclamebureau Being There werkt onder meer voor Unox, waar het bijvoorbeeld de nieuwsjaarsduik voor bedacht.

Hoezo?

‘Reclamebureau’ is enkelvoud. Dat hoor je als je er een werkwoord achter zet: het reclamebureau springt, danst, lacht. Je hoort niet: springen, dansen, lachen. In het eerste deel van zin hierboven doet de schrijver dat goed: ‘Reclamebureau Being There werkt…’. In het tweede deel van de zin gaat het mis. Daar gaat het nog steeds over het reclamebureau, maar hier gebruikt de schrijver ineens een meervoud: ‘ze … bedachten’. We noemen dat incongruentie.

Incongruwattes?

Incongruentie. Dat wil zeggen dat onderwerp en persoonsvorm niet matchen qua hoeveelheid. Bijvoorbeeld ‘de auto (onderwerp = enkelvoud) rijden (persoonsvorm = meervoud)’ en ‘de auto’s (onderwerp = meervoud) rijdt (persoonsvorm = enkelvoud)’. Vandaar dat het goede antwoord B is: ‘Het (reclamebureau) bedacht’.

 

14. Wat is juist? Noteer A, B of C

Mijn broer die in Amsterdam woont, komt op bezoek.

A.1

B.Meer dan 1

C.Dat kun je niet weten

Maar er staat toch nergens hoeveel broers je hebt? Dus dat kun je toch niet weten?

 Lees de zin eens hardop voor jezelf voor.

Nu lees je dezelfde zin nog een keer hardop, maar dan met een komma na ‘broer’. Dat wordt dus:

Mijn broer, die in Amsterdam woont, komt op bezoek.

Hoor je dat er verschil in betekenis onstaat? Of je wel of niet een komma plaatst, verandert de betekenis van de zin. Staat er een komma na broer, dan drukt de zin uit dat je broer (je enige broer), die toevallig in Amsterdam woont, langskomt. Staat er geen komma na broer, dan drukt de zin uit dat je broer (een van je broers) langskomt en dat het daarbij specifiek gaat om de broer die in Amsterdam woont. De zin ZONDER komma noem je een beperkende bijvoeglijke bijzin. De zin MET komma noem je een uitbreidende bijvoeglijke bijzin.

 

 

 

Dat hoge doel kan ook wel even wachten

blog 12Opruimen en zwemmen
dat is alles wat er moet vandaag.

Ik ga geen beroep doen op de vriendschap –
die hoeft mij niet te zien om er te zijn.

Dat ga ik vandaag geloven.

Dat hoge doel kan ook wel even wachten.
Hoge doelen staan bekend om hun geduld.

Ik hoef vandaag niet op een dak te zingen,
Geen ongevraagde engel van de stad te zijn.

Ik ga wat aan mijn moeder denken
hoeveel zij houdt van mij.

Dat ga ik vandaag geloven.

Ik weet dat er een hond is
met oren als omgevouwen beukenbladeren.

Ik weet dat er een gans is
met een hals als de stam van een oude eik -in een van de gaatjes in zijn snavel zat een pluisje.

Ergens ligt een witte pauw op een veld vol madeliefjes.
Ergens bloedt een zon leeg.

Ik hoef het niet te zien vandaag.

Uit: Tjitske Jansen, Het moest maar eens gaan sneeuwen. Podium, 12e druk.

Marjolein gaat genieten van de zomer. Dat hoge doel kan ook wel even wachten. Tot 25 augustus!

 

Over schoonmoeders, wildplassers en rondzwevende bierflesjes

Zaterdagavond, karaokeavond in buurtcafé Mijn schoonmoeder in de sprankelende gemeente Leerum. De ene na de andere oer-Hollandse hit knalt uit de speakers. Het is warm binnen en veel cafégangers zoeken met een biertje buiten op straat tijdelijk verkoeling. Daar gaat het feest vrolijk verder: luide stemmen, brekend glaswerk, voortuinen worden gebruikt als instant urinoir. Kortom: reuzeleuk voor de cafébezoekers, niet zo reuzeleuk voor de omwonenden…

Buurtbewoners protesteren: ‘Ik kan mezelf niet meer horen denken, laat staan mijn tv verstaan…’ ‘Bierflesjes in mijn portiek, urine tussen mijn prijswinnende dahlia’s… Dit kan zo niet!’ Burgemeester en gemeente grijpen in. In overleg met Koos Bonte, uitbater van het café, komen zij tot maatregelen die de overlast moeten terugdringen.

Dit was de casus die 110 eerstejaarsstudenten Communicatie moesten uitwerken. Binnen de beroepsvaardigheid ‘zakelijk corresponderen’ vroegen we hun om in een tentamensetting in 300 woorden een zakelijke brief op te stellen namens de burgemeester (studentvarianten: ‘burgermeester’ en ‘burgersmeester’). In die brief aan omwonenden zetten zij de getroffen maatregelen (studentvarianten: ‘maatregels’ en ‘maatregelingen’) op een rijtje.

Hieronder vind je de fraaiste uitglijders uit zes klassen.

–       ‘Om het geluidsniveau te controleren wordt er een meetinstrument geplaatst in Mijn
schoonmoeder.’

–       ‘De uitbuiter van buurtcafé Mijn schoonmoeder is naar mij toegekomen […]’

–       De gemeente heeft een onderlinge regeling getroffen met de politie.’

–       ‘We pakken wildplassers voortaan rechtstreeks aan.’

–       ‘Ik wens u een overlast vrije tijd tegemoet.’

–       ‘Er komt een vaste medewerker bij de deur om glaswerk binnen en wildplassers
buiten te houden.’

–       ‘Het andere punt betreft de dronken cafégangers die glaswerk en urine lozen op
daarvoor niet bestemde plaatsen.’

–       ‘Wildplassers worden weggestuurd uit het plaatsje Leerum.’

–       ‘Het is de taak van de gemeente om burgers tegen loszwevende bierflesjes te
beschermen.’

–       ‘Wij hopen samen met u de stank te verdrijven.’

–       ‘Bezoekers die ervoor kiezen op straat hun behoefte te doen, worden
aangesproken.’

–       ‘Wij hopen u te treffen met deze maatregelen.’

–       ‘Mocht u nog vragen hebben, schuwd u zich dan niet om contact met ons op te
nemen.’

–       ‘Wildplassen is niet meer toegestaan buiten het café.’

–       ‘wilplassers’

 

 

Over een eigennaam in een samenstelling

Heb je een Donald Duckabonnement? Of een Donald Duck-abonnement? Of toch een Donald Duck abonnement?

Even snel testen: wat is goed?

1A Postbus 51 campagne

1B Postbus-51-campagne

1C Postbus-51 campagne

1D Postbus 51-campagne

 

2A Twitteraccount

2B Twitter account

2C Twitter-account

 

3A Albert Heijn filiaal

3B Albert Heijnfiliaal

3C Albert-Heijnfiliaal

3D Albertheijnfiliaal

 

4A H&M-medewerker

4B H&M medewerker

 

5A Circus Renz Berlinvoorstelling

5B Circus-Renz-Berlin-voorstelling

5C Circus-Renz-Berlinvoorstelling

En? En? En? Hoeveel heb ik er goed?

 Kijk snel onderaan in de PS, dan weet je het…

Oke, ik heb de antwoorden gezien. Ik geef het op – Nederlands is gewoon geen logische taal…

Eigenlijk is het precies het tegenovergestelde: het Nederlands is (in dit geval) juist wel heel logisch.

Zucht. Hoezo dan? (En weet dat ik me hiertegen ga verzetten…)

 In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, of om te voorkomen dat twee klinkers (a, e, i, o, u) op elkaar botsen kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

Maar wat heeft dat te maken met dat testje aan het begin? Het is toch niet ‘de Twitter’ of ‘de Postbus 51’…

Klopt. In het testje hierboven is sprake van een bijzonder soort samenstelling, namelijk een samenstelling met een eigennaam. Met een eigennaam geef je een specifieke persoon aan (‘Marjolein’) of een specifiek ding (‘H&M’, ‘Twitter’, ‘Circus Renz Berlin’). Als die eigennaam iets zegt over een zelfstandig naamwoord, spel je die eigennaam aan dat woord vast.

In veruit de meeste gevallen geeft de eigennaam aan van wie of van wat het zelfstandig naamwoord is:

–       Postbus 51-campagne –> een campagne van Postbus 51

–       Twitter-account/Twitteraccount –> een account van Twitter

–       Albert Heijnfiliaal –> een filiaal van Albert Heijn

–       H&M-medewerker –> een medewerker van H&M

–       Circus Renz Berlinvoorstelling –> een voorstelling van Circus Renz Berlin

Dan snap ik ‘Twitteraccount’. Maar de rest dan?

 Iedereen heeft er recht op zijn eigen naam zo te spellen zoals hij wil. ‘Marjolein’ of ‘Marjolijn’, dat mag je zelf kiezen (of dat mochten je ouders in ieder geval).

–       ‘Albert Heijn’ heeft ervoor gekozen de bedrijfsnaam met een spatie ertussen te spellen. Dat respecteren we in de samenstelling. Het wordt dus ‘Albert Heijnfiliaal’. Hetzelfde geldt voor ‘Circus Renz Berlin’.

–       Ook voor ‘Postbus 51’ geldt hetzelfde principe. Door die ‘51’ (een getal) aan het einde kun je het tweede deel van de samenstelling (campagne) echter niet rechtstreeks aan het woord vast spellen. Om te laten zien dat de woorden bij elkaar horen, gebruik je een koppelteken. Het wordt dus ‘Postbus 51-campagne’.

–       ‘Hennes & Mauritz’ kiest ervoor de bedrijfsnaam met hoofdletters te spellen wanneer we de naam afkorten. Dat respecteren we dus in de samenstelling. Net als bij ‘Postbus 51’ kun je de afkorting niet rechtstreeks aan het tweede deel van de samenstelling (‘medewerker’) schrijven. Ook hier zetten we dus een koppelteken in: ‘H&M-medewerker’.

En hoezo mag het dan ook ‘Twitter-account’ zijn?

Voor veel bedrijven is de herkenbaarheid van hun naam belangrijk. Die naam is bijna een soort logo, hij roept een directe herkenning op bij de lezer. Vandaar dat veel bedrijven ervoor kiezen om in een samenstelling achter hun naam en koppelteken te plaatsen. Daarmee zet je de bedrijfsnaam apart en vergroot je de herkenbaarheid.

Dat mag, maar het hoeft niet. Kijk in geval van twijfel altijd op de website van het bedrijf: wat staat daar? Zo heeft Twitter het over ‘Twitteractiviteiten’ (de eigennaam volledig vast aan het tweede deel van de samenstelling) en heeft Facebook het over ‘Facebook-advertentieaccount’ (de eigennaam met een koppelteken aan het tweede deel van de samenstelling).

En als ik meer wil lezen?

PS Wat zijn de goede antwoorden?

1D, 2A en C, 3B, 4A, 5A

PS2 Je hebt dus een Donald Duckabonnement OF een Donald Duck-abonnement. Kijk snel op de site of Donald goed spelt…