Over ambachtelijk taalgebruik en de inhoudt van beleidt

Juli 2013. Studenten uit het tweede jaar Communicatie zuchten en steunen, puffen en blazen, hijgen en zwoegen. Tentamenweek is niet makkelijk als het buiten warm is en je al met anderhalf been in de vakantie staat. En het wordt er ook niet makkelijker op als je tentamen hebt van half zeven tot half negen ’s avonds. Het ergste wat ze je dan nog aan kunnen doen, is dat je voor dat tentamen een gruwelijke beleidstekst van acht kantjes moet ‘vertalen’ naar normalemensentaal.

De beleidstekst is er eentje van de gemeente Amsterdam: een voorstel voor een aangepast shortstay-beleid. Sorry – shortstay? Dat is een vorm van verblijven in Amsterdam, waarbij je langer dan vijf nachten en korter dan zes maanden in een zelfstandige woning vertoeft. Studenten kregen de opdracht dit beleid toe te lichten in een burgerbrief aan potentiële shortstay-aanbieders.

Dit zijn de fraaiste zeker-goed-bedoelde-maar-net-niet-goed-uitgepakte-zinnen uit meer dan honderd brieven:

–       ‘Shortstay zet de gastvrijheid van Amsterdam goed op de kaard.’

–       ‘Daarom is handhaving gericht op illegale deelname aan het beleid.’

–       ‘Het doel is om beleidt te creëren…’

–       Het beleid wordt gexeëcuteerd door de gemeente.’

–       ‘Misschien heeft u moeite met het ambachtelijke taalgebruik van de beleidsnota.’ (bedoeld: ‘ambtelijke’)

–       De gastvrijheid van Amsterdam staat in een hoge vaandel.’

–       ‘De inhoudt van deze brief…’

–       ‘Het gaat om de intensie van de verhuurder.’

–       ‘Het is verplicht een vergunning te hebben. Heeft u die niet, dan kan dat opgemerkt worden.’

–       ‘Wanneer een persoon zich voordoet als huurder…’

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *