So You Think You Can Spell?

Als communicatiestudent aan Hogeschool Leiden word je opgeleid tot taalexpert. Dat betekent ein-de-lo-ze aandacht voor spelling, stijl en interpunctie. Deze week starten de eerstejaars met een gloednieuw vak: Redigeren. Op maandagochtend van week 1 zitten studenten nog niet goed en wel in het lokaal, of ze worden op pad gestuurd: zoek de tien spellingsopdrachten die over de tweede verdieping verspreid hangen en maak steeds de juiste keuze.

Weten hoe jij ervoor staat? Speur en spel mee!

 1. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A.HBO’er
B.HBO-er
C.hbo’er
D.hboër
2. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. zwarte pieten discussie
B. Zwarte Pietendiscussie
C. zwartepietendiscussie
D. Zwarte-Pietendiscussie

3. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een kop capucino
B. een kop cappucino
C. een kop capuccino
D. een kop cappuccino

4. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een tweedehands boek
B. een tweede-hands boek
C. een tweedehandsboek
D. een tweede-handsboek

5. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. ik heb hem gesmst
B. ik heb hem ge-smst
C. ik heb hem ge-sms’t
D. ik heb hem ge-sms-t

6. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. social mediacampagne
B. social-mediacampagne
C. social media campagne
D. socialmediacampagne

7. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. Donald Duck abonnement
B. Donald Duck abbonnement
C. Donald Duck-abonnement
D. Donald Duck-abbonnement

8. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. mond-tot-mondreclame
B. mond tot mondreclame
C. mond-tot-mond reclame
D. mond tot mond-reclame

9. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een drankje boordevol vitamines
B. een drankje boordenvol vitamines
C. een drankje bordevol vitamines
D. een drankje bordenvol vitamines

10. Wat is goed? Kies A of B

 A. In deze oefening word je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

B. In deze oefening wordt je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

 

So, you think you can spell? Check het meteen!

 1. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A.HBO’er
B.HBO-er
C.hbo’er
D.hboër

Hè? Moet het niet D zijn? Net als in ‘havoër’?

Helaas: nee (hoewel je wel bonuspunten scoort met dat ‘havoër’). ‘hbo’ is een initiaalwoord. Dat wil zeggen dat je alle letters los van elkaar moet uitspreken: h-b-o. Als een woord een initiaalwoord is, dan is het net teflon; er blijft niets zomaar aan plakken. Wil je er iets aan vastmaken, zoals een achtervoegsel (het stukje ‘er’ in ‘hbo’er’), of wil je het onderdeel maken van een samenstelling (zoals in ‘hbo-student’), dan moet je daar een leesteken voor gebruiken. Bij een achtervoegsel gebruik je dan een apostrof (het hoge kommaatje). Vandaar dat het ‘hbo’er’ wordt.

‘Havoër’ daarentegen is een letterwoord: je kunt het woord in één keer uitspreken, zonder dat je alle letters los van elkaar moet uitspreken. Aan een letterwoord kun je wel rechtstreeks een achtervoegsel vastplakken (havo+er wordt havoer). Wel heb je een trema nodig om uitspraakverwarring te voorkomen: zo wordt ‘havoer’ ‘havoër’.

Weten waarom je geen hoofdletters gebruikt? Kijk dan op https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/gsm-gsm

2. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. zwarte pieten discussie
B. Zwarte Pietendiscussie
C. zwartepietendiscussie
D. Zwarte-Pietendiscussie

Maar… maar… maar… ‘Zwarte Piet’ schrijf je toch met twee hoofdletters? Dus dan moet het toch B zijn?

Eh… nee. Je schrijft ‘zwartepietendiscussie’ helemaal aan elkaar, zonder hoofdletters in ‘Zwarte Piet(en)’. Je gebruikt die hoofdletters wel als het gaat om de knecht van Sinterklaas (ook met hoofdletter). In ‘zwartepietendiscussie’ wordt de naam van Zwarte Piet echter gebruikt om verschillende personen aan te duiden die voor Zwarte Piet spelen. In dat geval schrijven we zwarte pieten met kleine letters. De benaming is dan een soortnaam. Een vergelijkbaar voorbeeld is kerstmannen (‘mensen die voor Kerstman spelen’).

Je schrijft het woord helemaal aan elkaar, doordat het een samenstelling is. Kijk voor de uitleg van samenstelling bij het antwoord op vraag 6.

3. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een kop capucino
B. een kop cappucino
C. een kop capuccino
D. een kop cappuccino

 Zit daar nog logica achter?

 Niet echt. Cappuccino is een weetwoord of een opzoekwoord. Vanaf nu weet je dat het met twee c’s en twee p’s is. Twijfel je, dan kun je de correcte spelling altijd opzoeken in de digitale versie van het Groene Boekje, www.woordenlijst.org.

4. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. een tweedehands boek
B. een tweede-hands boek
C. een tweedehandsboek
D. een tweede-handsboek

Die C-vorm heb ik echt nog nooit ergens gezien…

Dat kan kloppen: er bestaan twee vormen van dit woord. In Van Dale staat ‘tweedehands’ niet als zelfstandig lemma, maar onder tweedehands (bn.), met als voorbeeld o.a. een tweedehands auto, en verder “ook als eerste lid in samengestelde zn. als de volgende (…)”, met als voorbeelden o.a. tweedehandsauto (!) en tweedehandsboek.

5. Wat is goed? Kies A, B, C of D

 A. ik heb hem gesmst
B. ik heb hem ge-smst
C. ik heb hem ge-sms’t
D. ik heb hem ge-sms-t

Hee, is ‘sms’ dan hetzelfde als ‘hbo’? Dus een… initiaalwoord?

 Dat klopt. Ook hier kun je dus niets rechtstreeks aan het woord vast spellen. Daarmee vallen antwoord A en B af. Blijft over C of D. Inmiddels weet je dat je een apostrof gebruikt om een achtervoegsel (hier ‘t’) vast te spellen aan een initiaalwoord. Dat betekent dat C de enige goede optie is.

6. Wat is goed? Kies A, B, C of D

 A. social mediacampagne
B. social-mediacampagne
C. social media campagne
D. socialmediacampagne

Aan elkaar dus. Hoezo dat dan?

In het Nederlands spellen we samenstellingen standaard aan elkaar. Videoband, telefoonwinkel, computerspelletje, belastingaangifte, cultuurlandschap, communicatiemedewerker, vakantie-appartement, boomhutovernachting, stratenregister, fietskaarten, natuurbeschermer, hypotheekrente. Allemaal zijn het samenstellingen.

Een woord is een samenstelling wanneer het eerste deel iets zegt over het tweede deel (wat voor band? Een haarband? Autoband? Fietsband? Nee, een videoband) en wanneer beide delen een zelfstandig naamwoord zijn (dan kun je er een lidwoord – ‘de’, ‘het’, ‘een’ – voorzetten: ‘de video’ + ‘de band’ / ‘de belasting’ + ‘de aangifte’ / ‘de straten’ + ‘het register’). Om het woord makkelijker leesbaar te maken, kun je een koppelteken toevoegen (zoals in ‘vakantie-appartement’).

In dit geval heb je te maken met een samenstelling die bestaat uit drie delen: ‘social’, ‘media’ en ‘campagne’. Wat voor campagne is het? Een mediacampagne. Die twee horen dus sowieso aan elkaar.

Hoe weet je dan of ‘social’ eraan vast moet? Door te kijken naar wat er gebeurt als je ‘social’ los van ‘mediacampagne spelt:

  • social mediacampagne.

Nu is de mediacampagne ‘social’. Dat is natuurlijk niet de bedoeling: ‘social’ wil alleen iets zeggen over ‘media’. Je ziet dat heel goed in

  • mobiele telefoonwinkel;
  • mobieletelefoonwinkel.

Bij de eerste optie staat de winkel op wieltjes: de hele winkel is dus mobiel. Bij de tweede optie is niet de winkel mobiel, maar de telefoon. Door het eerste deel van de samenstelling los of vast te spellen, krijg je dus een andere betekenis.

En waarom mag antwoord B dan ook? Of is dat een foutje?

Niks geen foutje: antwoord B mag ook. Kijk voor een snelle, heldere uitleg op https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/engelse-woorden-in-nederlandse-samenstellingen

Let wel op: bij het Groot Dictee mag je geen facultatieve koppeltekens plaatsen (zoals in ‘vakantie-appartement’): alleen noodzakelijke koppeltekens zijn toegestaan.

7. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. Donald Duck abonnement
B. Donald Duck abbonnement
C. Donald Duck-abonnement
D. Donald Duck-abbonnement

O, dat is weer een samenstelling?

 Klopt. Hier is sprake van een bijzonder soort samenstelling, namelijk een samenstelling met een eigennaam. Met een eigennaam geef je een specifieke persoon aan (‘Marjolein’) of een specifiek ding (‘H&M’, ‘Hogeschool Leiden’, ‘Circus Renz Berlin’). Als die eigennaam iets zegt over een zelfstandig naamwoord, spel je die eigennaam aan dat woord vast.

In veruit de meeste gevallen geeft de eigennaam aan van wie of van wat het zelfstandig naamwoord is:

–       Postbus 51-campagne –> een campagne van Postbus 51

–       Hogeschool Leidenvestiging –> een vestiging van Hogeschool Leiden

–       Circus Renz Berlinvoorstelling –> een voorstelling van Circus Renz Berlin

Iedereen heeft er recht op zijn eigen naam zo te spellen zoals hij wil. ‘Marjolein’ of ‘Marjolijn’, dat mag je zelf kiezen (of dat mochten je ouders in ieder geval). Donald Duck heeft ervoor gekozen zijn naam met een spatie ertussen te spellen. Dat respecteren we in de samenstelling.

We houden nu twee opties over: ‘Donald Duck-abonnement’ (met koppelteken, zoals in de opgave hierboven) en ‘Donald Duckabonnement’ (zonder koppelteken). Voor bedrijven werkt hun naam vaak als een logo: je wilt die naam duidelijk herkenbaar weergeven. Daarom kiezen veel bedrijven voor optie D: ‘Donald Duck-abonnement’ (met koppelteken). Daardoor blijft de bedrijfsnaam makkelijk herkenbaar. In deze opgave is optie D dus de juiste.

Voor wie zich voorbereidt op het Groot Dictee: bij het Groot Dictee mag je geen facultatieve koppeltekens plaatsen (zoals in ‘vakantie-appartement’): alleen noodzakelijke koppeltekens zijn toegestaan. Bij het Groot Dictee moet je hier dus kiezen voor ‘Donald Duckabonnement’ (zonder koppelteken).

En waarom is‘abonnement’ niet met twee b’s en één n?

Ook hier zit, net als bij cappuccino, geen echte logica achter. Het is dus een weetwoord of een opzoekwoord.

8. Wat is goed? Kies A, B, C of D

A. mond-tot-mondreclame
B. mond tot mondreclame
C. mond-tot-mond reclame
D. mond tot mond-reclame

Dat lijkt ook een samenstelling te zijn, maar dan net even anders…

 Klopt! Dit noem je een samenkoppeling in een samenstelling. De eerste drie woorden vormen de samenkoppeling (in het wild te herkennen aan de koppeltekens). Een samenkoppeling wordt dus gevormd door twee of meer woorden die vaak samen voorkomen en daardoor een vaste uitdrukking zijn gaan vormen.

Die samenkoppeling gedraagt zich hier als een zelfstandig naamwoord, dat iets zegt over ‘reclame’ (wat voor reclame? Mond-tot-mondreclame). Daarom spel je die koppeling rechtstreeks vast aan ‘reclame’. Om aan te geven dat het om een samenkoppeling gaat, laat je de koppeltekens staan.

Kijk voor meer voorbeelden van samenkoppelingen in samenstellingen op http://woordenlijst.org/leidraad/6/6/

9. Wat is goed? Kies A, B, C of D

 A. een drankje boordevol vitamines
B. een drankje boordenvol vitamines
C. een drankje bordevol vitamines
D. een drankje bordenvol vitamines

‘Boordevol’? Waarom niet ‘bordevol’? Dat is toch veel logischer?

Dat komt door de herkomst van het woord. Die herkomst kun je opzoeken in een etymologisch woordenboek, bijvoorbeeld het (betaalde) Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN). Voor een gratis toelichting kun je spieken op  https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/tjokvol-zitten

En dan nog een puntje van aandacht: waarom schrijf je hier geen ‘n’ (‘boordenvol’)?

 Omdat je hier te maken hebt met een bijvoeglijk naamwoord, waarvan het eerste deel (‘boorde’) het tweede deel (‘vol’) versterkt: niet zomaar vol, maar boordevol. In dat geval spel je het eerste deel zonder tussen-n. Andere voorbeelden zijn ‘beregoed’, ‘reuzeleuk’, ‘reteslim’.

10. Wat is goed? Kies A of B

 A. In deze oefening word je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

B. In deze oefening wordt je gevraagd steeds de juiste keuze te maken.

Die zwartepietendiscussie, oké, maar dit? Als ‘je’ na de persoonsvorm komt, dan spel je die persoonsvorm toch zonder ‘t’?

 Op zich is er niets mis met die regel. Maar: je moet wel weten wanneer je hem toepast. De ‘t’ vervalt namelijk alleen als de ‘je’ na de persoonsvorm het onderwerp is. Hoe weet je dat?

  • Je kunt ‘je’ vervangen door ‘jij’: ‘je’ = onderwerp, dus geen ‘t’
  • Je kunt ‘je’ vervangen door ‘jou’: ‘je’ = meewerkend voorwerp, dus wel een ‘t’

Hier wordt de zin: ‘In deze oefening wordt (aan) jou gevraagd steeds de juiste keuze te maken.’ ‘Je’ is hier dus geen onderwerp, maar meewerkend voorwerp. De ‘t’ blijft dus staan.

Wat is dan wel het onderwerp?

Het zinsdeel ‘steeds de juiste keuze te maken’. Dat wordt gevraagd aan jou.

 

 

 

 


 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *